Eigenwize coaching

Eigenwize coaching Als senior systemisch EFT-, lifecoach werk ik graag met jou. Geen wollige taal maar met eerlijke spiegels vindt jij jouw eigen(wize) pad. Wêz Wolkom!

Met > 5.000 opstellingen op mijn naam heb ik inmiddels een scherp oog voor wat er écht onder de oppervlakte speelt. Mijn hart is uit t juiste hout gesneden. Mijn tongriem kan confronteren. Mijn ogen kijken waar je schoenen lopen. Mijn oren horen de boodschap achter het verhaal. Ik ruik waar de adders onder het gras leven. Mijn lijf voelt tot hoever ik mag gaan. Als ik mij onvoorwaardelijk overgeef

aan het moment ontstaan de mooiste openingen. Zo kom ik vaak op Eigenwize,
op mijn eigen pootjes terecht. Ik ben open, eerlijk en bezit wat zelfspot. Problemen zie ik graag als uitdaging. Ik hou van het zoeken naar onverwachte kansen. Rijna van der Vlugt

14/05/2026

Hoe aanname in het verkeerde keelgat kan schieten. Nieuw vertelsel van coaching, , ,

Loederdag "Ze denkt toch niet dat ik iets voor haar maak?"Hij zit boos & gefrustreerd naast mij.School belde. Een ontplo...
13/05/2026

Loederdag
"Ze denkt toch niet dat ik iets voor haar maak?"

Hij zit boos & gefrustreerd naast mij.
School belde. Een ontploffing met rondvliegende knutsels en fruit is de aanleiding.

Samen wachten we op juf. De woede is nog niet gedaald. Ik heb afgesproken dat wij eerst samen afkoeltijd krijgen.
Zo zitten we stil starend naar het schilderij aan de muur.

Niks in hem beweegt of maakt geluid.
Het enige wat ik kan waarnemen is zijn geïrriteerde, niet controleerbare ademhaling. Boos! Het hele scheldarsenaal wat wij kennen kwam er vandaag op school uit.

Ik wacht tot het lichaam ontspant.
Tot hij initiatief toont. Het begint met rustiger ademhalen. Een voorzichtige wiebel op de stoel. Tot ie merkt dat de stoel kan draaien.

Voor ik t weet is alles in beweging, hij en stoel. Ik laat het even dan pak ik de leuning vast. "He, wat doe je?" Een schok gaat door het lijf. " Oh, jij bent t."

"Ja ik ben er," zeg ik rustig.
"Fijn, dan kun jij mooi met juf praten."
" uhm... waarover ga ik met juf praten dan?" "Nou ik zeg sorry en jij zegt dat ik géén moederdagcadeau ga maken."
"Uhm... ik zou t graag anders afspreken. Ik ben niet boos geworden of gaan gooien met spullen door de klas."
" Daar zeg ik sorry voor, de rest doe jij!"

"Je weet dat het bij ons niet zo werkt. Ik ben er als hulp, maar jij verteld wat je dwars zit."
"Nou zeg, je kan t ook gewoon vóór mij doen."
"Nee ik kan t alleen samen met je doen.
Wil je vertellen waar we elkaar kunnen helpen?"

De stilte vult de ruimte tijdens het innerlijke gevecht. Want spreken over gevoelens dat doet ie nog steeds liever niet. Altijd bang voor afwijzing.

Een zichtbare tweestrijd wordt naast mij gestreden. Wiebelen,draaien, opstaan, toch weer zitten en opnieuw.
"Oké dan. Ik wil dat je juf verteld dat ik geen moederdagcadeau maak voor dat loeder. Ik wil maar één cadeau maken en die is voor jou."

"Het is prima wat jij wilt. We gaan juf vertellen dat jij geen moederdagcadeau maakt voor mama. Mag ik daarbij vertellen dat dit je te veel pijn doet omdat je nog niet weet hoe je wel moederdag kan vieren met mama?"

"Ja want t is net als met kaartjes sturen dat lukt mij niet. Al fluisterend komt erachteraan; "omdat ik mama lief vindt en t niet leuk vind dat ik niet bij haar woon."

