24/12/2025
Vrede op straat
“Ik ga even kijken of ik kan helpen,” roep ik naar mijn lief. Ik trek snel mijn schoenen aan en loop naar buiten. Terwijl ik uit het raam keek zag ik een brommer wegglijden op het wegdek. Zijn maatje, die vlak achter hem reed, kon gelukkig op tijd stoppen.
Als ik dichterbij kom, zie ik twee jongens van een jaar of zestien, zeventien. Hun helmen hebben ze nog op. Eén brommer ligt dwars over de weg, de andere staat iets verderop op de standaard. De jongen met de zwarte, stoere helm houdt iets voorzichtig in zijn handen.
“Kan ik iets voor jullie doen, jongens?” vraag ik.
“Nee hoor, mevrouw,” zegt hij. “Ik heb per ongeluk een duif aangereden. Hij vloog niet weg. Ik remde zo hard dat ik viel.”
Voorzichtig opent hij zijn handen een beetje. In eerste instantie lijkt de duif levenloos.
“Hij leeft nog,” zegt de jongen met de blauwe helm. “Kijk maar, hij ademt.”
Dan zie ik het ook. Een klein grijzig lijfje dat snel op en neer gaat in twee grote handen.
“Oh, wat fijn. Maar hoe is het met jou?” vraag ik.
“Gaat wel,” zegt hij. “Ik kan wel wat hebben. Maar wat moeten we nu met de duif? Die kunnen we hier toch niet laten?”
“Misschien kunnen we hem aan de overkant neerzetten, op de parkeerplaats,” stelt de jongen met de blauwe helm voor. “Dan kan hij even bijkomen.”
“Ja,” zegt de ander, “dat is een goed plan.”
Voorzichtig loopt hij naar de parkeerplaats, alsof hij iets kostbaars draagt. Heel behoedzaam zet hij de duif op de grond. De jongens doen een paar stappen achteruit en blijven staan. Met hun helmen nog op kijken ze zwijgend toe, wachtend, oplettend, of het kleine grijze hoopje weer tot leven komt.
Ik blijf nog even staan. Dan zwaai ik en roep: “Succes, jongens. Jullie doen het goed!”
Met een warm gevoel in mijn lijf loop ik terug naar huis, wetend dat zelfs jongens van zestien of zeventien al iets groots kunnen betekenen.
Mirjam van ‘t Veen Begeleidingskundige en Schrijfster
Afbeelding: chat gpt