18/08/2026
Afvallen en vetverlies is niet altijd hetzelfde…
En er zit zelfs verschil tussen vetverlies en vetverlies.
De aanpak die je van 25% naar 15% lichaamsvet brengt is vaak niet dezelfde aanpak die je naar 10% of minder brengt. (% even voor mannen, bij vrouwen is dit zo’n allemaal zo’n 5-10% hoger)
Verder zijn er natuurlijk individuele verschillen. Een aanpak die voor je buurman werkt, hoeft absoluut niet voor jou te werken.
En er komt nog meer bij vetverlies kijken, namelijk ook…
Metabole aanpassingen: de macronutriënten hebben invloed op energie-inname en energieverbruik, hierdoor is vetverlies niet altijd gelijk aan je calorievermindering.
En je fysiologie verandert naarmate je vet verliest. Hoe slanker je wordt, hoe moeilijker het wordt om vet te verliezen en hoe sneller je spier verliest.
Voordat we hier verder induiken, moet je eerst weten welke soorten vet er zijn:
• Essentieel vet: onmisbaar om te overleven. Voor mannen zo’n 3%, voor vrouwen zo’n 9-12% (vrouwen hoger vanwege voortplantings- en hormonale functies).
• Bruin vetweefsel: bevat ijzerrijke mitochondriën en produceert warmte wat energieverbruik en calorieverbranding verhoogt. Volwassenen hebben kleine reserves, vooral rond schouderbladen en nek.
• Onderhuids vet: vet onder de huid, het grootste deel van het lichaamsvet. Verbergt je spierdefinitie. Te veel hiervan kan leiden tot ontstekingen en insulineresistentie. Onderhuids zitten 2 soorten vet, hardnekkig vet en gewoon vet.
• Visceraal vet: dit vind je in de buikholte rondom vitale organen zoals lever, maag en darmen. Te veel visceraal vet is gelinkt aan verhoogd risico op chronische ziekten als hart- en vaatziekten en diabetes. Je tailleomtrek en taille-heupverhouding zijn hierdoor goede voorspellers van gezondheidsrisico’s.
• Intramusculaire triglyceriden: dit is vet binnen skeletspiervezels. Dit is een direct beschikbare energiebron tijdens inspanning. Te veel hiervan is vooral risico voor mensen die veel zitten, met overgewicht.