We gaan t gesprek in. Hij verteld uiteindelijk alles zelf. De juf heeft het schaamrood op de kaken. "Och jongen ik dacht je te helpen door aan beide moeders te denken."

"Dat had juf dus mooi fout." Hij floept t eruit. Kruipt in zijn schulp want dit zijn de momenten dat het verkeerd gaat.
Juf kijkt m aan " Ja jongen je hebt gelijk. Juf zat fout. Ik dacht dat ik t mooi oploste. Maar het bleek verkeerd. Juf vergat te praten en te vragen wat je nodig hebt. Sorry daarvoor."

"Dankjewel en t is niet zo erg." Iedereen doet weleens fout zeggen heit en mem."

Samen maken ze afspraken over hoe ze het voortaan gaan doen. En ik, ik zit ervoor spek en bonen bij. Want hij dopt dit boontje zelf en daar ben ik enorm trots op.

Tussen de bami en dodenherdenking doorDe schop ging de grond in.Niet één keer. Gewoon door. Alsof doorgaan het enige is ...
06/05/2026

Tussen de bami en dodenherdenking door

De schop ging de grond in.
Niet één keer. Gewoon door. Alsof doorgaan het enige is wat kan.

Negen jaar geleden kwam je binnen als kleine meid. Al snel lag je in de kinderwagen. Je hoorde er al snel bij. En dat wist je. Je veroverde harten alsof het niks is. Over het parkeerterrein paradeerden ze met je alsof je een trofee was. Eerlijk... dat was je ook.

Elke schoot werd van jou.
Geen overleg of vraag, gewoon zitten.
Alles wat op de grond lag? Voor jou! Ook zonder toestemming. Jouw systeem was daar helder in.

Je groeide groot. En met jou de liefde voor de medemens. Altijd rennen naar het hek.
Iedereen begroeten alsof ze speciaal voor jou kwamen. Op camping precies hetzelfde.
Elke dag dezelfde mensen en elke dag:" Hé, nieuw!Kom maar hier!"

Dan de stille, andere kant. Zacht, vol liefde en aandacht.
Als het thuis moeilijk was...
Een kind het even niet redde...
Dan was jij er al.
Niet pratend of analiserend maar gewoon even een kroep.
Dicht tegen de ander aan.
Wachtend tot het lijf zakte.
Tot de adem weer rust vond.
Wie je dat leerde?
Niemand. Het maakte jou tot jou.
Jij droeg het gewoon.

Nu is t alleen maar rauw.
Niet mooi of rond maar AUW!
De tranen komen ergens tussen een lege plek op de vloer en een riem die er nog hangt.
Herinneringen vallen binnen zonder te kloppen.
Daar is de rauw van het rouwen.
Dat stemmetje dat zegt: “Kom op, het was maar een hond.”

Tegelijkertijd besef ik: "je was bedding. Voor ons en voor onze kinderen."
De laatste dagen waren zwaar.
Pijn. Ontkenning. Doorgaan zonder opgeven bleek jouw stijl, dus de onze werd het ook.

Tot de bami.
Alsof je lijf zei: "nu is het klaar."
Je ging liggen.
Ik mocht je niet meer aaien en dichtbij troosten.
Alleen op afstand.
Ik dank je voor alles en laat je gaan.
Een laatste aai over je stille lijf.
En jij… met een smile van oor tot oor… gewoon weg.
Alsof je nog één keer wilde zeggen: "het is goed zo."

Dank je wel, lieve, kleine kroepdoos.
Voor je trouw en je haarscherpe aanwezigheid.
Je eindeloze geduld met ons en onze kinderen.
Ren maar.
Daar waar geen hekken zijn.
High five van ons.
Wij huilen hier nog even.
Uiteraard lachen we tussendoor, want jij zou niets anders willen.
Dag lieve Floor. Tot ziens.

Hij zit daar. Klein lijf, grote strijd.Niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar vanbinnen woedt het. Een soort keuzemen...
01/04/2026

Hij zit daar. Klein lijf, grote strijd.

Niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar vanbinnen woedt het. Een soort keuzemenu waar geen goede knop op zit: pesten of gepest worden. Alsof hij moet kiezen wie hij verliest. De ander of zichzelf.

Op school gonst het.
Ze werken hard met en voor deze groep.
Blikken, grapjes, duwtjes die nét te hard zijn om per ongeluk te zijn. Hij ziet het allemaal. Sterker nog: hij voelt het al voordat het gebeurt. Zijn voelsprieten staan altijd aan. Niet omdat hij dat wil, maar omdat zijn systeem hem daar al lang geleden toe heeft gedwongen.
“Als ik meedoe, hoor ik erbij.”
“Als ik het niet doe, ben ik de volgende.”
Daar zit zijn knoop. Hij wil niet pesten. Zijn lijf verzet zich. Alsof er iets in hem zegt: dit ben jij niet. Tegelijk… wil hij ook niet alleen staan op dat plein waar de hiërarchie harder klinkt dan de bel.

Thuis zit een mem. Zoekend. Niet naar oplossingen die zijn al duizend keer de r***e gepasseerd maar naar woorden die geen kant kiezen.Neutraal, zacht, open. “Vertel eens,” zegt ze gemeend.
Geen oordeel. Geen snelle fix. Alleen ruimte.
Hij kijkt haar aan. Eerst wantrouwend. Dan een beetje minder. Langzaam begint hij te praten. Over wat hij ziet. Wie er bovenaan staat. Wie er onder hangt. Hoe snel rollen wisselen. Zijn observatievermogen is messcherp. Hij leest de groep alsof het een boek is dat niemand anders snapt.

Daar… precies dáár… zit zijn kracht.
Samen zoeken ze. Niet naar hoe hij harder moet worden, maar naar hoe hij kan blijven wie hij is én kan bewegen in de groep. Kleine stapjes. Een grap die niet snijdt. Een moment van naast iemand staan zonder jezelf te verliezen. Investeren in die ene jongen die ook net buiten de lijn valt. Niet groots. Wel echt. De juf ziet het. Mem voelt het.

En hij?Hij doet het.
Tijdens een klassegesprek. Vertellen over de dagelijkse buikpijn. Het naar school willen maar alleen op het laatste moment. Hij blijft vertellen, tot grote verbazing van de juf. Over geen pester willen zijn. Geen slachtoffer willen zijn. Niet de redder willen zijn van anderen. Die zichzelf en de ander goed genoeg vindt. Een jongen die kwetsbaar en open anders kiest, terwijl alles in hem weet hoe spannend dat is. “Wat heb jij dat knap gedaan,” zegt de juf.

Mem knikt. Trots.
Stil, en buigt met diep respect.
Dit had ze niet kunnen bedenken, laat staan durven aandragen.
En hij… glimlacht. Een beetje ongemakkelijk. Maar recht vanbinnen.

“Niet aankomen… niet aankomen…” hoor ik mezelf fluisteren terwijl mijn handen boven dat kleine lijfje blijven hangen.Een...
21/03/2026

“Niet aankomen… niet aankomen…” hoor ik mezelf fluisteren terwijl mijn handen boven dat kleine lijfje blijven hangen.
Een roodharig manneke. Anderhalf jaar oud. Zo klein, zó duidelijk in zijn grenzen. Aanraken is te veel. Verschonen een strijd. Alles moet strak, voorspelbaar, veilig. Liggen in overgave? Alleen als het niet anders kan. Zo kort mogelijk. Alsof zijn lijf zegt: "ik doe het wel zelf."

Contact maken… het lukt niet. Niet echt. Ik ben er wel, hij ook. Maar ergens ertussen zit een onzichtbare muur. Tot hij zichzelf ontdekt. Hij staat voor de spiegel. Klein, stevig op zijn benen en zijn hand glijdt over het glas, volgt de contouren van dat rode haar. Hij kijkt, en kijkt en nog een keer. Alsof hij een geheim probeert te ontrafelen. Hij buigt, kijkt achter de muur. Waar kom ik vandaan? lijkt zijn lijf te vragen.
Dan, voorzichtig, raakt hij zijn eigen hoofd aan.

