Leijpark013

Leijpark013 't Leijpark; een begrip in Tilburg. Een groene long waar de stad trots op mag zijn, divers en uniek

18 juni 2026 De jonge Buizerds zijn uitgevlogen en zijn nu echt groot.
18/06/2026

18 juni 2026
De jonge Buizerds zijn uitgevlogen en zijn nu echt groot.

In het Leijpark leven talloze insecten volgens het principe ‘eten of gegeten worden’. Genoemd naar het katachtige roofdi...
16/06/2026

In het Leijpark leven talloze insecten volgens het principe ‘eten of gegeten worden’. Genoemd naar het katachtige roofdier dat eveneens toeslaat vanuit een hinderlaag, troffen we de Gewone tijgervlieg aan. Op het eerste gezicht is het gewoon een grijsachtige vlieg. Maar ze heeft twee enorme wapens die haar een geduchte rover maken. Allereerst bezit zij over uitstekend zicht. Voortdurend speuren haar ogen naar prooien, vliegende insecten die binnen haar bereik bewegen. En dan, als zij eenmaal een keuze gemaakt heeft, schiet zij als een pijl uit een boog op haar beoogd slachtoffer af, met een topsnelheid van wel 36 meter per seconde. Je moet je voorstellen dat je binnen een seconden ineens zesendertig meter verder bent! De Gewone tijgervlieg plukt haar prooi uit de lucht en samen storten ze ter aarde. Eenmaal op de grond steekt de Gewone tijgervlieg haar zuigsnuit in de prooi en injecteert daar een goedje dat weefsel vloeibaar maakt. Ze maakt van haar onfortuinlijke slachtoffer letterlijk moes. De papperige substantie waarin de organen van de prooi, bijvoorbeeld een fruitvliegje, veranderd is, wordt met smaak opgeslobberd. En nu zou je denken: “Wat een engerd” maar tuinders zien de Gewone tijgervlieg maar wat graag komen. Veel insecten belagen immers gewassen in kassen en de Gewone tijgervlieg maakt er korte metten mee. Zij wordt dus als biologische bestrijding her en der ingezet.
Nu heeft de Gewone tijgervlieg ook kroost. Vliegenlarven die op zicht niet afwijken van andere vliegen, zoals de larven van huisvliegen en kamervliegen die ons in de zomermaanden veelvuldig komen plagen. Maar anders dan veel vliegenmaden die niks anders doen dan in een dood dier zich ongans vreten, zijn de larven van de Gewone tijgervlieg echte jagers. Net als slakken produceren regenwormen slijm. Zij doen dit om hun huid soepel en vochtig te houden en om makkelijk over de grond te kunnen glijden. Dit slijm echter is zichtbaar, ook voor andere insecten. Het vrouwtje van de Gewone tijgervlieg volgt de slijmsporen tot in de gangen van de regenwormen en wetende dat de wormen de gang meerdere malen gebruiken, legt ze ergens in dat gangetje eitjes. De vliegenlarven komen uit en al wat ze hoeven doen is te wachten tot er een regenworm langs gekropen komt en dan deze aan te vallen. Soms vallen ze het weekdier aan de buitenkant aan, maar als ze de kans krijgen dringen ze door in de regenworm. Eenmaal binnen, zijn ze door de worm niet langer te verwijderen en kunnen ze hun gastheer van binnen uit opeten. Vooral de lever, die rond de darmen van de worm in de buikholte ligt, schijnt erg lekker te zijn. Een gruwelijk lot voor de worm uiteraard, maar in de natuur is weinig compassie. Men zegt wel eens: het enige wrede wezen is de mens. Dit mag u even snel vergeten als u het verzonnen heeft. De mens is wellicht het enige wezen dat het concept ‘wreed’ als dusdanig kent. In de natuur is geen kleinzerigheid en zijn er geen gewetensbezwaren. Men eet of wordt gegeten.
De larve van de Gewone tijgervlieg heeft wel een probleem naarmate de worm verzwakt. Een regenworm bestaat uit meer dan 85 % uit water en zodra zij sterft, ‘smelt’ zij als het ware tot er niet meer dan een slijmerige substantie overblijft. En in dit slijm kunnen de larven van de Gewone tijgervlieg verdrinken, als ze niet opletten. Nu blijkt echter dat de larven door hebben dat wanneer zij de lever opgegeten hebben, de worm weldra zal sterven omdat hij geen gifstoffen meer uit zijn lijf kan filteren. Op dat moment verlaten de larven ‘het zinkend schip’ en gaan doodleuk achter een nieuwe regenworm aan, eigenlijk heel effectief. In de humuslaag, daar waar plantaardige resten volledig afgebroken zijn, veranderen de larven in po**en en daar komen de nieuwe Gewone tijgervliegen uit.
Zo leren we dat regenwormen zelfs in hun zelf gegraven gangen niet veilig zijn. De Gewone tijgervlieg is een roofdier optima forma, terwijl ze niets anders lijkt dan een grijze muis, eh.. vlieg. In het Leijpark is niets wat het lijkt.

