Leijpark013

Leijpark013 't Leijpark; een begrip in Tilburg. Een groene long waar de stad trots op mag zijn, divers en uniek

6 september 2026
06/09/2026

6 september 2026

Het is weer zover, we gaan weer op reis. Het kan nu, het is vakantietijd. We blijven in Europa en gaan naar Lombardije, ...
04/09/2026

Het is weer zover, we gaan weer op reis. Het kan nu, het is vakantietijd. We blijven in Europa en gaan naar Lombardije, Italië. Niet om de Ronde van Lombardije bij te wonen overigens, dat is nog wat vroeg, deze vindt pas plaats in oktober. Nee we gaan naar de stad Angera, die in de Middeleeuwen de naam Angleria droeg. Hier kwamen de Italiaanse kruisvaarders terug uit het Heilige Land en zij namen uit verre streken ook planten mee. Een van die planten was een sierplant met prachtige bloemen in allerlei kleurslagen. Volgens de overlevering is de plant ontstaan nadat de heilige maagd Maria haar tranen plengde bij de kruisdood van haar zoon. Waar haar tranen de grond raakten, ontsprong een bloem aan haar vergoten zilt tevoorschijn: de anjer. Deze bloem werd via Italië uiteindelijk een paar eeuwen later, rond de 15e eeuw naar onze contreien vervoerd.
Het bijzondere aan anjers is het feit dat zij ruiken naar kruidnagel en kruidnagel werd geassocieerd met de nagels (spijkers) waarmee Jezus aan het kruis geslagen is. In het verlangde daarvan werd ook de anjer een christelijke bloem, die symbool stond voor het lijden van de Messias. De anjer is vernoemd naar Angleria en kent zoals gezegd inmiddels allerlei vormen en kleuren. De soort die we tegenkwamen in het Leijpark draagt de, een tikkeltje overdadige naam, Christusanjelier. De bloemblaadjes zijn geel en geel is een belangrijke kleur binnen de christelijke leer. Geel is enerzijds de kleur van het licht, de zon. Jezus was het licht dat niet doofde en daarom staat de kleur geel voor de verrijzenis, de wederopstanding. En niet enkel de kleur, ook de bijbehorende bloem. De Christusanjelier op een Middeleeuws schilderij duidt op het Lijden en de lichamelijke wonden die daarbij horen (de hoofdwonden van de doornenkroon, de gegeselde rug, de gaten in handen en voeten en de wond in de zij door een Romeinse speer). Tegelijkertijd staat de kleur geel ook voor verraad, het verraad dat discipel Judas pleegde. Naar alle waarschijnlijkheid heeft dus juist deze gele anjer de naam ‘Christus’ er nog bij gekregen. De anjers die ontsproten aan de tranen van Maria en die ook op het schildersdoek vereeuwigd zijn, zijn doorgaans roze of rood.
