16/09/2026
Het uitloden en loodzetting.
Het is bij het uitloden van de tuigen van groot belang dat je volgens een vast systeem werkt en niet zomaar iets doet.
Dit werkt veel makkelijker en uiteindelijk komt dit allemaal ten goede van de aasaanbieding waar het tenslotte om gaat.
Op de eerste plaats wil ik het hebben over de tuigen voor de kanaalvisserij.
Ik denk dat ik één van de eerste vissers in Nederland was die afstapte van het gebruik van druppelloodjes en uitsluitend korrellood gebruikte. Dit omdat ik vond dat druppellood diverse nadelen had.
Vanaf die tijd, ik denk bijna 30 jaar geleden werk ik met het volgende systeem, mijn bulk lood bestaat uit 6 loodjes (soms ook 5 of 7), en hiernaast gebruik ik 4 valloodjes.
Het gewicht van deze valloodjes is zeer belangrijk voor je aasaanbieding en beet registratie. Hier de valloodjes die ik gebruik bij de diverse dobbergewichten:
0.4 t/m 0.6. Nr 11
0.8 t/m 1.25. Nr 10
1.5 t/m 2. Nr 9
3 gr. Nr 8
4 gr nr 7
Enzv.
Gebruik steeds kleine loodjes om je dobberantenne precies af te stellen en plaats deze altijd boven het bulklood, het liefst een paar i.p.v. ééntje omdat je zo door een loodje te verwijderen of bij te plaatsen te dobber perfect kan afstellen.
Om te zorgen dat het lood mooi geconcentreerd op de nylon zit is het belangrijk om goed lood te gebruiken.
Zet het lood altijd met een goed tangetje op de nylon, mijn favoriet blijft de oude stylloodtang voor maten tot nr 4, voor grotere maten een goed tangetje met een platte bek.
Knijp het lood altijd helemaal dicht en knijp vervolgens boven op de gleuf om zo het lood weer te kunnen verschuiven.
Nu wil ik even terugkomen over het gebruik van druppellood. Zoal ik eerder schreef ben ik er zo'n 30 jaar geleden al vanaf gestapt, maar er komt nu een maar !
Door mijn werk kreeg ik een aantal jaren geleden de eerste samples van druppellood gemaakt van tungsten te zien, en dit was ongelofelijk. Inmiddels hebben wij deze nog verbeterd en zijn ze al een tijd op de markt.
Deze druppelloodjes zijn meer dan 35% kleiner dan een druppelloodje uit echt lood (als het geen echt lood is dan is het verschil nog groter).
En het voordeel van zo'n klein druppelloodje op stromendwater is zo groot is dat ik voor mijn tuigen vanaf 2 gr deze nu gebruik.
Inmiddels heb ik gezien dat ook in dit tungsten weer veel kwaliteitverschil zit en wil ikzelf dan ook alleen die gebruiken wat ook absolut het kleinste volume hebben.
Mijn uitloding ziet er met een druppellood zo uit:
• De 4 valloodjes zoals eerder beschreven.
• Ik zet het druppellood vast met maximaal 3 loodjes eronder en minimaal 1 erboven.
En daarboven ook de kleine loodjes om de antenne af te stellen.
De loodzetting.
Daar is geen standaard antwoord op te geven, want bij de loodzetting is het vaak aanpassen aan de omstandigheden.
Maar er zijn wel door de jarenheen loodzettingen die ik steeds het meeste heb gebruikt en daar geef ik een aantal voorbeelden, daarbij is de lengte van de onderlijn een belangrijk onderdeel.
Onderlijn 15cm:
Deze voor een natuurlijke aasaanbieding: Eerste loodje 15cm-12,5-10-7,5-5 bulk.
Voor kleinere vis:
Eerste loodje 15cm-10-5 bulk
Bij het missen van beten, het loodje wat op 10cm staat bij het loodje schuiven wat op 15cm staat.
Onderlijn 20cm:
Natuurlijke aasaanbieding:
Eerste loodje 20cm-17,5-15-10-7,5 bulk
Voor een stille aanbieding voor brasem, en vissend met een overdiepte van 25cm:
Eerste loodje 20cm-15-12,5 bulk, eventueel twee loodjes op 15cm zetten.
Het zijn slecht een paar voorbeelden, maar waar je wel op veel plaatsen mee uit de voeten kan.
De vier valloodjes zijn dus belangrijk om de diverse loodzettingen mogelijk te maken.
En ik hoop dat de meest vragen over uitloden en loodzettingen bij deze zijn beantwoord.