22/01/2026
Ze stond voor me. Een vrouw die het niet meer wist, die bij me kwam met de vraag: “waarom kan ik me niet echt geven? Aan het leven, aan mezelf, aan de liefde voor m’n partner? Alsof ik altijd één voet buiten de deur heb, of die deur voortdurend in het vizier heb?”
Ze streed met dit gevoel. Ze wilde zo graag leven, genieten in overgave. Maar ze hield een voorbehoud. Deed haar best. Altijd een schepje meer geven. Zichzelf en vooral wat er diep in haar verlangd werd wegstoppen. De ander dienen. Voor de ander zorgen en via de ander proberen het eigen verlangen te vervullen. Als de ander blij en tevreden was, zich geliefd voelde, vervuld was, dan kon zij dat hopelijk ook voelen. Ze kwam steeds opnieuw bedrogen uit. In haar voelde ze na jaren dit gedrag een diepe leegte. Wie ben ik eigenlijk? Wat wil ik? Waar wordt ik gelukkig van? Het stelselmatig “vertrekken” bij haar zelf, haar lijf, haar verlangen, haar rust en zelfliefde hadden haar vervreemd van haar binnen wereld en wie ze ten diepste was. Ze was moe en verlangde naar rust.
In de opstelling gaan we naar die plek waar ze ooit had besloten dat haar lijf geen veilige plek was om te zijn. Ze verkrampt, duikt in elkaar en zegt: “ik zit opgesloten, ik ben heel klein, maar ik wil me nog kleiner maken. Eigenlijk wil ik daarheen… “ze steekt heel voorzichtig haar arm een klein stukje boven haar hoofd en wijst met haar vinger naar boven.
Als ik vraag wat daar is dan zegt ze:”daar ben ik vrij”.
Als we moeder erbij halen wordt haar verlangen om “te vertrekken” alleen maar groter. Moeder kan niet kijken, gaat op de grond zitten en laat zien:”ik wil wel, maar ik weet niet hoe en ik ben zooo moe”
Als we de plek erbij halen waar de vrouw vandaan komt en naar terug gaat, komen er tranen, ontlading.
We kijken naar een baby in de buik. Een wezentje, zo klein en kwetsbaar die weg wil. Terug naar waar ze eerder was, voordat ze in de buik was. Daar waar ze vrij en volledig verbonden was met alles. Eén met alles. Nu in het lijfje waar ze in is gegaan, en in de buik van haar moeder voelt ze alles wat moeder voelt. Schrik, angst, paniek, dood en verlies. De baarmoeder wordt een onveilige plek.
Niemand heeft haar schrik en haar “weg-willen” gezien.
We maken ruimte voor de schrik, de angst en de onveiligheid die dit babietje heeft gevoeld. We geven er ruimte aan door er voorwerpen voor in het veld te leggen. Eerbiedig, ceremonieel.
We leggen het babietje zachtjes neer. Omringen haar met zachtheid en liefdevolle aandacht, afgestemd met wat ze durft te ontvangen. De vrouw ontspant steeds iets meer als ze de spanning van decennia uit haar lijf vloeit. Van schudden en huilen naar diepe ontspanning.
Het is het begin van iets nieuws. Van leren en voelen dat je kunt blijven. Dat je lijf kan voelen als een veilige plek. Een nieuwe route openbaart zich. Het begint pas. Een route van vallen en weer opstaan. Maar steeds opnieuw durven voelen: ik kan blijven, ik ben veilig.
*met toestemming geplaatst