In het Leijpark vonden we een Christusanjelier die eigenlijk geen goddelijke begeleiding nodig heeft, daar zijzelf reeds de vergelijking vertoont met de zon. Een prachtexemplaar. Zij komt dus uit zonnige droge streken en is daar ook op aangepast. De bladeren van anjers zijn lang en smal en bedekt met een waslaagje. Dat laagje zorgt ervoor dat anjers via hun bladeren slechts heel weinig water verdampt zien worden, waardoor de plant in droogte overeind blijft en dat beetje water dat zij binnenkrijgen ook langere tijd kunnen vasthouden.
Het donkerbruine hart van de bloem bevat veel nectar en stuifmeel en vooral vlinders met hun lange roltong kunnen hier goed bij. Ook hommels en wilde bijen nemen de moeite om in de diepe kelk te klimmen. Ze zullen overigens weinig andere anjers bestuiven in het Leijpark, daar het park niet grossiert in verdwaalde sierbloemen, maar in omliggende tuinen zullen vast anjers groeien. Anjers zijn van oudsher populaire bloemen in tuinen, daar zij lang bloeien, van de lente tot diep in de zomer en de heerlijke kruidnagelgeur verspreiden. Nu wil het vreemde toeval dat de Christusanjelier de naam draagt van de anjer en door kunstenaars in lang vervolgen tijden ook dat respect gekregen hebben, maar feitelijk geen echte anjer is. Ze is meer verwant met de zonnebloemen en dat is duidelijk te zien bij ons exemplaar. Echter: wij bekijken dit nu wetenschappelijk. Er is een tijd geweest waarin je niet zelf na hoefde te denken, de Kerk deed dit voor je. En als de Kerk iets een anjelier noemde, dan was dit zo. We discussiëren thans met elkaar over bijna alles, maar dit is een ongekende luxe. Vroeger was de pastoor paus en het volk luisterde en nam aan.
In de verschillende tijdsbeelden is, achteraf gezien, voor beide iets te zeggen, zeker als het over de Christusanjelier gaat. Zouden we de zaken nu wetenschappelijk correct willen doen, dan moeten we ons zonnetje strippen van alle verhalen hierboven geschetst. Dat gezegd hebbende: de geschiedenis leert ons vooral hoe vaak we ernaast zaten. En dat heeft iets charmants. We blijven ontdekken en alles waar wij nu heel stellig over zijn, wordt wellicht in de toekomst afgedaan als: Wat een amateurs, hoe konden ze zo denken? Niet een absolute waarheid geldt; elk tijdsbeeld schikt zich naar de macht die dan de scepter zwaait. Allemaal veel te zware kost eigenlijk, we zijn immers op vakantie. Tijd voor een heerlijk glas mousserende Oltrepo pavese en even rustig achterover hangen. Dat hebben we wel verdiend.

