20/05/2026
Ik dacht altijd dat mijn burn-out kwam doordat ik te hard werkte en me te verantwoordelijk voelde. Maar achteraf denk ik dat ik vooral moe was van alles alleen dragen, omdat ik altijd maar doorging.
Ik zei vaak “Het gaat goed hoor”, want ik wilde niet als zwak worden gezien of iemand lastig vallen. Mijn overlevingsmechanisme was om voor anderen te zorgen, alles te regelen, en vooral niet om hulp te vragen.
En toegeven dat het eigenlijk niet meer ging voelde onveilig. Ook als ik ’s avonds in bed lag en mijn hele lichaam van binnen vibreerde en ontspannen niet meer lukte. Ook niet toen ik niet meer naar feestjes ging en geen wandelingen meer maakte omdat ik zo moe was.
In mijn hoofd dacht ik dat ik het allemaal aan kon, maar mijn zenuwstelsel stond al een poosje in overleving. Wist ik toen veel wat dat was. Stoppen was geen optie. Althans dat dacht ik. Zo was ik opgevoed.
Toen mijn lichaam er uiteindelijk mee stopte voelde het nog steeds niet veilig om om hulp te vragen. Ik was een stukje van mezelf kwijtgeraakt en ging steeds meer uit verbinding.
Nu, inmiddels 5 jaar later, zie ik in dat ik niet alleen uitviel door veel te geven en hard te werken, maar ook doordat ik te weinig mensen toeliet om me echt te helpen.
Steek zijn voelde toen veiliger dan eerlijk zijn over hoe het écht met me ging. Hard werken is niet erg, maar het is wel van belang om op tijd je rust te nemen.
Ik weet nu dat ik niet alles alleen hoef te doen, ik heb geleerd om ook te ontvangen en te leunen, ook al voelt dat soms echt nog wel eens ongemakkelijk.
Dat is waar ik ook mijn cliënten in begeleid, leren voelen dat herstellen ook gaat over vertragen, zacht zijn voor je zelf en leunen.
Kun jij dat?