“Hallo.” Hij zwaait. Niet naar mij. Naar zichzelf.
Ik schuif een beetje opzij, wil het vangen, vastleggen. “Oooh mem…” Zijn ogen zoeken. In de spiegel. Niet naast zich. Niet achter zich. In die andere wereld.Daar kies ik. Niet verstoren. Maar volgen. “Mem zwaaie.” Hij zwaait, wacht en kijkt; “Ik zwaaie.” Ik zwaai terug. In zijn wereld. Daar gebeurt het.

Voor het eerst in drie maanden… is er contact. Geen geforceerd nabij zijn. Geen aanraking die te veel is. Maar via het glas. Via zijn eigen spiegelbeeld. Recht de ziel in. Hij durft écht te kijken. Hij laat me dichterbij komen. 30 centimeter achter hem. Meer niet. Nog niet.
Nog één stapje… denk ik. Maar de magie breekt. Zoals dat gaat.

Er is iets geopend. De spiegel wordt onze brug. In winkelramen, in deuren, overal waar iets weerspiegelt, pak ik mijn kans. Heel even samen in één beeld. Tot, ergens tussen twee etalages in, zijn hand ineens de mijne vindt. Klein. Voorzichtig. Hij kijkt. Recht zijn lijf. En zegt: “Samen.”

"Mem, wie ga jij controleren?"De vraag valt midden op tafel, tussen de boterhammen en de glazen melk. Ik sta al half in ...
10/03/2026

"Mem, wie ga jij controleren?"

De vraag valt midden op tafel, tussen de boterhammen en de glazen melk. Ik sta al half in mijn jas, de autosleutels in mijn hand. Straks ga ik met beppe even weg. “Moet beppe gecontroleerd?” vraagt ze opnieuw, met grote ogen die proberen te begrijpen wat er zojuist is gezegd. Een van de andere kinderen kijkt op van haar bord. “Nee joh,” zegt ze rustig. “Mem gaat condoleren.”

“Dat zeg ik toch,” antwoordt de jongste vastberaden. “Mem gaat met beppe controleren.” De oudste zus probeert het geduldig opnieuw. Ze zoekt woorden die passen bij kleine oren en een wereld die nog vol puzzelstukjes ligt.“Nee, mem gaat condoleren.”
“Wat is dat dan?”
“Dan ga je iemand een hand geven.”

De jongste knikt langzaam. Even lijkt het alsof de puzzel past. “Ooh,” zegt ze opgelucht. “Dus beppe is jarig?” De oudste zucht zacht. Niet boos, meer moe van het zoeken naar woorden die steeds net naast elkaar landen. “Nee. Beppe gaat met mem mee. Ze gaan condoleren. Dat is als iemand dood is. Dan zeg je dat het verdrietig is. Dat iemand gemist wordt.”

Het blijft even stil aan tafel. De jongste denkt. Je ziet haar zoeken. Het gesprek glipt steeds net langs haar vingers.“Gaat mem beppe missen?” “Nee,” zegt de oudste nu iets steviger. “Mem en beppe gaan iemand condoleren. Omdat iemand dood is.” De jongste knikt weer. Ze wil het begrijpen. Ze wil vooral niet achterblijven in het gesprek dat zich voor haar ogen afspeelt. “Ooooh,” zegt ze opgelucht.
“En beppe is niet dood. Die gaat mee controleren.”

De oudste zus laat haar schouders zakken. Een diepe zucht. Stoelpoten schuiven over de vloer. Het gesprek is voor haar klaar. Daar zit de jongste nog. Met het woord dat ze heeft gekozen. Vastgehouden alsof het het juiste antwoord is. Soms is de wereld groot en vol woorden die nergens houvast geven. Dan grijpt een kind het eerste wat grip lijkt te geven.