2 september 2026
02/09/2026

2 september 2026

Laten we eens een kijkje nemen in het verleden, toen we anders omgingen met graslanden dan nu. Boeren hadden vroeger, ne...
31/08/2026

Laten we eens een kijkje nemen in het verleden, toen we anders omgingen met graslanden dan nu. Boeren hadden vroeger, net als nu graslanden. En op die graslanden liep het vee. Nu waren er ook weiden waarop gras groeide dat niet voor directe begrazing bedoeld was, maar als hooiland. Deze grazige weiden werden een keer per jaar gemaaid en het maaisel werd vervolgens afgevoerd om te drogen en te dienen als hooi voor het vee in de winterdagen. Deze hooilanden kregen geen extra bemesting en het afgevoerde maaisel kon geen stikstof teruggeven aan de grond. Zo bleef dit land voedselarm, met als gevolg dat een heel jaar door allerlei kruiden er konden groeien. Later, toen dit soort kruidenrijke hooilanden veranderden in productieweiden, met zoveel mogelijk gras jaarrond en zoveel mogelijk bemesting, verdween een aantal kruiden. Deze kruiden hielden niet enkel van een voedselarme grond, maar ook grond die wat nattig was. De intensieve veehouderij echter houdt niet van natte gronden. Ten eerste kan het vee er niet goed op lopen en ten tweede draagt natte grond veel minder goed zware landbouwmachines. Dus wat deden en doen boeren? Ze verlagen kunstmatig het grondwaterpeil door water weg te pompen of af te voeren via buizen in de grond. Dit betekende de teloorgang voor veel soorten kruiden en in Noord-Brabant verdween zelfs één plant nagenoeg helemaal: Ruige leeuwentand.
Deze plant houdt van kalkgrasland, maar de boeren zien dit schrale land, dat weinig vocht vasthoudt en bijna geen voedingsstoffen bevat helemaal niet zitten, dus werd kalkgrasland de laatste jaren intensief bemest waardoor het verdween en met haar Ruige leeuwentand. Vroeger kwam Ruige leeuwentand nog rijkelijk voor in het beekdal van de Dommel. Dat is niet zover van het Leijpark, immers: de Ley gaat over in de Voorste Stroom, die vloeit samen met de Achterste Stroom en komt uit in de Esschestroom en deze mondt weer uit in de Dommel. Helaas krijgen beekdalen de vermesting ook mee. Meststoffen komen via uitspoeling en de regen ook in de rivieren terecht en daar wordt de grond alsmaar voedselrijker, met als gevolg dat ook in beekdalen steeds meer soorten verdwijnen die van voedselarme grond houden. Dit alles heeft ertoe geleid dat Ruige leeuwentand in Noord-Brabant eigenlijk niet noemenswaardig meer voorkomt. En dan is daar Leijpark-fotograaf Henk de Winter, die in het beekdal van de Ley de plant wel degelijk aantreft. Een absolute zeldzaamheid en natuurlijk een juweeltje. De plant is een zogeheten composiet, met een samengestelde boem. Elk ‘bloemblaadje’ is eigenlijk een op zichzelf staand bloemetje. De bloemen staan per stuk op een steeltje dat vlak onder de bloem een verdikking toont. De plant heeft de naam ‘ruig’ omdat de stengel een sterke beharing vertoont van kleine stugge witte haartjes. De paardenbloem die er sterk op lijkt heeft een kale stengel, een belangrijk punt van onderscheid in het vrije veld.
De plant is naast ‘ruig’ ook ‘leeuwentand’ genoemd. Dit komt doordat de bladeren puntige inkepingen vertonen, zoals de tanden van een leeuw. Net als andere leeuwentandsoorten en ook paardenbloemen, vormt de Ruige leeuwentand zaden in de herfst die bovenop de bloem staan en hangend aan een soort wit parapluutje van haren door de wind worden meegenomen en verspreid. De bloemen van Ruige leeuwentand gaan alleen open als de zon schijnt. Bij regenachtig weer sluiten zij of blijven gewoon dicht.
Het is geweldig dat juist het Leijpark deze in onze contreien zeer zeldzame plant nog herbergt. Dat zegt iets over het Leijpark en haar zeer belangrijke functie als groeiplaats voor kruiden die elders bedreigd worden met uitsterven. Het beekdal van de Ley verdient dan ook bescherming, tegen intensieve landbouw. Gelukkig zijn deze initiatieven er ook. Voor de vlinders en bijen in het Leijpark is de Ruige leeuwentand een gedekte tafel vol nectar en stuifmeel. Voor ons is zij een lust voor het oog en voor Tilburg en de provincie: een unicum.

