25/02/2026
Wat wil er
Op dit moment in ieder geval niet wat ík wil. Ik heb te lang op mijn tenen gelopen; het elastiekje heeft te lang onder spanning gestaan. Daardoor is mijn hoofd in een soort chaos beland. Of misschien beter gezegd: in een zwart g*t. Ik stond altijd al bekend als licht chaotisch, maar dit is een compleet nieuw level.
Dingen die normaal gesproken vanzelf gaan — een koffer inpakken, een mailtje sturen, een boodschappenlijst maken — voelen nu soms als hogere wiskunde. Op slechte dagen weet ik halverwege niet eens meer waar ik mee bezig was. Dan sta ik ergens in huis en vraag ik me af wat ik daar eigenlijk kwam doen. Of ik vind mijn portemonnee terug in de koelkast. Het toppunt was toen ik de hond ging uitlaten… zonder hond. Ja echt: met riem en al het park in, om daar pas te ontdekken dat ik iets miste. Dat was het moment dat ik in de slappe lach schoot. Wat kun je anders?
In een boek dat ik las, stond een zin die bleef hangen: “Vraag je niet af wat jij wil, maar wat er wil.” Ik ben iemand die graag controle houdt, die dingen naar haar hand wil zetten. Maar nu die controle ver te zoeken is, probeer ik me juist te richten op wat er wíl gebeuren, in plaats van wat ik vind dat er moet gebeuren. Want duidelijk is dat het laatste vooral frustratie oplevert.
Zoals vandaag, op mijn vrije dag. Ik had bedacht dat ik — nu ik eindelijk weer wat energie heb — fanatiek 5 kilometer zou gaan hardlopen. Maar mijn dochter vroeg of ze mee mocht op de fiets. En fanatiek sporten… dat zit niet bepaald in haar genen. Dus vroeg ik me af: wat wil er? En ineens voelde het logisch: een intervaltraining van bankje naar bankje is óók goed. En eigenlijk veel gezelliger.
Mijn dochter pakte enthousiast drinken en lekkers in, inclusief een banaan voor mama. Op de vier bankjes die volgden, genoot ik van de zon. Ik realiseerde me dat ik dit in mijn eentje voorbij was gerend. Met muziek in mijn oren had ik de vogels niet gehoord, die vandaag extra enthousiast leken te fluiten — alsof zij ook toe zijn aan de lente. Het was niet wat ik van plan was, maar eigenlijk was het precies wat ik nodig had.
Meebewegen in plaats van tegenstribbelen.
En ja, er zijn ook dagen waarop er helemaal níets wil. Dan zit er niets anders op dan te gaan slapen en morgen opnieuw te proberen. Maar één ding leer ik de laatste tijd: verzet levert vooral frustratie op. Dus blijf ik mezelf afvragen wat er wil — en probeer ik me daarop af te stemmen. Gelukkig gaat dat steeds beter.