12/05/2026
“Om je voor alles te bedanken neem ik je mee naar de theatervoorstelling van Nasrdin Dchar.
En zo ging ik op een zonnige zondagmiddag met mijn lieve vriendin naar het theater, naar de voorstelling “Wat als…”
Veel wist ik niet over Nasrdin. Ik had hem weleens op tv gezien en wist dat hij regelmatig in het theater stond, maar daar bleef het bij.
En toen zat ik daar. In een zaal vol mensen, luisterend naar iemand die woorden gaf aan iets wat velen van ons kennen. Dat hoofd dat maar doorgaat. Gedachten die vooruitlopen op verlies, gevaar, ziekte, oorlog, falen. Het stille gevecht om rustig te blijven in een wereld die vaak allesbehalve rustig voelt.
Soms was het grappig. Soms pijnlijk herkenbaar. Maar vooral voelde het als iemand die hardop zei wat veel mensen vanbinnen met zich meedragen: wat als…
Terwijl ik werd meegenomen in zijn angsten, voelde ik dat het eigenlijk ging over iets groters: die diepe menselijke angst om grip te verliezen op het leven. Want wie is nou niet bezig met z’n gezondheid? Wie wordt niet geraakt door beelden van oorlog? Wie voelt niet iets knagen bij onrecht? Wie twijfelt niet aan de toekomst van de wereld?
En soms wordt alles zo veel, dat zelfs iets kleins te groot kan voelen. Dan sta je in de supermarkt, moe en vol in je hoofd, en kan een simpel pak vruchtenhagel ineens voelen als nóg een keuze die je niet kunt dragen.
Het was zijn verhaal, maar het bleef niet alleen van hem. Dit kennen we. Die angst die zich soms vastzet. Dat zoeken naar grip. Die gedachten die maar blijven komen, terwijl je ze lang niet altijd hardop durft uit te spreken.
Terwijl ik zat te kijken en luisteren, merkte ik dat er tranen over mijn wangen rolden. Niet omdat het alleen verdrietig was, maar omdat het iets raakte wat ik herkende.
Voor mij is mijn religie mijn grootste houvast. Iets om op terug te vallen wanneer mijn hoofd te vol wordt of de wereld te zwaar voelt. En daar ben ik immens dankbaar voor.
Nasrdin noemt het “het spookhuis in zijn hoofd”. Ik denk dat velen van ons zo’n plek vanbinnen hebben. Een plek waar je soms zomaar terechtkomt. Zonder moeite. Zonder uitnodiging. En waar de deur altijd open lijkt te staan.
Later zag ik Nasrdin in de ontvangsthal. Niet meer uitgelicht, niet meer gedragen door het podium. Gewoon een mens met een hoofd vol angsten, gedachten en vragen.
Angst maakt ons niet bijzonder, maar menselijk. En uiteindelijk gaan we allemaal, met ons eigen spookhuis vanbinnen, door dezelfde voordeur naar buiten.
Dankjewel lieve vriendin. Dankjewel Nasrdin.
En mocht jij de kans krijgen om “Wat als…” te zien, ga dan. Niet alleen voor het theater, maar voor die zeldzame herkenning van wat we als mensen vaak stil met ons meedragen.