29 augustus 2026
29/08/2026

29 augustus 2026

We weten allemaal dat een rups doorgaans meer poten heeft dan een vlinder. Een vlinder heeft zes poten, een rups zestien...
27/08/2026

We weten allemaal dat een rups doorgaans meer poten heeft dan een vlinder. Een vlinder heeft zes poten, een rups zestien. De achterste poten van de rups staan niet recht onder diens lijf, maar een beetje schuin. We noemen deze poten de naschuivers en het zijn deze achterste poten die het lijf als het ware vooruit duwen. Nu zijn er rupsen waarbij de achterste poten uit elkaar staan, zoals de staart van een vis en deze onderfamilie noemen we dan ook de visstaartjes. Een dergelijk visstaartje kwamen we tegen in het Leijpark: De Zilveren Groenuil. Aan de vlinder is dit kenmerk overigens niet te zien. De vlinder zelf behoort tot de familie der uilen, genoemd naar hun nachtelijk bestaan. We kennen niet zo heel veel inheemse groene vlinders en de Zilveren groenuil is daarom een bijzondere verschijning. Ze is beslist niet zeldzaam, maar wel een nachtvlinder die we maar zelden tegenkomen, juist door haar nachtelijke leefwijze.
Bij de volwassen vlinder is iets veel spectaculairders aan de hand dan poten die uiteen staan. Zij kan namelijk iets wat zeker in ons land maar ook wereldwijd maar zeer weinig vlinders kunnen: Zij maakt geluid.
Iedereen heeft weleens een vlinder gezien, voorbij zien vliegen, op een bloem zien landen of zelfs op de eigen hand of broek. Maar een vlinder die geluid maakt, da’s andere koek.
Hoe werkt het? De volwassen vlinder en dan enkel het mannetje heeft twee holtes achteraan het achterlijf. Met die holtes kan het mannetje trommelen, waarbij een ultrasoon geluid ontstaat, bestaande uit twee klikken. Dit geluid heeft als doel om vrouwtjes te lokken in de schemering en in het pikkedonker. Dieren die met elkaar willen paren, maar leven op een tijdstip van een etmaal waarop ze elkaar niet kunnen zien, moeten er iets anders op zien te vinden. De Zilveren groenuil heeft een uniek trucje en: het werkt. Dat moet wel, want de soort is duidelijk nog niet uitgestorven.
En nu zult u denken: Wacht eens even, ultrasoon geluid, dat kunnen wij mensen toch helemaal niet horen? En daar heeft u volkomen gelijk in. Dergelijk geluid ligt ver boven het bereik van het menselijk oor. Enkel met een zogeheten BAT-detector, een apparaat om de geluiden van vleermuizen op te vangen, kunnen wij de Zilveren groenuil ‘horen’. Dat gezegd hebbende: Wij kunnen de vlinder niet horen, maar uw hond wel!
Heeft u uw hond weleens raar zien reageren, blaffen naar iets of iemand dat er in uw waarneming niet was? Dat is niet omdat uw trouwe viervoeter de kolder in de kop had, welnee. Honden nemen de wereld heel anders waar en kunnen veel meer horen dan wij. Een laatste wandeling in de schemering met uw hond die ineens om onverklaarbare redenen onrustig wordt, kan best wel eens betekenen dat de Zilveren groenuil langs kwam fladderen, al klikkend op zoek naar een al even groene dame. De sterke beharing op de borst, de zilverachtige lijnen over de groene vleugels en de lichte oranje zoom rond de vleugels geven weg dat dit een mannetje is. Het vrouwtje is veel fletser. Het voordeel van deze kleur is voor beide geslachten het feit dat zij vrijwel onzichtbaar worden tussen de grote boombladeren van grote loofbomen, waar ze hun eitjes leggen, zoals eik en beuk. Nog een reden trouwens waarom we hem zo weinig tegenkomen; boomkruinen zijn het favoriete leefgebied. De rups is al even groen en waar de vlinder bijna niet van een blad te onderscheiden is, valt een stilzittende rups weg tegen de stengels der bladeren. Dat is ook een probleem met een hoeveelheid vlinders in kaart brengen: Je moet ze wel kunnen waarnemen. Wellicht zijn er veel meer Zilveren groenuilen dan wij ooit kunnen vermoeden.
Feit blijft dat onze Leijpark-fotograaf Henk de Winter er eentje heeft kunnen vastleggen. Een boombewoner, wellicht moe van het nachtelijke klikken en daaropvolgende vrijen, die zich even op het pad bevond. Niet lang, want de boomkruinen wachtten.
De volgende keer waarop u met uw hond het Leijpark in loopt en spelletjes voor het dier verzonnen heeft om te spelen in het park, bedenk dan dit: “Speel gerust het spel “Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet” met uw hond, maar vermijd het spel “Ik hoor, ik hoor, wat jij niet hoort”. U heeft bij voorbaat reeds verloren.

25 augustus 2026
25/08/2026

25 augustus 2026

De Oude Grieken hadden voor alles een god of godin. Zo kennen we de godin Aglaia, die symbool staat voor de schoonheid e...
23/08/2026

