10/01/2021
Mijn vorige bericht ging over hoeveel kcal per dag moet je nu innemen op een dag dat je niet sport en wat mag je extra nemen op een dag dat je wel een uur sport.
De wollige uitspraak 'ieder pondje gaat door het mondje' geldt ook voor sporters. Ik lees vaak genoeg dat sporters regelmatig sporten en niet begrijpen waarom ze zwaarder worden. 99 van de 100 keer omdat ze gewoon teveel eten, zeker na het sporten. Na een uur sporten moet je vocht aanvullen maar koolhydraten of extra eiwitten zijn echt niet nodig. Na een training voor een marathon is dat een heel ander verhaal maar dan verbrand je ook veel meer kcal dan lekker hobbelen op één uur door het park.
Stel dat je toch wil afvallen, hoe werkt dat dan?
Koolhydraten, eiwitten en vetten kennen elk hun eigen aantal kcal.
1 gram koolhydraat of eiwit leveren beiden 4 kcal energie.
In vet daarentegen zit 2x zoveel energie namelijk 9 kcal per gram vet.
Dus als ik 1 kg lichaamsvet wil afvallen staat dat gelijk aan 9.000 kcal?
Nee!
Omdat 1 kg lichaamsvet uit ong 85% vet bestaat en de rest uit vocht.
De meeste sportdiëtisten rekenen daarom met 1 kg lichaamsvet staat gelijk aan 7.500 tot 7.800 kcal.
Hoe werkt dat in de praktijk?
Stelregel is dat als je gezond en verantwoord wilt afvallen je niet meer dan 20% van je totaal kcal per dag verminderd.
Ik weeg 92 kilo en wil naar 70 kg. Dan moet ik dus 22 kg afvallen.
Dat kan niet in één maand. Maar een jaar wil ik er ook niet over doen. Dus kies ik voor een strakke planning van 6 maanden.
Ik reken even voor het gemak met de 7.500 kcal per kg lichaamsvet.
22 kg overgewicht x 7.500 kcal geeft dus 165.000 kcal die ik moet minderen over een periode van 6 maanden.
Lekker getal hè 165.000 kcal. Geeft de burger moed :-)
165.000 kcal gedeeld door 6 maanden gedeeld door gemiddeld 30 dagen per maand = 916,66 kcal per dag afgerond 915 kcal per dag verminderen.
Dat is bijna 1.000 kcal per dag!
De stelregel was niet meer dan 20% minder - mijn daggemiddelde op een reguliere dag ligt op 2.145 kcal per dag. Verantwoord is dus 429 kcal minder. Ik houd van afgeronde getallen dus laten we het zetten op 400 kcal per dag.
Waar komt dan de resterende 500 kcal vandaan?
TIP: Maak een combinatie van minder kcal innemen en extra kcal verbruiken met sporten.
Als ik nu één uur hardloop levert me dat een MET waarde van 579 kcal op. Even voor de berekening afgerond op 575 kcal.
Stel ik ga voor de 400 kcal minder per dag minder eten.
400 x 30 dagen x 6 maanden = 72.000 kcal.
1 DL van één uur extra per week = 575 kcal
575 x 4 weken x 6 maanden 13.800 kcal
72.000 kcal + 13.800 kcal = 85.800 kcal. Maar ik moest bijna het dubbele: 165.000 kcal verbruiken wil ik verantwoord de 22 kilo afvallen. Dat geeft dus ook meteen aan waarom afvallen zo ontzettend moeilijk is als je dit soort gewicht wil verliezen.
Wat nu?
In een normale week heb ik 2 x hardlooptraining en 1 x duurloop.
De reguliere hardlooptraining heeft een kern die vaak niet meer dan 30-45 min is dus extreem gerekend telt dat als 1 x een uur hardlopen vanuit twee trainingen en 1 x duurloop die wel rond het uur ligt.
2x per week 30 min hardlooptraining en een uur duurloop kom ik op 2 uur per week.
Laat ik eens mee gaan rekenen:
Stap 1: 400 kcal x 30 dagen x 6 maanden = 72.000 kcal.
Stap 2: 2 hardlooptrainingen + 1 x DL = 2 uur hardlopen per week (575 kcal per keer)
575 x 2 per week x 4 weken x 6 maanden = 27.600
72.000 kcal + 27.600 kcal = 99.600 kcal.
Kom nog steeds ruim 65.000 kcal te kort.
Dus of een 4e training per week toevoegen waarmee ik er ook niet mee kom of zelfs 5 of 6x per week trainen is niet realistisch.
Meer dan de 400 kcal per dag minder eten niet niet gezond dus het proces moet langer dan 6 maanden duren.
Stap 1: 400 kcal x 30 dagen x 8 maanden = 96.000 kcal
Stap 2: 2 uur hardlopen per week (verdeeld over 2 trainingen + 1 duurloop)
575 x 2 uur per week x 4 weken x 8 maanden = 36.800 kcal
96.000 kcal + 36.800 kcal = 132.800 kcal
Dan zitten we al een heel eind in de goede richting.
En dat betekent 8 maanden lang elke dag 400 kcal minder innemen en elke week 2 uur hardlopen verdeeld over 3 momenten.
LET OP: dit zijn gemiddelde getallen, elk mens en elk lichaam is anders.