07/04/2020
Zittend op de grond, in de zon. Ineens gaat het paard in haar zonlicht staan.
‘He, je gaat in mijn zon staan’, zegt ze. Ze gaat iets verzitten. Al snel gaat het paard weer in haar zonlicht staan. Als ze na een lach/zucht weer wil gaan verzitten zeg ik haar; ‘Misschien wil ze je iets vertellen?’
Dit antwoord verbaast haar zie ik. ‘Wat wil ze je vertellen, denk je?’
‘Nou, ik denk dat ik altijd in de schaduw word gezet. Anderen zijn altijd belangrijker. Ik ben ook altijd de goede vriendin, nooit de beste. Ik loop altijd mee in de schaduw van een ander, lastig uitleggen maar snap je wat ik bedoel?’ Ik knik.
Geen beweging bij het paard. We zijn er nog niet.
‘Voor wie staat dit paard nu op dit moment?’
‘Voor de mensen die mij in de schaduw zetten.' Het paard tilt haar hoofd op en raakt haar schouder aan.
‘Ik zie dat het paard jou aantikt. Wat verandert er als het paard voor jou zou staan?’, vraag ik.
Ze valt even stil… zichtbaar emotioneel.
‘Ik….. Ik zet mezelf in de schaduw! Ik wil gezien worden, maar heb ook angst om in het licht gaan staan, want dan word ik misschien veroordeeld. Het is veilig in de schaduw.’ Het paard komt in beweging.
De zon valt weer over haar heen en ze moet lachen. Ik ga gewoon zelf altijd al op voorhand in de schaduw staan.
Gonneke Van Oers-van Kolk