Straks teken ik het wel even uit. Wat condoleren is. Wat we doen. Wat we zeggen.
Maar eerst stap ik de deur uit. Om iemand een hand te geven. En te zeggen dat het verdriet er mag zijn,omdat iemand wordt gemist.

Dertien jaar geleden begonnen we een reis zonder landkaart. We wisten alleen: "zet koffie, blijf in gesprek, vraag bij w...
02/03/2026

Dertien jaar geleden begonnen we een reis zonder landkaart. We wisten alleen: "zet koffie, blijf in gesprek, vraag bij welke organisatie ze horen en zeg vooral ja tegen wat voor je staat."

We dachten dat deze reis koffers met zich mee zou brengen. Stevige handvatten. Naamlabels. Een beetje geschiedenis die netjes is opgevouwen.Het bleken veelal zwarte plastic vuilniszakken vol leven.

Dertien kinderen stapten onze hal binnen. Dertien verhalen waarvan we elke keer opnieuw dachten: "erger dan dit kan het niet worden." Elke keer werden we zacht en hard tegelijk gecorrigeerd.

Elke plaatsing ontregelde het hele systeem. Minstens drie maanden van de mik. Slaapkamers herschikken. Ritme zoeken. Grenzen opnieuw uitvinden.
Slapeloze nachten op de trap, waken terwijl boven een kind vecht met oude spoken. Boze buien die als generaals door de woonkamer paraderen.
Wij ertussenin. Soms wijs. Soms wanhopig. Soms gewoon moe.

Crisis of perspectiefbiedend?
Laten blijven of loslaten?
Liefde zegt blijven. Angst zegt;"pas op!"
Ergens daartussen zit je met wallen onder je ogen en een kop lauwe koffie.

We leerden dat je mag zeuren over de zwaarte. Dat stabiliteit woont in vertrouwde gezichten en voorspelbare structuur. Dat trauma de wereld vervormt, maar liefde iets hardnekkigs is wat niet snel opgeeft.

Ik bleek wars van protocollen.
Regels zijn handig, maar een kind is geen map in een kast. Dus keken we. Luisterden we. Werkten we samen met het kind in plaats van aan het kind.We vierden kleine stappen alsof het olympische medailles waren. Een nacht doorslapen. Een sorry.
Een lach zonder wantrouwen.

Na dertien jaar en dertien kinderen nemen we afscheid van pleegzorg zoals we die kenden. Niet omdat we het willen, maar omdat het klopt. Van binnen schuift er iets. De kinderen blijven. In huis. In hart. Aan de buitenkant verandert weinig. Van binnen zetten we een eigen stap: verder als gezinshuis Eigenwize. Thuis, met en voor de kinderen.

En ik? Ongeduldig als altijd, blijf ik opleiden en coachen. In de talen van de liefde, hechting, trauma en (familie) opstellingen. Bewust onder de oppervlakte met Eigenwize coaching.

Alliade bedankt voor het leerpad wat we bij jullie konden en mochten lopen.

Het is zaterdag. Gewoon zaterdag. Vier kinderen, één badkamer, damp op de spiegel en mijn tempo op st***je turbo. Slinge...
25/02/2026

Het is zaterdag. Gewoon zaterdag. Vier kinderen, één badkamer, damp op de spiegel en mijn tempo op st***je turbo. Slingerbad. Mijn persoonlijke olympische discipline.

Haren wassen, ruggen soppen, handdoeken zoeken die altijd verdwijnen op het moment dat je ze nodig hebt. Iemand moet plassen. Iemand wil de blauwe beker. Iemand huilt omdat de ander ademt. Het is chaos. Mijn favoriete soort. De oudste wil vandaag als laatste.
“Dan ben ik straks even lekker alleen in bad.”

Ik knik.Thee in zijn hand, woorden nonchalant. Maar iets landt al. Later, als het huis beneden rammelt met potten en pannen, klinkt boven het klotsen en opent hij, niet alleen zijn mond.