14 juni 2026
14/06/2026

14 juni 2026

Vanuit het Leijpark reizen we samen af naar het grote rijk der fabelen. Dit rijk is oneindig zo u weet en tal van verhal...
12/06/2026

Vanuit het Leijpark reizen we samen af naar het grote rijk der fabelen. Dit rijk is oneindig zo u weet en tal van verhalen buitelen er thans over elkaar; verhalen die ooit als waarheid werden gezien. Dit rijk wordt tot op de dag van vandaag nog voortdurend aangevuld, maar we gaan even naar een oud verhaal dat zich wortelt in de 17e eeuw: de signatuurleer.
Deze theorie ging ervan uit dat de vorm, kleur of standplaats van een kruid verraadde voor welk deel van het lichaam haar ‘geneeskracht’ gold. Ik zet geneeskracht tussen aanhalingstekens, omdat deze vaak aan een plant werd toegeschreven juist op basis van gestelde theorie, zonder enige vorm van wetenschappelijk of homeopathisch bewijs. Had een plant rode bloemen, dan werkte behandeling van de kwaal met deze bloemen ten gunste van de bloedsomloop. Kon de plant doorheen verharde rivierklei groeien, dan kon de plant ook vastzittend slijm oplossen. Afijn, u begrijpt het idee.
Nu kwamen we in het Leijpark een plant tegen die in die tijd onder de signatuurleer viel: Akkerkool. En niet zozeer om de standplaats; Akkerkool draagt die naam ten onrechte. Akkerkool groeit veel minder op akkers dan op grond tussen bebouwing. Daar waar een schuurtje was gepland en de grond ervoor was bewerkt, daar sproot lustig Akkerkool op. En ook niet om haar gele bloemen, juist terwijl geel geassocieerd werd met de longen, daar geelzucht een bekende longziekte was. Nee, Akkerkool werd in de volksmond tepelkruid genoemd. Blijkbaar doen de bloemen denken aan tepels. En met tepels was nogal eens iets mis; zeker als de boreling verkeerd aan zijn melkvoorraadje was aangelegd. Dan ontstonden er namelijk tepelkloven, kleine scheurtjes en wondjes in de tepel zelf of eromheen in de tepelhof. Dat was pijnlijk voor de moeder, dus werd er van de bloemen van dit tepelkruid een papje gemaakt dat middels een kompres (een zachte doek gedoopt in dit papje) op de tepels werd gelegd. Alleen al de zachte doek zal soelaas hebben gegeven, maar wat Akkerkool daaraan bijdroeg valt te bezien. Het volksgeloof werd nog eens aangewakkerd door het witte melksap dat door de stengel van Akkerkool stroomt. In feite dient melksap als een soort stollingsmiddel. Daar waar de plant is aangevreten ontstaat een wondje en melksap zorgt ervoor dat het wondje snel dicht gaat en heelt. Maar het witte sap werd onmiddellijk in verband gebracht met moedermelk en zo wint een theorie als de signatuurleer enkel in kracht.
In het Leijpark staat de plant met haar lieflijke gele bloemen ten hemel te groeien. De plant kan ruim een meter hoog worden en bovenin vertakt Akkerkool zich. Het wonderlijke van Akkerkool is het feit dat de bloemen enkel open zijn in de ochtendzon. De koperen ploert kan de blommekes in de middag en avond niet bekoren en als het regent dan blijven de bloemen dicht. Soms zien we een verdikking in de stengel van Akkerkool. Dit is een reactie op de akkerkoolgalwesp, een klein wespje dat een eitje legt in de stengel. De plant reageert hierop met een verdikking, waarbinnen het kleine wespenlarfje blijft en voldoende eten vindt. Zo voorkomt het kruid dat het larfje de rest van de plant op eet. Steenhommels (die zwarte hommels met een rood kontje) en tal van zweefvliegen komen ondertussen nectar en stuifmeel snoepen uit de botergele bloemetjes.
Er is een tijd geweest waarin Akkerkool gekweekt werd, om haar malse blaadjes en om haar vitaminen. Akkerkool is rijk aan vitamine A en C. De kweekvorm was veel meer vertakt dan de wilde vorm die we terugvinden in het Leijpark. Het is eigenlijk een best vreemde geschiedenis: eerst kweekt men Akkerkool op grote schaal op de akkers. Dat gaat honderden jaren prima, tot de Moren spinazie introduceren in onze contreien. Spinazie heeft veel grotere bladeren, dus meer opbrengst, dus meer winst. En de Akkerkool wordt ineens gezien als onkruid en massaal bestreden, volledig afgedaan en afgedankt. Zo gaat de mens soms om met haar leefomgeving: “Het was leuk, maar we hebben nu iets dat meer opbrengt: Houdoe en bedankt!”
In het Leijpark vindt Akkerkool een nieuwe haven, want ‘onderwaardering van schoonheid’ is een eigenschap waar het Leijpark volledig van gespeend is.

