30/10/2026
In de eerste les van mijn Doe Het! systemische weerbaarheidstraining maakt ieder kind een eigen avatar, een klein poppetje dat hem of haar vertegenwoordigt. Daarna leggen we een mat neer en zet iedereen, één voor één en in stilte, de avatar op de plek die voor hem of haar klopt. De leerkracht doet gewoon mee. Die stilte is geen detail: zodra iemand lacht of commentaar geeft, gaat een ander twijfelen over zijn plek, en dan zie je niet meer wat er echt speelt.
Als iedereen staat, kijken we. Eerst vraag ik de kinderen wat hen opvalt, dan de leerkracht, en pas daarna vertel ik wat ik zelf zie en ervaar. Kinderen nemen hun eigen groep verrassend scherp waar, en soms wordt er iets zichtbaar wat in de klas nog nooit is benoemd.
Een leerling bleef zijn avatar steeds verplaatsen, omdat een aantal kinderen hem telkens volgde. Hij had daar last van. Tijdens de opstelling vertelde hij dat hij ook in de klas en op het schoolplein “gevolgd” werd, terwijl hij soms ook gewoon met anderen iets wilde doen. Een meisje zette haar avatar net naast de mat, maar wel op het klittenband. Dat voelde voor mij als twee werelden. Toen ik dat benoemde, herkende de klas het: het was het een of het ander, niets daartussenin.
Dat is de onderstroom van een groep, wat er tussen kinderen leeft maar waar nog geen woorden voor zijn. We hoeven dan niet meteen iets te veranderen. Eerst willen we begrijpen wat er speelt, want je kunt niet werken aan een veilige klas als je niet ziet wat er tussen de kinderen gebeurt. In een groep waarin ik deze werkwijze gebruikte, ontstond gedurende het traject meer rust en gingen de kinderen zich meer één groep voelen. Dat was de verdienste van het hele traject en niet van die ene opstelling, maar de opstelling liet ons wel zien waar aandacht nodig was.
Wat zou jij als eerste zien als jouw klas zo op een mat stond?