“Ik ben niet bang, maar ik wil niet weer alleen zijn.” Ik voel meteen: dit gaat niet over water. Rustig vertel ik; “Ik doe hier even een vlecht op de overloop en kom dan bij jou.”
“Dat is fijn, dan ben je dichtbij.” In de badkamer zie ik stoere onderwatertrucs. Spetters op mijn sokken. Zijn lijf dat bewijst dat het alles kan. Zijn ogen die iets anders vertellen. “Als ik alleen ben, dan golft alles. Dan ben jij te ver weg. Soms heb ik je dichtbij nodig. Ook al weet ik dat je in huis bent.” Ik zeg niets. Ik tel hoe lang zijn hoofd onder water blijft.

“Vandaag voel ik mij extra alleen. Omdat mijn mama mij, als baby, achterliet op een stoep.” Daar is hij weer. De stoep. Tussen ons in. Zijn moeder in hem. Zijn verlangen naar haar ook. Loyaliteit in elke spetter die over de badrand slaat. “Oeps, sorry.” Ik knik en pak een handdoek. Geen goedbedoelde woorden of uitleg. Alleen aanwezig. “Ik ben ook blij dat ik hier ben gekomen. Anders kende ik jou niet. Maar soms wil ik hier weg. Dan weer zeker niet. Want hier is er altijd iemand.” Ik hoor de scheur tussen twee werelden. Ik benoem hem vandaag niet. Vandaag zijn oren genoeg. “Ik ga alvast naar beneden, tafel dekken. Dan kun je straks dicht naast mij zitten.”
“Ja. Fijn hè.”
Ik blijf. Niet als reddingsboei.
Gewoon als iemand die niet weggaat.

Hij riep dapper:" Ik doe het zelf wel." De pindakaaspot werd los gedraaid. Ietiepietsie te enthousiast. De pot kreeg vle...
12/02/2026

Hij riep dapper:" Ik doe het zelf wel."

De pindakaaspot werd los gedraaid. Ietiepietsie te enthousiast. De pot kreeg vleugels en eindigde in duizend stukjes op de vloer.
Grote zus ging mopperend uit haar plaat. Hij kromp en werd nóg onhandiger.
Want ja, hij kon het toch zelf!
Maar blijkbaar nooit goed genoeg onder haar wakende oog. Ze kroop bovenop hem en met niet misverstane woorden buitelde ze over hem heen. Dwars ervoor. Bewegingsvrijheid terug naar nul.
Zij regelde, controleerde en hij volgde en struikelde.

Enkele jaren geleden alweer kwamen ze als crisisplaatsing bij ons. Maximaal 28 nachtjes. Drie kids tegelijk. Alsof er een legodoos leeg werd gekieperd:" succes ermee!"

Een huis vol reuring en nieuwe onzichtbare afspraken die allang voor ons zijn gemaakt.
De grootste en oudste van het stel was één echte meid. Zij liep overal door het huis waar wij ook waren. Niet uit nieuwsgierigheid maar uit zusterplicht. Zij zorgde. Altijd al. Voor haar twee jongere broers. Zij hield scherp in de gaten of wij het wel goed deden. Wie wanneer verschoond werd, de fles al klaar was. Ze coorigeerdesokken die binnenstebuiten zaten en gezichtsuitdrukkingendie volgens haar niet klopten.

Liefde vermomd als controle. Dodelijk vermoeiend voor alle partijen en tegelijkertijd hartverscheurend logisch.

"Het roer mag om." Was het eerste wat we zeiden toen de crisisplaatsing werd verlengd. Tijd kwam binnen. Rust ook. Eén op één knutselen aan tafel. Niets groots.Samen ontdekken, papier, lijm, stilte. Mijn man nam de rest mee naar buiten. Even uit de zorgrol voor haar. Hopelijk even leren kind zijn. Voor haar voelde het levensgevaarlijk. Ze bleef loyaal aan haar systeem van herkomst. Testte ons. Wat doen jullie bij fouten? Wat als ik in mijn mouw knip? Ga jij schreeuwen? Ruzie maken, of mag ik blijven.Ik zei het vaak hardop, bijna ceremonieel:“Ik doe het wel. Jij hoeft niet voor ons te zorgen. We gaan samen even knutselen.”

