Stigma beïnvloedt de levens van velen mensen met ernstige psychische klachten, niet alleen doordat hierdoor hun mogelijkheden worden beperkt, maar ook omdat hun identiteit ernstig wordt beïnvloed. Er zijn aanwijzingen dat gestigmatiseerde identiteiten veranderd kunnen worden door gericht te werken aan de identiteit onder begeleiding van mensen die hun eigen ervaring met ernstige psychische klachte
n deskundig inzetten om anderen in hun herstel van identiteit te ondersteunen. Deze theorie wordt binnen het onderzoeksproject uitgewerkt en ontwikkeld tot een basistheorie. Vervolgens wordt op basis van de theorie een werkvorm/methode ontwikkeld die helpt om zelfstigma te verminderen. Dit, door de eigen identiteit gericht te onderzoeken, en indien gewenst te veranderen door gerichte oefeningen. In hoeverre ben ik verworden tot alleen mijn ziekte/symptomen? Hoe ziet mijn directe omgeving mij? De samenleving? Irene van de Giessen, winnaar van de VGZ Hersteleuroprijs in 2015, werd in 2013 ‘aangestoken’ door het boek van Jaap van der Stel over Zelfregulatie. Zelfregulatie en identiteit zijn leidende woorden in het boek van Jaap van der Stel en in de wijze waarop Irene van de Giessen herstel in de dagelijkse werkelijkheid handen en voeten geeft. Hier ontmoeten theorie en praktijk elkaar. Van der Stel en Van de Giessen hielden in 2013 al samen een voordracht voor het Rehabilitatie Congres (2013). Het samengaan van theorie en praktijk in hun gezamenlijke presentatie werd daar zeer goed ontvangen. Intussen is Irene van de Giessen verder met haar theorievorming. Na overleg met Ellen Spanjers (‘Een steekje los’) heeft Irene besloten dat zij middels een onderzoek subsidie uit het fonds antistigma een onderzoek zou willen doen naar de geldigheid van haar eigen theorieën en die van anderen over identiteit en zelfregulatie en een methode zou willen ontwikkelen om deze theorieën toepasbaar te maken voor een brede doelgroep. Het doel van het project 'Identiteit en Zelfregulatie' is om een basistheorie en bijbehorende methode/werkvorm te ontwikkelen die zelfstigma op een vriendelijke en laagdrempelige manier zichtbaar en bespreekbaar maken. De methode gaat mensen handvatten geven te werken aan (zelf)stigma door het uitdiepen van de eigen identiteit in relatie tot de ander en onderzoeken van kansen in zelfregulatie. De methode/werkvorm zal breed toepasbaar (laagdrempelig) gemaakt worden voor de doelgroep. Vijf elementen zullen (waarschijnlijk) terugkomen in de methode/werkvorm:
- Ruimtelijke aspecten van het zelf
- De manier waarop iemand zichzelf waarneemt - - De manier waarop iemand voor zichzelf zorgt
- De manier waarop iemand met zichzelf omgaat
- De manier waarop je voor jezelf opkomt
De basis voor de methode/werkvorm is al gedetailleerd uitgewerkt in sheets/kaartjes. Theorie en methode worden laagdrempelig en toegankelijk gemaakt middels een (nog te ontwikkelen) spelvorm, App, of een variatie daarop. De werkvorm is resultaat van het onderzoeksproject en wordt dus voorafgaand aan het onderzoeksproject niet concreet benoemd om alle opties open te houden. In dialoog met stakeholders en beoogde en toekomstige gebruikers wordt de methode/werkvorm getest en ontwikkeld. Mogelijk is het resultaat een totaal andere werkvorm dan aan het begin van het proces overdacht is. Het project houdt in dat gedurende het hele jaar 2016 geïnvesteerd wordt in studie, theorievorming, gespreksvoering, netwerkgesprekken met stakeholders, het uitproberen van werkvormen met proefpersonen, dialooggesprekken over identiteit met de doelgroep en stakeholders. Eerste fase: een startnotitie
De theorie van Jaap van der Stel en de bespiegelingen van Irene van de Giessen (destijds gevraagd door Jaap van der Stel en basis voor de duo-presentatie) worden gebundeld tot een startnotitie. In deze notitie wordt de theorie rond zelfregulatie en identiteit zo kort en duidelijk mogelijk weergegeven. Vooralsnog worden vijf aandachtsgebieden benoemd. Tweede fase: socratische dialooggesprekken
