25/03/2026
Op een rustige dinsdagavond, wanneer de straatlantaarns zacht beginnen te gloeien en de meeste mensen zich al richting bank of bed begeven, gebeurt er iets bijzonders in het buurthuis op de hoek. Daar verzamelen ze zich: Sjoelclub De Vrolijke Schuivers.
Allemaal een beetje oud, allemaal een beetje grijs — maar vergis je niet. Zodra de deur opengaat en de eerste sjoelbak op tafel wordt gezet, lijkt het alsof de jaren even verdwijnen.
“Zo dames, in de startblokken!” roept Truus, terwijl ze haar sjoelstenen netjes op een rij legt. Haar ogen twinkelen ondeugend. Naast haar zit Annie, die altijd een beetje vals speelt (maar alleen een héél klein beetje, zegt ze zelf).
De stenen glijden over de houten baan: schuif… tik tik… schuif.
Er wordt gelachen, geplaagd en soms zelfs een klein beetje gemopperd als een steen nét naast het goede vak belandt.
Maar het gaat hier niet om winnen.
“Gezelligheid staat voorop!” zegt Riet altijd streng, al kan ze het zelf ook niet laten om stiekem de punten bij te houden.
Halverwege de avond gebeurt er iets wat bij De Vrolijke Schuivers heel normaal is: iemand begint te zingen.
Eerst zachtjes.
Dan wat harder.
En voor je het weet zingt de hele club mee — soms een modern liedje dat ze nét kennen, soms een echte oude doos waar iedereen de woorden van weet, zelfs al zijn ze die net nog vergeten.
De stemmen zijn misschien een beetje krakerig, een beetje scheef hier en daar… maar o zo warm.
Er wordt geklapt, er wordt gelachen, en iemand roept:
“Nog eentje!”
En zo gaat de avond verder. Sjoelen, zingen, thee drinken met een koekje dat eigenlijk nét te groot is om netjes op te eten.
En als het dan tijd is om naar huis te gaan, blijven ze nog even hangen bij de deur.
“Tot volgende week hè?”
“Zeker weten.”
“Dinsdag weer, zelfde tijd.”
Buiten is het stil en koel, maar binnen hebben ze de hele avond warmte gemaakt.
Want bij Sjoelclub De Vrolijke Schuivers geldt maar één regel — en die houden ze altijd:
Het is echt genieten… met al die vrolijke, oude grieten 🌙✨