26/01/2020
Onlangs kwam ik weer het Afrikaanse spreekwoord “It takes a village to raise a child” tegen. “Is dat niet enigszins overdreven?” vroeg ik mij in eerste instantie af. “Heb je wel een hele gemeenschap nodig om een kind groot te krijgen?”. Toen ik wat verder nadacht zag ik dat het eigenlijk wel klopt. Bij de geboorte komen er naast de ouders, ook verloskundigen en gynaecologen aan te pas. Als beide ouders werken gaat het kind naar de kinderopvang of gastouder en later de BSO, ook daar zijn er mensen met jouw kind bezig. Docenten en onderwijsassistenten om jouw kind iets te leren. Heeft jouw kind een taalachterstand dan ga je naar de logopedist. Een huisarts als jouw kind ziek is en fysiotherapie als er iets met de houding of spieren is. Maar ook sporten, muziek of andere hobby’s, uiteindelijk is er inderdaad een heel dorp bezig om samen met jou jouw kind groot te brengen: “It takes a village to raise a child”.
Maar wat als jouw kind tegen kleine dingen aanloopt? Geen grote ontwikkelingsachterstanden of stoornissen, maar het lastig vind om zich bijvoorbeeld op school staande te houden. Het moeilijk vind om contact te maken met andere kinderen. Zich onzeker voelt, faalangst heeft, snel verveelt is of moeilijk kan slapen omdat het ligt te piekeren. Wat dan? Als ouders weet je soms niet precies wat je moet zeggen, of zeg je in de ogen van jouw kind juist het verkeerde. Omdat jij nou eenmaal de ouder bent en kinderen niet alles zomaar van je aannemen. Dan is het opeens toch lastig om hulp te vragen. Terwijl misschien het toch ook vanzelfsprekend zou kunnen en mogen zijn. Bij dit soort vragen zou ik of een andere kindercoach kunnen helpen.