17/07/2026
JEU DE BOULE KRETEN
KEN JE TEGENSTANDER
KEN ZIJN STREKEN (OOK ALS HIJ ZIJN HAREN AL HEEFT VERLOREN)
MAAR VOORAL BEGRIJP WAT HIJ ZEGT
OOK ALS HIJ PETANQUE VAKTAAL GEBRUIKT
Avant le point:
Het dichts bij het but liggen, in het
Nederlands ook wel "op punt liggen"
genoemd.
Bâtard:
Een punt dat niet goed, maar ook
niet slecht is. De tegenstander
twijfelt of hij de boule zal wegschieten.
Biberon:
Boule en but liggen tegen elkaar.
Boule:
Stalen bal waarmee gespeeld wordt.
Boules-baan:
Terrein waarop wordt gespeeld.
Bouledrome:
Overdekt boules-terrein.
But:
Houten balletje, ook wel cochonnet ('t varkentje') genoemd, waar je de boules
zo dicht mogelijk naartoe moet gooien.
Carreau:
De perfecte worp. Een boule van de tegenstander zó raken dat jouw boule zijn plaats inneemt.
Faire un devant:
'Boule devant, boule dárgent' zeggen ze in het Frans:
'Een boule ervoor is van zilver'.
Je kunt je boule het best vóór het but plaatsen.
F***y:
De uitdrukking 'De billen van F***y kussen' wordt gebruikt wanneer een equipe met 13-0 heeft verloren.
Volgens een legende uit de negentiende eeuw liet de
Franse F***y Dubraiand uit Lyon tegen betaling haar
billen zien aan de verliezers.
Mène:
Een werpronde (een partij bestaat uit een aantal mènes).
Milieu:
Speler die zowel kan 'plaatsen' als 'schieten'.
Pointer:
De boule zo dicht mogelijk naar het but laten rollen.
Pointeur:
Speler die zijn boules zo dicht mogelijk plaatst. Een plaatser.
Portée:
De boule met een grote boog werpen.
Een demi-portée is hetzelfde , maar dan met een kleinere boog.
Stries:
Groeven in de boule.
Hoe meer groeven, des te sneller de bal tot stilstand komt.
Tirer:
De boule van een ander wegschieten.
Tirer 'au fer':
Een boule in één keer op de boule van de tegenstander werpen.
Tireur:
Speler die de boules van de tegenstander wegschiet. Een schutter.