Irene van de Giessen werkt daarin samen met Klaartje Koenraad (Klaverblad Zeeland). Zowel Irene als Klaartje hebben een opleiding tot socratisch gespreksleider afgerond. Irene bij Hans Bolten training. Klaartje bij de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden (Eidoskoop/Jos Kessels). Het doel van de dialooggesprekken om aan die één ervaring van Irene van de Giessen, veel meer persoonlijke ervaringen met persoonlijk herstel en identiteit toe te voegen. Filosofische onderzoeksvragen die mogelijk in de dialooggroepen naar boven komen zijn: Waaruit bestaat de identiteit van een mens, hoe leven wij als mens, hoe kun je (je)zelf verliezen, hoe ziet verlies van vertrouwen in jezelf eruit, of hele andere vragen die op dat moment opduiken. De dialooggesprekken dienen zeer goed voorbereid te worden door de gespreksleider. In eerste instantie zal dit Klaartje Koenraad zijn. Ondersteuning daarbij van een notulist is noodzakelijk. Het is belangrijk dat de letterlijk uitgesproken teksten van de dialoogdeelnemers worden opgeschreven, omdat deze letterlijke teksten de input kunnen zijn voor de te ontwikkelen werkvorm. Vanwege een zorgvuldige voorbereiding starten we met een proefdialoog met mensen uit het eigen netwerk van Irene en Klaartje. Daarna volgen vier dialoogsessies met mensen uit die met psychische klachten kampen en hiervoor in behandeling zijn (geweest) en die willen werken aan hun (zelf)stigma. Een groep bestaat uit maximaal 8 mensen. Overwogen wordt om een á twee mensen aan te sluiten die vanuit een ander perspectief dan GGZ met functioneel herstel bezig zijn (geweest). Derde fase: De oogst aan ervaringen
De oogst aan ervaringen met identiteit en herstel, letterlijk opgetekend, worden gerelateerd aan de theorie van Jaap van der Stel en de eerste aanzet tot een werkvorm, met daarin vijf benoemde aandachtsgebieden, van Irene van de Giessen . Vragen in deze fase: zijn de vijf aandachtsgebieden juist benoemd? zijn het er meer, minder, andere? Kan de theorie van Jaap van der Stel gekoppeld worden aan de ervaringen van de dialoogdeelnemers, hoe? Gevraagd aan Jaap van der Stel te reflecteren op de ervaringen vanuit de eigen theorie. Aan het eind van deze fase dient een werkvorm te zijn ontstaan uit de theorie, de oorspronkelijke basis voor de werkvorm, en de oogst uit de dialooggesprekken. Vierde fase: Verdieping
In deze fase willen we komen tot de definitieve werkvorm die aan de ene kant bewustwording brengt van de maatschappelijke stigma’s die mensen met een psychiatrische beperking hebben geïncorporeerd en aan de andere kant vrije ruimte en positieve energie creëert om aan het herstel van het ‘zelf’ te werken. De soms hol gebezigde begrippen eigen kracht/empowerment/zelfregie zijn intussen door de dialoogdeelnemers gevuld met inhoud, ervaring. Zo krijgen de abstracte begrippen meer zeggingskracht omdat zij een link krijgen naar ervaringsverhalen. Een theorie zonder ervaringsverhalen heeft net zo weinig kracht als ervaringsverhalen zonder theorie. Het vermengen van theorie en praktijk en elkaar ondersteunen in het vullen van abstracte begrippen met inhoud maakt dat wij met elkaar in gesprek komen. Dit houdt direct ook de grote toepasbaarheid in. Een werkvorm die breed kan worden toegepast en ingezet kan worden in het sociaal domein voor gespreksvoering met mensen met en zonder psychiatrische achtergrond, ambtenaar, social workers enz. enz. De werkvorm wordt in deze fase in een 5-tal sessies uitgetest met mensen uit de doelgroep. Aan het eind van de vierde fase ligt er een theorie die getoetst is aan ervaringen en toegankelijk opgeschreven. En er is een werkvorm ontwikkeld die het thema identiteit en zelfregulatie op een positieve, toegankelijke manier bespreekbaar maakt voor een brede doelgroep.