16/06/2026
Misschien begint je onrust precies dáár waar jij je voelen van je denken scheidt.
Het verschil tussen rust en onrust los je niet op door je denken en je voelen van elkaar los te maken.
Ik spreek een vrouw die vastloopt in haar werk en letterlijk misselijk wordt als ze ’s ochtends naar haar werk rijd. Diezelfde week spreek ik een man, een sporter, die precies hetzelfde voelt wanneer hij voor een belangrijk toernooi staat. Spanning, misselijkheid, overgeven en maar één gedachte: ik wil hier weg.
Ze denken hetzelfde, ze voelen hetzelfde en toch is er een wezenlijk verschil. Dat verschil wordt naderhand pas duidelijk. Hij voelt zich moe, maar levend. Zij voelt zich moe, maar uitgehold.
Misschien is denken en voelen niet het echte onderscheid. Niet alles wat logisch klinkt is waar. En niet alles wat goed voelt draagt bij aan een goed leven.
Zowel je gedachten als je gevoelens proberen soms weg te bewegen van wat moeilijk, onzeker, pijnlijk of nodig is. Wanneer je geconfronteerd wordt met onduidelijkheid, met spanning, met moeilijke of pijnlijke dingen dan komt er direct een impuls omhoog. De impuls die duidelijkheid wil, een oplossing, een antwoord, een keuze. Deze impuls is voelbaar in je lichaam en merkbaar in je gedachten: spanning, hoge adem, wel of niet, voor of tegen, zwart of wit, links of rechts, denken of voelen.
Maar precies dát is de onrust. De impuls die omhoog komt omdat onduidelijkheid, onzekerheid en ongemak moeilijk te verdragen zijn. De drang naar een eenduidig antwoord is de onrust zelf.
Duidelijkheid, zekerheid en betekenis liggen niet te wachten totdat je hun vind. Misschien vormt zich de betekenis in je handelen. Niet omdat je zeker bent, maar omdat je weloverwogen kiest. Rust ontstaat niet uit zekerheid, maar uit de ontdekking dat je niet alles hoeft te weten en te voorzien om wel van betekenis te zijn.