17/03/2026
“𝐙𝐞 𝐳𝐢𝐣𝐧 𝐞𝐫 𝐰𝐞𝐥, 𝐣𝐞 𝐡𝐨𝐨𝐫𝐭 𝐳𝐞 𝐧𝐢𝐞𝐭.”
Zo klonk het eergisteren vanuit het uitvak. Misschien had Utreg zich beter moeten afvragen: zijn ze er wel? Of hoor je ze daarom niet?
De laatste seizoenen zien wij op VAK-P en de tribunes daaromheen een sfeer die langzaam uitgaat als een nachtkaars. Tegelijkertijd zien we steeds meer lege plekken op de plekken waar de steun juist vandaan zou moeten komen.
De verantwoordelijkheid die je op een sfeertribune hebt, want die héb je, wordt steeds minder gedragen. Fanatisme wordt ingeruild voor cynisme. Als jouw buurman een keer hard zingt omdat jij je bek houdt, wordt hij lachend aangekeken. Waar is je verantwoordelijkheidsgevoel?
VAK-P is een sfeertribune. Een plek waar je staat omdat je de club 90 minuten lang vol gas wilt ondersteunen. Sfeer ontstaat niet vanzelf en wordt niet door een paar man gemaakt. Sfeer draag je met elkaar.
Heb jij dat verantwoordelijkheidsgevoel niet, en wil je geen bijdrage leveren aan de steun die onze club nodig heeft? Maak dan ruimte op VAK-P voor iemand die dat wél wil.
Vraag jezelf eens af waarom elke uitwedstrijd aanvoelt zoals een thuiswedstrijd hóórt te voelen. De standaardreactie: “je hoort het uitvak wel weer goed hè”, is eigenlijk pijnlijk. Bij uitwedstrijden van Twente is het uitvak 90 minuten hoorbaar, omdat daar iedereen begrijpt dat ze moeten leveren. En waarschijnlijk ook omdat jij daar niet bent.
Wij waren van oudsher een publiek waar chaos vanaf kwam. Een stadion dat je voelde, hoorde en zag. Tegenstanders wisten dat ook. Een uitsupporter schreef ooit na een wedstrijd in Enschede:
“Het Twente-publiek met 13.000 kelen en die verdomde trommels klinken oorverdovend in mijn oortjes… De angst kruipt langzaam in mijn velletje terug. Weer die snelle aanvallen van Twente… Waar halen ze toch verdomme die energie vandaan, vraag ik mij af? Maar dát hoef ik eigenlijk niet af te vragen. Kijk maar eens rond, luister maar eens! Die voortdurende drums met hun eigen ritme, die aanmoedigende koren uit 13.000 kelen! Verdomme jongens, jullie staan áchter! Waarom zwijgen jullie niet?”
Zo werden wij ooit gezien.
En zo moeten wij weer worden.