De Oude Grieken hadden voor alles een god of godin. Zo kennen we de godin Aglaia, die symbool staat voor de schoonheid en de charme. Wij op onze b***t hebben de neiging om dingen en dat kunnen ook levende wezens zijn, te vernoemen naar begrippen die staan voor alles wat we fijn vinden. Zo kennen we in het Leijpark een vlinder met de Latijnse naam Aglais urticae. ‘Aglais’ wijst op de godin, ‘urticae’ is Latijn voor brandnetel. Een wonderschone vlinder dus, die de brandnetel hoog in het vaandel heeft staan; zij legt er haar eitjes op en haar rupsen snoepen ervan. Haar Nederlandse naam verwijst naar haar geringe grote en naar de oranjebruine kleur van haar vleugels: Kleine vos.
Nu hebben we een snikhete, kurkdroge zomer achter de rug. En hoewel veel vlinders houden van het zonlicht en de bijbehorende warmte, kan het ook te heet zijn. Niet zozeer omdat de vlinder zelf er niet tegen kan, maar de planten waarvan zij afhankelijk is denken er anders over. De Kleine vos is afhankelijk van vooral jonge brandnetels en deze verschroeien als het te heet wordt. Het gevolg is dat de rupsen van Kleine vos geen voedsel hebben. Hierdoor gaat de Kleine vos hard achteruit. Vroeger zag men elke zomer de Kleine vos wel ergens voorbij fladderen, maar die tijden zijn reeds lange tijd voorbij. Tijdens landelijke vlindertellingen stond de Kleine vos vijftig jaar geleden op plek 1, nu op plek 9.
De Kleine vos is een goede vlieger. Zij trekt niet weg uit onze streken maar vertoont wel zwerfgedrag. Er zijn twee golven van deze vlinder. De eerste generatie leeft ongeveer twee maanden, de tweede zelfs wel tien maanden en daar zit ook de koude periode in, waarin zij overwintert. Zij heeft veel nectar nodig om te vliegen en om vetreserves op te bouwen en dus is zij voortdurend op de vleugels, fladderend van tuin naar tuin, van landschap naar landschap, immer rusteloos. Honderd kilometer vliegen is een peulenschil voor deze geweldenaar.
Op haar zwerftochten staat zij aan allerlei gevaren bloot, zoals roofdieren die wel een vlindertje lusten. Ze is hierop aangepast door in rust de vleugels dicht te klappen. De donkerbruine buitenkant van haar wieken veranderen haar onmiddellijk in een dor blaadje dat in de schaduwplekken van het struweel niet van andere bladeren te onderscheiden is. Mocht een vogel toch te dichtbij komen, dan klapt zij de vleugels open, waarop er een grote oranje vlam zichtbaar wordt; een waarschuwingskleur in de natuur, met als boodschap: gevaar! Dat ‘gevaar’ is er niet echt, maar het schrikeffect is vaak genoeg om de vogel de stuipen op het lijf te jagen. Als dat allemaal niet helpt kunnen ze pijlsnel wegvliegen in een zigzagpatroon. Een vlinder die al zigzaggend wegvliegt is heel moeilijk te vangen. Zangvogels beheersen deze manier van vliegen niet, gelukkig voor de Kleine vos.
Vroeger kon de Kleine vos nogal eens aangetroffen worden op een wel heel ongewone plek, namelijk op zee. Met de moderne technieken kennen we deze vaartuigen niet meer, maar tot de jaren negentig kende de Noordzee, zogeheten lichtschepen, drijvende vaak bemande bakens die dienst deden als mobiele vuurtorens. De Kleine vos is een dagvlinder, maar al zwervende raakt hun oriëntatie soms in de war als er ineens een baken van licht opduikt in de schemering. En zo dook de Kleine vos vaak op tientallen kilometers uit de kust op het dek en de reling van deze thans nautische relieken. Met de voortschrijding van de tijd komt soms ook de teloorgang van waardevolle ervaringen. Gelukkig is het Leijpark op zichzelf ook een baken van licht. Ook hier treffen we de Kleine vos nog aan, zij het steeds minder. Laten we haar koesteren zolang we haar nog hebben, opdat ook zij geen reliek wordt, die we niet langer met waarneming, doch slechts met nostalgie kunnen bejegenen. Het zijn haar schoonheid en charme die ook ons, met succes, doen overwinteren.

21 augustus
21/08/2026

21 augustus

Zo’n kleine zeshonderd jaar voor Christus leefde er in Griekenland een man genaamd Aesopus. De man was een zogenaamde fa...
19/08/2026

