23/06/2021
Tour-kopman Steven Kruijswijk voelt nog weinig voor rol van mentor.
Hoe groot zijn schat aan ervaring ook is, Steven Kruijswijk voelt nog geen behoefte als een mentor te fungeren voor de aanstormende jeugd bij Jumbo-Visma. „Ik ben vooral bezig met mijn eigen prestaties, wil het zelf laten zien. Daarom heb ik eerder dit seizoen ook voor twee jaar verlengd”, benadrukt de Brabander die zaterdag in Brest aan zijn zesde Tour de France begint.
Op 7 juni werd Kruijswijk 34. Het zegt hem niets. Hij is fit, fris in het hoofd en minstens zo ambitieus als voorheen, ondanks een ’verloren coronajaar’. „Toen ik in 2019 derde werd in de Tour, hoorde ik al van mensen opmerkingen als ’best laat, op je 32e’ en ’hoe lang ga je nog door met fietsen?’ Ach, mijn leeftijd zit topprestaties nog niet in de weg”, meent hij.
Geel pakken
Ook niet na een voor hem extra beroerd wielerseizoen 2020, door hem weggezet als ’klotenjaar zonder referenties’. Een crash in de Dauphiné kostte Kruijswijk zijn plaats in de Tour-ploeg, en tot overmaat van ramp moest hij later de Giro d’Italia halverwege verlaten omdat hij op de eerste rustdag positief testte op corona. „Ik ben overal goed van hersteld. Voel dat ik de komende jaren onveranderd kan meedoen met de top en voor resultaten kan zorgen.” Wat deze Ronde van Frankrijk betreft: het doel is met Primoz Roglic het geel te pakken en dan zelf zo dicht mogelijk in de buurt van het podium te finishen.
Wetend dat er intussen genoeg jongere coureurs zich met raketsnelheid ontwikkelen tot pijlers van de kapitale Jumbo-formatie, maakt de geboren Nuenenaar zich geen zorgen over zijn positie. Met name Jonas Vingegaard (24) en de even oude Tobias Foss „Als de teamleiding me graag twee jaar langer houdt, is er vertrouwen in me. Ik zie ook dat er de afgelopen jaren een tendens is ontstaan dat jonge gasten er direct staan en meedoen op het hoogste niveau: heel anders dan in mijn beginperiode bij de profs.”
„Toen ik overkwam van de beloften werd me verteld: ’Kijk maar effe een jaar of twee hoe het gaat. Wat goed is komt wel’. Alles wat je presteerde, was oké. De ploegleiders bekeken wat voor type renner je was. ’Oh, een klimmer? Dan proberen we volgend jaar wat anders en doen we een stap extra’. Het proces nam meer tijd in beslag. Nu is het veel meer: wat goed is wordt gebruikt en ingezet. Jonge mannen worden net zo begeleid als onze toprenners.”
„Van meet af aan is bekend wie welk talent heeft, wat de mogelijkheden zijn, omdat men weet dat er een sterke motor in ligt. ’Die gaan we zo trainen, die zetten we daar in’, heel doelgericht. Bij mij was het helemaal nog niet zo gestructureerd. Destijds werd er gezegd: ’als er over vijf jaar een kopman wegvalt, kijken we wel welke rol je kunt oppakken’. Dat soort zaken is veel beter georganiseerd in onze ploeg. Er ligt voor de jonge gasten een meerjarenplan klaar en ze worden daarin stap voor stap verder gebracht, rekening houdend met hoe snel ze dat aan kunnen. De kansen worden benut.”
Ingewisseld
Geen beter voorbeeld dan in het tweede deel van de Ronde van Italië: George Bennett startte als de kopman van Jumbo, maar werd na enkele mindere dagen ingewisseld voor de jongere Foss. Kruijswijk: „Dat zal mij ook een keer gebeuren. Ik ben echter nu nog met mezelf bezig, niet met dat moment of de mogelijkheid dat ik me als een mentor opwerp voor de jongere generatie. Die wordt soms in het diepe gegooid en weet dan niet wat ze aan moet met de situatie. Tien dagen aan een stuk koersen bij de beloften is wel wat anders dan een grote ronde rijden. Dat breng je hen bij. Het draait voor mij in deze fase van mijn carrière echter om mijn eigen prestaties. Ik bereid me zo goed mogelijk voor op de Tour en de Vuelta, niet om per se als mentor van de ploeg jonge coureurs op sleeptouw te nemen.”