25/08/2026
Volgende week is de vakantieperiode ook hier in de regio weer voorbij en gaan we allemaal terug naar het normale ritme.
Maar is dat eigenlijk wel normaal?
Laten we alleen al naar het schoolsysteem kijken.
Er zijn momenteel naar schatting 70.000 kinderen die thuiszitten omdat het schoolsysteem voor hen niet werkt.
Helaas hebben wij hier zelf ook mee te maken. Timo heeft afgelopen schooljaar geen onderwijs gevolgd zoals het systeem dat van hem verwacht.
En natuurlijk maakt dat iets zichtbaar op persoonlijk gebied.
Maar als zoveel kinderen vastlopen, mogen we dan ook naar het systeem kijken?
Het is niet altijd het kind dat moet leren aanpassen.
Misschien laten deze kinderen ons wel zien dat het niet langer werkt zoals we het altijd hebben gedaan.
Generaties lang leerden we presteren, aanpassen, doorgaan en verantwoordelijkheid nemen.
Onze ouders leerden dit vaak zelf ook.
Maar waar leren kinderen om te voelen?
Om te ontspannen?
Om hun grenzen te herkennen?
Om te ontdekken waar hun verlangen ligt?
Om te voelen: “dit past bij mij” of juist “dit niet”?
Op school leren we ontzettend veel.
Taal. Rekenen. Engels. Biologie.
Allemaal waardevol.
Maar leren we kinderen ook hoe ze zichzelf leren kennen? Hoe ze met spanning omgaan? Hoe ze kunnen voelen wat voor hen klopt?
Ik zie gelukkig steeds meer volwassenen die zichzelf de vraag durven stellen:
“Maar wat wil ik eigenlijk?”
Niet alleen wat hun ouders verwachtten.
Niet alleen wat status geeft of goed verdient.
Maar: “Wat voelt voor mij als leven?”
Daar begint verandering.
Bij ons. Bij de keuzes die wij maken.
En bij de gesprekken die we met onze kinderen voeren.
Niet alleen: “Heb je je huiswerk af?”
Maar ook:
“Hoe was het vandaag voor jou?”
“Waar werd je blij van?”
“Wat heb je nodig?”
“Wanneer voelde je je helemaal jezelf?”
Ik wens dat onze kleinkinderen of achterkleinkinderen dit straks ook gewoon op school leren.
Dat voelen net zo normaal is als rekenen.
Dat ontspannen net zo belangrijk is als presteren.
Dat je grenzen leren kennen onderdeel is van opgroeien.
En misschien stellen we kinderen dan een veel belangrijkere vraag.
Niet: “Wat wil je later worden?”
Maar: “Wie wil jij zijn?”