Zo’n kleine zeshonderd jaar voor Christus leefde er in Griekenland een man genaamd Aesopus. De man was een zogenaamde fabeldichter. Hij schreef korte verhaaltjes waarin hij schreef over dieren en planten die hij menselijke eigenschappen toedichtte, met de bedoeling om ons een spiegel voor te houden. Een dergelijk verhaal gaat over twee reizigers. Het is een snikhete zomerdag en twee reizigers vinden schaduw onder een reus van een plataan. Terwijl ze daar liggen, zien ze dat de boom geen eetbare vruchten draagt en zeggen tegen elkaar dat dit maar een nutteloze boom is. De boom ontsteekt hierover in woede en bijt de twee toe dat zij haar nutteloos vinden, terwijl zij aan het genieten zijn van haar verkoelende schaduw. De betekenis ervan moge duidelijk zijn.
De boom in kwestie of althans een nazaat ervan, vinden we terug in het Leijpark: de Oosterse plataan. De boom dankt haar naam aan het Griekse woord ‘platos’ dat ‘breed’ betekent. Dat woord dekt de lading. Een Oosterse plataan die geen strobreed in de weg wordt gelegd, kan vijfendertig meter hoog worden en maar liefst boven, qua kruin, vijfentwintig meter breed. Da’s een flinke dame die verkoelende schaduwen werpt. In de tijd van de Romeinen en dan vooral in zuidelijke streken werd de plataan gebruikt juist voor die schaduw. Zij sierde markten waarop kooplieden hun waren uitstalden. Die schaduw was fijn; zo lagen etenswaren als vis, schaaldieren en vooral (varkens)vlees niet in de volle zon. Zonlicht kan vlees snel bederven en salmonella ligt al gauw op de loer waardoor vlees onverkoopbaar wordt. De brede kruin van de Oosterse plataan bood uitkomst.
In ons straatbeeld nam de aanleg van platanen vooral in de naoorlogse periode een hoge vlucht, die samenhing met veranderende bestrating. Natuursteen in de vorm van kinderkopjes werd massaal vervangen door betontegels. Deze laatste waren duurzamer en veel goedkoper om te maken. De plataan brengt weinig schade toe aan betontegels en was ideaal om in het straat beeld te planten, los van haar lommerrijke nut, dat zij nog immer diende op markten en in parken.
We herkennen de plataan, zo ook de Oosterse plataan meteen aan haar bast. Steeds bladderen er grote stukken af waardoor een vlekkenpatroon van kleuren als groen, geel, bruin en grijs ontstaat. Maar waarom geb***t dit eigenlijk?
De meeste bomen hebben een bast uit één stuk. Zo niet de plataan. Haar bast bestaat uit afzonderlijke platen die ook nog eens flinterdun zijn. Door steeds stukken los te laten ververst de boom haar bast en met de losse stukken laat de boom ook vervuiling van de bast los. Als het heel erg warm is dan zien we dat de Oosterse plataan meer bast verliest dan normaal. Dat heeft een reden. Terwijl de boom grote plakkaten schors verliest, gaat ook een deel van haar bladerdak verloren. Het loslaten van blad en schors zorgt ervoor dat de boom niet uitdroogt. Tegelijkertijd worden de nieuwe stukken schors groen. Zij nemen de fotosynthese over van het losgelaten blad. Fotosynthese is het proces waarin de plataan onder invloed van zonlicht en bladgroen kooldioxide omzet in zuurstof en glucose. We denken soms dat de zuurstof die bomen produceren voor ons is, zodat wij fijn kunnen ademen. De bomen echter produceren zuurstof voor zichzelf; hun wortels hebben zuurstof nodig om water en mineralen uit de grond te kunnen halen. Zuurstof is energie voor de bomen, glucose (in wezen suiker) is hun voedsel. Dat wij ervan profiteren door de zuurstof in te ademen is weliswaar de verdienste van bomen, maar geenszins de bedoeling.
De Oosterse plataan bestaat al heel lang. Was zij een heilige boom bij de Oude Grieken en een marktboom bij de Oude Romeinen, ver daarvoor bestond zij reeds. Weet u nog die tentoonstelling in 2024 in Natuurmuseum Brabant met die prachtige dinosaurussen genaamd Triceratops? We zijn dan zo’n slordige tachtig miljoen jaar terug in de tijd. Toen vond het ontstaan plaats van onze schaduwboom, lanenboom, fabelboom en Leijparkboom. U moet zich eens voorstellen dat u onder een boom ligt te rusten waar eens een reusachtige voorwereldlijke planteneter onder sliep. Hoe wonderlijk is dat? Het Leijpark zit immer vol verrassingen.

Adres

Professor Van Buchemlaan 2
Tilburg
5022KB

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Leijpark013 nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen