09/04/2026
Afvallen en vetverlies is niet altijd hetzelfde…
En er zit zelfs verschil tussen vetverlies en vetverlies.
De aanpak die je van 25% naar 15% lichaamsvet brengt is vaak niet dezelfde aanpak die je naar 10% of minder brengt. (% even voor mannen, bij vrouwen is dit zo’n allemaal zo’n 5-10% hoger)
Verder zijn er natuurlijk individuele verschillen. Een aanpak die voor je buurman werkt, hoeft absoluut niet voor jou te werken.
En er komt nog meer bij vetverlies kijken, namelijk ook…
Metabole aanpassingen: de macronutriënten hebben invloed op energie-inname en energieverbruik, hierdoor is vetverlies niet altijd gelijk aan je calorievermindering.
En je fysiologie verandert naarmate je vet verliest. Hoe slanker je wordt, hoe moeilijker het wordt om vet te verliezen en hoe sneller je spier verliest.
Voordat we hier verder induiken, moet je eerst weten welke soorten vet er zijn:
• Essentieel vet: onmisbaar om te overleven. Voor mannen zo’n 3%, voor vrouwen zo’n 9-12% (vrouwen hoger vanwege voortplantings- en hormonale functies).
• Bruin vetweefsel: bevat ijzerrijke mitochondriën en produceert warmte wat energieverbruik en calorieverbranding verhoogt. Volwassenen hebben kleine reserves, vooral rond schouderbladen en nek.
• Onderhuids vet: vet onder de huid, het grootste deel van het lichaamsvet. Verbergt je spierdefinitie. Te veel hiervan kan leiden tot ontstekingen en insulineresistentie. Onderhuids zitten 2 soorten vet, hardnekkig vet en gewoon vet.
• Visceraal vet: dit vind je in de buikholte rondom vitale organen zoals lever, maag en darmen. Te veel visceraal vet is gelinkt aan verhoogd risico op chronische ziekten als hart- en vaatziekten en diabetes. Je tailleomtrek en taille-heupverhouding zijn hierdoor goede voorspellers van gezondheidsrisico’s.
• Intramusculaire triglyceriden: dit is vet binnen skeletspiervezels. Dit is een direct beschikbare energiebron tijdens inspanning. Te veel hiervan is vooral risico voor mensen die veel zitten, met overgewicht.
Het verliezen van dat vet, dat is een proces van 3 stappen:
1. Mobilisatie
2. Transport
3. Oxidatie
In de eerste stap worden vrije vetzuren vrijgegeven in de bloedbaan, hiervoor is inspanning belangrijk. Zowel hoge als lage intensiteitsoefeningen spelen hierin een rol.
Als die vetzuren zijn vrijgegeven, moeten ze nog naar de spieren of lever worden getransporteerd om als brandstof te worden verbrand. Hiervoor is goede doorbloeding cruciaal.
De laatste stap is de oxidatie van vet, hierbij wordt het vetzuur getransporteerd naar weefsel en in de mitochondriën gebracht. Vanaf hier verlies je het met name via je adem.
Van alle soorten vet is visceraal vet het makkelijkst te mobiliseren en transporteren vanwege de goede doorbloeding. Dit is daarom meestal het eerste vet dat je verliest bij een afvaltraject.
Van 25% naar 15% lichaamsvet verlies je vaak vooral visceraal vet.
Hierdoor zie je bijvoorbeeld vaak transformaties waarin je maar een paar kilo verliest…
En toch vliegen de centimeters rondom navel en heup eraf.
Maar dan lopen veel mensen ineens vast…
Er blijft een laagje vet over. Vaak vooral rondom heupen en dijen, want hier is veel lagere doorbloeding en wordt de mobilisatie en transport van vet moeilijker. Bij mannen zien we dit probleem vaak bij het wegkrijgen van het laatste deel van het buikje.
Om onder de 15% komen krijgen we te maken met hardnekkiger vet
Maar wat vooral belangrijk is voor nu, is: hoe ga je de mobilisatie en transport ook op die hardnekkigere plekken verbeteren? Daarbij speelt als je goed hebt opgelet doorbloeding dus een belangrijke rol.
Je moet de lipolytische weerstand (voor mobilisatie) zien te overwinnen.
Hiervoor is beweging belangrijk…
… maar niet zomaar beweging.
Om de lipolytische weerstand te doorbreken kan het nodig zijn om boven de 70% van je VO2max uit te komen. (VO2max = het maximale volume aan zuurstof dat je lichaam kan opnemen en gebruiken tijdens inspanning)
Daarom is het op een slimme manier implementeren van hele hoge intensiteit cardio (+80% VO2max) op een bepaald punt van je vetverliesfase een hele krachtige tool.
Dit moet vervolgens wel opgevolgd worden door een lage intensiteit oefening om het vet na mobilisatie en transport ook te laten oxideren, zodat het niet weer gewoon opnieuw wordt opgenomen.
En eerlijk is eerlijk, om dit echt goed vorm te geven is een vrij complex verhaal.
Er komt veel bij kijken vanuit het managen van vermoeidheid en herstel, het zorgen dat receptoren gevoelig genoeg blijven, een slim dieet (in zulke gevallen vaak: hoog vet, laag koolhydraat -> maar alleen als je hier goed op reageert).
Ook het wel of niet toepassen van die hoge intensiteit cardio is afhankelijk van de fitheid. Ontbreekt die fitheid, wil je meer gaan kijken naar alternatieve protocollen.
Zoals je ziet is het zoals altijd niet helemaal zwart/wit, het beste protocol is afhankelijk van jouw situatie.
Waarom plannen die eerst werkten ineens niet meer werken…
En waarom dat laatste stukje hardnekkig vet verliezen ineens zo anders gaat dan dat eerste vet dat er zo af leek te smelten.
Uiteindelijk blijft een calorietekort altijd leidend, maar er kunnen dus extra tactieken toegepast worden voor dat laatste duwtje in de rug. Als je dit slim toepast kun je plateaus hiermee doorbreken.