10 juni 2026
10/06/2026

10 juni 2026

In het Leijpark treffen we een insect aan dat ons inzicht geeft in de wijze waarop insecten omgaan met de elementen en i...
08/06/2026

In het Leijpark treffen we een insect aan dat ons inzicht geeft in de wijze waarop insecten omgaan met de elementen en in het bijzonder de warmte en het licht. Ze is een lieveheersbeestje, maar niet met het klassieke roodzwarte patroon, zoals dit zovele soorten kenmerkt. Een rood of zwart schild met rode of zwarte stippen; die combinatie zien we het vaakst.
En dan is daar het Roomvleklieveheersbeestje. De kever is oranjebruin tot kastanjebruin met witte vlekken. En al die vlekkenpatronen hebben een functie. We weten dat donkere kleuren warmte aantrekken. Trek maar eens midden in de zomer een zwart t-shirt aan in plaats van een wit en ziet: u heeft het veel eerder warm. Zo werkt het ook bij lieveheersbeestjes. Zij hebben vaak de rode kleur, in hun schilden of in hun stippen, ter waarschuwing. Zij ‘zeggen’ hiermee tegen roofdieren: “Pas op, wij zijn giftig”. Het zwart heeft echter een ander doel: opwarmen.
Lieveheersbeestjes zijn, zoals alle insecten, koudbloedig. Dit houdt in dat zij, als zij willen bewegen (om te jagen, te eten of te paren) eerst op temperatuur moeten komen. Dit doen zij middels het zonlicht. Zij gaan zonnebaden. En naarmate de zon draait (of feitelijk de Aarde natuurlijk) draaien de lieveheersbeestjes met de stand van de zon mee. De zwarte delen van hun vlekkenpatroon zorgen ervoor dat zij snel opwarmen en dus snel aan de slag kunnen. Deze donkere delen hebben echter een prijs: in de zomer blijft de zon vaak branden en een lieveheersbeestje kan oververhit raken. Zij dient dan de schaduw op te zoeken. Hun prooidieren, bladluizen, weten dit. Bladluizen planten zich sneller voort in het zonlicht, dus alle verliezen door vraat van lieveheersbeestjes worden in minder dan geen tijd weer goedgemaakt, op het moment dat de verzengende zon de lieveheersbeestjes de schaduw in dwingt. Zo blijven beide groepen op peil.
Het Roomvleklieveheersbeestje echter heeft wel die oranjebruine dekschilden waarmee zij roofdieren op afstand houdt, maar in plaats van rode of zwarte vlekken, zijn de hare wit; meer bepaald roomwit. Wat is het idee daarachter of is het een afwijking?
Het is wel een afwijking, maar niet iedere afwijking is een fout. In het geval van het Roomvleklieveheersbeestje is haar vlekkenpatroon een strategie. U moet zich voorstellen: bijna alle lieveheersbeestjes voeden zich met bladluizen. En bladluizen maken, zoals we net konden lezen, gebruik van het sterke zonlicht om een einde te maken aan de vraatzucht van hun vijanden. De uitzondering hierop vormt het Roomvleklieveheersbeestje. De kever heeft veel langer nodig om warm te worden, omdat ze de tint zwart in haar kleurenpatroon mist. Dat gezegd hebbende: Door haar roomwitte vlekken kan zij veel beter tegen het zonlicht, daar wit het zonlicht reflecteert. Zij kan doorgaan met het eten van bladluizen daar, waar haar concurrenten allang teruggetrokken zijn in het schimmenrijk. Ze begint alleen later, maar zij haalt de schade ruimschoots in.
Waarom zien we eigenlijk niet vaak een Roomvleklieveheersbeestje? Omdat zij daar bladluizen kan eten waar deze vaker in de volle zon zitten: boven in bomen. Op de parkbodem en laag struikgewas zijn veel schaduwen en zonlicht heeft moeite er door te dringen. Hoe hoger de vegetatie is, des te meer zonlicht deze vangt en daar zijn natuurlijk ook bladluizen en: het Roomvleklieveheersbeestje. Met haar veertien roomwitte stippen kan zij heel wat zonlicht reflecteren en ondertussen gewoon door eten.
En zo kent iedere soort een eigen specialisme waarin iets opgeofferd wordt om iets anders te verkrijgen.
Leijpark-fotograaf Henk de Winter legde dit Roomvleklieveheersbeestje vast op de gevoelige plaat. De kever staat op het punt om op de vleugels te gaan. Op, naar hogere oorden waar de maaltijd wacht in het volle licht…

