16/06/2026
In het Leijpark leven talloze insecten volgens het principe ‘eten of gegeten worden’. Genoemd naar het katachtige roofdier dat eveneens toeslaat vanuit een hinderlaag, troffen we de Gewone tijgervlieg aan. Op het eerste gezicht is het gewoon een grijsachtige vlieg. Maar ze heeft twee enorme wapens die haar een geduchte rover maken. Allereerst bezit zij over uitstekend zicht. Voortdurend speuren haar ogen naar prooien, vliegende insecten die binnen haar bereik bewegen. En dan, als zij eenmaal een keuze gemaakt heeft, schiet zij als een pijl uit een boog op haar beoogd slachtoffer af, met een topsnelheid van wel 36 meter per seconde. Je moet je voorstellen dat je binnen een seconden ineens zesendertig meter verder bent! De Gewone tijgervlieg plukt haar prooi uit de lucht en samen storten ze ter aarde. Eenmaal op de grond steekt de Gewone tijgervlieg haar zuigsnuit in de prooi en injecteert daar een goedje dat weefsel vloeibaar maakt. Ze maakt van haar onfortuinlijke slachtoffer letterlijk moes. De papperige substantie waarin de organen van de prooi, bijvoorbeeld een fruitvliegje, veranderd is, wordt met smaak opgeslobberd. En nu zou je denken: “Wat een engerd” maar tuinders zien de Gewone tijgervlieg maar wat graag komen. Veel insecten belagen immers gewassen in kassen en de Gewone tijgervlieg maakt er korte metten mee. Zij wordt dus als biologische bestrijding her en der ingezet.
Nu heeft de Gewone tijgervlieg ook kroost. Vliegenlarven die op zicht niet afwijken van andere vliegen, zoals de larven van huisvliegen en kamervliegen die ons in de zomermaanden veelvuldig komen plagen. Maar anders dan veel vliegenmaden die niks anders doen dan in een dood dier zich ongans vreten, zijn de larven van de Gewone tijgervlieg echte jagers. Net als slakken produceren regenwormen slijm. Zij doen dit om hun huid soepel en vochtig te houden en om makkelijk over de grond te kunnen glijden. Dit slijm echter is zichtbaar, ook voor andere insecten. Het vrouwtje van de Gewone tijgervlieg volgt de slijmsporen tot in de gangen van de regenwormen en wetende dat de wormen de gang meerdere malen gebruiken, legt ze ergens in dat gangetje eitjes. De vliegenlarven komen uit en al wat ze hoeven doen is te wachten tot er een regenworm langs gekropen komt en dan deze aan te vallen. Soms vallen ze het weekdier aan de buitenkant aan, maar als ze de kans krijgen dringen ze door in de regenworm. Eenmaal binnen, zijn ze door de worm niet langer te verwijderen en kunnen ze hun gastheer van binnen uit opeten. Vooral de lever, die rond de darmen van de worm in de buikholte ligt, schijnt erg lekker te zijn. Een gruwelijk lot voor de worm uiteraard, maar in de natuur is weinig compassie. Men zegt wel eens: het enige wrede wezen is de mens. Dit mag u even snel vergeten als u het verzonnen heeft. De mens is wellicht het enige wezen dat het concept ‘wreed’ als dusdanig kent. In de natuur is geen kleinzerigheid en zijn er geen gewetensbezwaren. Men eet of wordt gegeten.
De larve van de Gewone tijgervlieg heeft wel een probleem naarmate de worm verzwakt. Een regenworm bestaat uit meer dan 85 % uit water en zodra zij sterft, ‘smelt’ zij als het ware tot er niet meer dan een slijmerige substantie overblijft. En in dit slijm kunnen de larven van de Gewone tijgervlieg verdrinken, als ze niet opletten. Nu blijkt echter dat de larven door hebben dat wanneer zij de lever opgegeten hebben, de worm weldra zal sterven omdat hij geen gifstoffen meer uit zijn lijf kan filteren. Op dat moment verlaten de larven ‘het zinkend schip’ en gaan doodleuk achter een nieuwe regenworm aan, eigenlijk heel effectief. In de humuslaag, daar waar plantaardige resten volledig afgebroken zijn, veranderen de larven in po**en en daar komen de nieuwe Gewone tijgervliegen uit.
Zo leren we dat regenwormen zelfs in hun zelf gegraven gangen niet veilig zijn. De Gewone tijgervlieg is een roofdier optima forma, terwijl ze niets anders lijkt dan een grijze muis, eh.. vlieg. In het Leijpark is niets wat het lijkt.