Langzaam begon ze te spelen. Eerst schichtig. Daarna vrijer. Ze deed mee aan spelletjes zonder te regelen. Haar leven draaide millimeter voor millimeter richting vrijheid.

Tot het telefoontje kwam: Ze mogen naar huis." We vierden het met taart. Want naar huis wil elk kind. Altijd.
Bij het afscheid, vlak voor de overdracht, zuchtte ze: “Als mama en papa weer ruzie maken en slaan als ik speel, dan zeg ik gewoon: ik wil terug. Want daar mag ik wel spelen en lachen.”

Er ging een groot compliment schuil in deze woorden. Zij heeft gespeeld en werd even ontzorgd. Wat zijn wij trots op haar.

Alleen wat zeg je dan als pleegouder?
Welke opmerking is goed?
Zij gaat terug naar haar thuis, die ze kent.
Ze neemt nieuwe bagage mee in haar rugzak.
Wij zijn blij voor haar, haar broers en ouders en tegelijk weten we hoe fragiel het voor ze is.

Wanneer is het goed?
En.... wanneer goed genoeg?

Ik wou dat mijn hele klas zo was." Zegt de juf. "Zó voorbeeldig." Apetrots glunderend doet ze haar overdracht op het ple...
04/02/2026

Ik wou dat mijn hele klas zo was."
Zegt de juf. "Zó voorbeeldig."
Apetrots glunderend doet ze haar overdracht op het plein.

Mijn alarmbellen schieten in de kramp.
Ik glimlach van buiten, toon begrip. Maar mijn binnenkant... "Sirenes, luchtalarm, hellluuppp!!!"

Ze is tien. Groep zes. "Altijd haar hand omhoog. Altijd meedoen voor het antwoord. Ze helpt graag de kleintjes van groep 5. Zo lief! Ze kent de structuur al en doet zóóóóó goed mee."

Juf is ontzettend in haar nopjes met de nieuwe leerling. Terwijl ik ook hoor:
"Ze is wat stilletjes. Knoopt geen gesprekken aan. Ze gaat niet bij tafel weg zonder toestemming. Is graag op haar eigen eilandje druk bezig met de stof."

Op het plein zijn groepjes. Die horen bijelkaar. Zij hoort nergens bij. Dus blijft ze staan. Of helpt. Helpen is veilig. Helpen geeft grip.

Haar lijf verteld een ander verhaal.
Het bovenlijf staat stijf. Benen die maar blijven bewegen. Friemelvingers. Alles moet herhaald en daarna nog een keer.
En nóg een keer. Tot haar emmer overloopt.
Het lieve meisje verdwijnt even.

Dan praat ze door anderen heen. Schrift krijgt vliegles. Pen wordt raket. Stil zitten op haar eiland lukt dan niet. Glijdt ze weg uit het hier en nu.

Ik loop vast. Juf ziet een droomleerling. Ik zie een kind dat drijft op wilskracht. Dat nog midden in het landen zit. In een nieuw huis. Met nieuwe geluiden, regels, broertjes en zusjes. Met school er meteen achteraan. Alsof veiligheid een switch knop is die je ff omzet.

Ze woont nu bij mensen van wie gezegd worden: "Zij zijn veilig."
Dat voelen is een hele klus.
Haar eerste trauma is nog lang niet uitgepakt. Voorlopig lopen haar overleving en zij hand in hand. Dát is voor ons oké en pijnlijk.
Dit is hoe ze blijft staan in een wereld die veel te groot voelt. Verdriet wordt ingeslikt en omgezet in wenselijk gedrag vanuit een strak lijf. Ze wil wel. Ze komt wel.
Ze durft alleen nog niet.
En eerlijk?
Dat snap ik.

Adres

Drachtstercompagnie

Openingstijden

Maandag 09:00 - 17:00
Dinsdag 09:00 - 17:00
Woensdag 09:00 - 17:00
Donderdag 09:00 - 17:00
Vrijdag 09:00 - 17:00

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Eigenwize coaching nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar Eigenwize coaching:

Delen