Beestenboel van 19 mei t/m 7 juni 2026
07/06/2026

Beestenboel van 19 mei t/m 7 juni 2026

Drie op een rij6 juni 2026
06/06/2026

Drie op een rij
6 juni 2026

Er loopt een snoodaard in het Leijpark, die we niet meteen herkennen als kever. Van de gemiddelde kever weten we namelij...
04/06/2026

Er loopt een snoodaard in het Leijpark, die we niet meteen herkennen als kever. Van de gemiddelde kever weten we namelijk dat zij schilden heeft, daaraan herkennen we ook kevers. Dit dier is echter langgerekt en we zien niet meteen de zo kenmerkende schilden. En toch is het een kever, meer bepaald de Stinkende kortschildkever. Het insect heeft wel degelijk schilden, zij het heel erg kleine. En onder die schildjes liggen de vleugels zeer compact opgevouwen, want zoals alle kevers kan het dier op de wieken gaan. Zij is zelfs een erg goede vlieger, die lange afstanden kan overbruggen.
Maar waarom dan die korte schilden? Zij zijn onderdeel van de overlevingstactieken van de kever. Zij doet namelijk net alsof zij iets heel anders is dan een onschuldige kever: zij speelt (in geval van nood) dat zij een schorpioen is.
Wanneer zij bedreigd wordt krult zij haar achterlijf over haar lichaam heen, zoals een schorpioen zijn staart over het lijf krult. ‘Paniek’ denken roofdieren (en ook wij mensen), daar de schorpioen in de staart een gemene gifstekel heeft. En ziet: we nemen afstand. De geopende kaken van de Stinkende kortschildkever maken het plaatje compleet; ze lijken op de scharen van een schorpioen. In werkelijkheid heeft de kever helemaal geen venijn in het achterlijf, maar wat niet weet, wat niet deert. Had zij nu grote stevige schilden gehad, dan kon zij haar achterlijf niet omhoog krullen. Kleine schilden bieden hier uitkomst.
Mocht het allemaal toch niet helpen, dan komt deel twee van haar verdediging op de proppen: zij stinkt. Zij heeft dan wel geen gif in de staart, maar wel kan zij een vloeistof naar haar aanvaller sp***en die eruitziet als melk en onnoemlijk stinkt. De geur van rottend vlees komt ineens op je af gesproeid. Nou, dan wil je wel achteruit wijken! En mocht een aanvaller hardleers zijn en toch te dichtbij komen, dan kan de Stinkende kortschildkever ook nog eens flink bijten. Haar beet is pijnlijk, maar niet giftig. Maar schrikken is het wel. Allerlei mechanismen om roofdieren en te nieuwsgierige mensen op afstand te houden.
Waarom zou je deze excentriekeling in je tuin of park willen hebben? Wel, de kever eet slakken en vliegenmaden en is daarmee een nuttig insect. Ook eet zij wel planten als deze half vergaan zijn.
Nu zou je denken dat de Stinkende kortschildkever weinig vijanden heeft, maar er is een dier in het Leijpark met een dikke huid, waar de beet niet snel doorheen komt en de stinkende vloeistof niet in doordringt: de pad. Padden zien de wereld in drie delen: Iets groter dan zijzelf is een vijand, iets van gelijke grootte een sekspartner en iets dat kleiner is, is eetbaar. Een simpele edoch best wel effectieve wijze van in het leven staan nietwaar? Zij verorberen menige Stinkende kortschildkever en haar larven. Die larven zijn geduchte roofdieren die hetzelfde menu hebben als hun ouders en ook die schorpioenachtige dreighouding aan kunnen nemen. Ze missen alleen wel de vleugels.
Het is een raadsel hoe de Stinkende kortschildkever overgegaan is tot het imiteren van de schorpioen, aangezien er in onze contreien geen schorpioenen leven. Toch moet dit gedrag ergens in een ver verleden gekopieerd zijn en als succesvol gedrag gebleven zijn. Wellicht komt de kever oorspronkelijk uit zuidelijkere delen van Europa; in Frankrijk leven schorpioenen en deze kevers naast elkaar.
En zo kwam ons landje aan haar eigen ‘schorpioen’, die eigenlijk niets anders doet dan alles en iedereen in de maling nemen. Zolang het werkt, gaat zij hiermee door. En elke dag bewijst zij dit: Jan en alleman stinkt er in!

2 juni 2026
02/06/2026

2 juni 2026

Adres

Professor Van Buchemlaan 2
Tilburg
5022KB

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Leijpark013 nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen