01/03/2026
Een nieuw verhaal van de Groene stoel.
Laat je een reactie achter?
Een indirect compliment
Ze voelde dat ze haar werk niet langer vol kon houden bij deze mensen. Haar lichaam had er onder te lijden en ook mentaal ervaarde ze elke maandag een uitputtingsslag. Dit moest anders, maar hoe?
Sinds jaar en dag maakte ze schoon bij mensen thuis. Vooral bij oudere mensen die het gewoon zelf niet meer konden. Zij, die altijd tot het eind van eigen kunnen, voor anderen gezorgd hadden. Ze hield van deze groep mensen en haar wens was om voor hen om hun veilige omgeving zo netjes mogelijk te houden. Ze wist van iedereen hoe ze het wilden hebben en zorgde ervoor dat ze het precies zo ervaarden als ze de deur uitstapte en het liefst deed ze een beetje meer.
Ze had door de jaren heen natuurlijk ook veel mensen weg zien vallen en dat had haar altijd geraakt. Soms, als de band sterk was, werd ze uitgenodigd voor een crematie of begrafenis. Daar ging ze dan trouw heen, om een laatste eer te bewijzen. Mensen missen vond ze toch wel lastig, maar er kunnen zijn voor de achterblijver deed haar goed. Soms viel iemand weg waardoor er een open ruimte ontstond voor nieuwe cliënten. Meestal waren het leuke cliënten. Natuurlijk had ze ook minder leuke mensen gehad, waar ze dan toch haar best voor deed, ondanks dat de klik er niet was. Ze hield altijd dapper vol, ook als ze daar beter had kunnen stoppen. Maar, bedacht ze zich dan, ook deze mensen hebben hulp nodig. En dan bleef ze, ondanks dat de waardering ervoor uitbleef. Ze vond dat ook van ondergeschikt belang. Zolang zij maar de deur uit kon stappen met een gevoel dat ze hen goed had achtergelaten. Dat werkte een lange tijd tot dat ene moment.
Zo was ze ooit bij een echtpaar terecht gekomen in een bijzonder onprettige situatie. Een man en vrouw, waarvan de vrouw zolang ze kon gewerkt had maar door ziekte noodgedwongen thuis moest blijven. Ze had geen idee wat ze met die situatie aan moest en de meestal goedlachse vrouw, zoals ze leerde, was een norse knorrige vrouw geworden. Dat leverde haar zoveel frustratie op, dat ze alles uit het oog verloor en helemaal in zichzelf keerde. Ze mopperde op alles en iedereen en er was maar zelden iets goed. Haar man was echter totaal anders. Hij vond het vervelend voor haar, en ook lastig dat ze zo veranderd was. Misschien dat hij daarom ook zo vasthield aan zijn “uitjes”. Op vaste dagen, vaste tijden zodat hij even aan thuis kon ontsnappen, vermoedde ze. Ze was altijd blij als hij ook thuis was. Met hem kon ze lachen als het koffiemomentje bijna was aangebroken. Samen waren ze dan in de keuken en maakten ze grapjes onder het koffie zetten. Soms maakte hij ook gekke opmerkingen over zijn vrouw, waarop zij hem zacht zei dat ze dat niet helemaal netjes vond. “Dat klopt hoor meid” lachte hij haar dan toe “maar je moet toegeven dat het ook best grappig is”. Ze zweeg dan, omdat ze het idee had dat zij hen vanuit de keuken best kon horen en zij haar het idee niet wilde geven dat zij daaraan meedeed of achter haar rug om over haar roddelde.
Vanaf het begin had ze ook echt geen klik met de vrouw. Met hem wel. Soms was hij er ook niet en dan werkte ze stilzwijgend haar schema af, zei ze netjes gedag en sloot dan deur met een grote zucht. Ze had het wel geprobeerd met deze vrouw, maar haar zwijgzaamheid werkte haar eigenlijk op de zenuwen. Omdat ze telkens de gedachte bij zich bleef houden, dat ook deze mensen haar hulp nodig hadden, bleef ze langer dan ze zelf had gewild.
Elke maandag startte ze de werkweek bij deze mensen. Ze begon in het weekend steeds meer op te zien naar de start van haar werkweek. Liefst sloeg ze deze dag over en keek ze reikhalzend uit naar de dinsdag. Dan werkte ze bij hele lieve mensen waar ze zo warm was ontvangen. De maandag en dinsdag waren een schril contrast. Waar ze maandag meestal stilzwijgend doorbracht, was de dinsdag er eentje van “doe maar wat je kan hoor, het hoeft niet helemaal s**k en span”. En met koffie drinken bleef ze naar eigen beleving te lang zitten, wat in de ogen van de ander niet erg was, want “een praatje hoort er ook bij en soms duurt dat wat langer”. Dit waren haar allereerste cliënten die haar terug hadden gevraagd na de eerste keer. En daarmee had ze een goede band opgebouwd. Zo goed, dat “haar mevrouw” van dinsdag ooit eens had gevraagd of er iets aan de hand was, omdat ze haar de laatste tijd wat stilletjes vond.
Thuis gekomen maakte ze een kom yoghurt voor zichzelf klaar en ging op de bank zitten. Zij, stilletjes? Haar was dat echt niet opgevallen. Hoe langer ze er over nadacht, des te meer besefte ze waar dat door kwam. Ze besloot ook dat het niet langer meer op deze manier kon. De maandag had te veel impact op de rest van de week. Dat vond ze niet eerlijk richting haar andere cliënten maar voor haar zelf ook niet langer acceptabel. Ze vond het lastig maar besloot toch door te zetten. En voor het eerst ondernam ze dan ook direct actie. Ze zou eerder heel erg hebben getwijfeld of ze echt weg wilde, maar ze wist het nu gewoon zeker. Ze mailde haar supervisor, dat ze niet langer bij deze mensen wilde werken en gaf ook een reden op. Haar respons die ze terugkreeg verraste haar. “ls helemaal goed. Ik ga op zoek naar een ander adres voor je. Je bent niet de enige die dit heeft aangegeven, maar wel de enige die het nog zo lang heeft uitgehouden. Dus mijn complimenten. Maandag is daar dan je laatste dag”. Ondanks dat het voor haar goed bericht was, voelde ze zich toch enigszins schuldig. Deze mensen hadden echt hulp nodig. Hopelijk kregen ze nu iemand die beter bij hun paste, meer een zakelijke toon in kon zetten.
Die maandag was de laatste keer dat ze naar het adres reed. De zenuwen gierde door haar keel. Hoe zouden ze reageren vroeg ze zich af. Tijdens de koffie maakte ze haar besluit kenbaar. Nadat ze uitgesproken was bleef ze stil in afwachting van de reactie. De reactie die kwam verbaasde haar toch enigszins. “Is goed”, zei de vrouw kort. Ze had de klik toch nooit gevoeld dus het was maar beter zo. Ergens was ze opgelucht dat ze er beiden hetzelfde over dachten, maar toch was ze nieuwsgierig en vroeg haar, dat als zij de klik nooit gevoeld had, haar zo lang had laten blijven. “Je deed je werk gewoon heel goed” was het zakelijke antwoord. Oh wauw. Dit klonk als een indirect compliment. Aan de ene kant voelde ze de afstandelijkheid in het compliment. Aan de andere kant besefte ze dat dit misschien wel moeilijk zou kunnen zijn geweest voor de vrouw om dit uit te spreken.
Na de koffie stond ze nog even met haar man in de keuken. “Trek het je niet te veel aan” zei hij. “Je bent echt een hele lieve meid en je doet je werk echt goed. Ik vind het knap dat je zo lang bent gebleven”. Ze keek hem dankbaar aan en glimlachte. Dit klonk zoveel fijner. “U bent er ook nog steeds ondanks dat ik soms vermoed dat u er niet meer bent” zei ze met een knipoog. Ze keek hem aan en hij keek terug. Een grote glimlach verzachtte de oude trekken in zijn gezicht terwijl hij de mooie woorden uitsprak die haar raakte. “Lief, goede werker en nog slim ook. Ik vind het jammer maar de vrouw beslist” zei hij nog. Hij draaide zich om en liep de deur door. Nadat haar werk ten einde was en de spullen had opgeruimd, liep ze naar binnen waar ze afscheid nam van de vrouw. Een kort knikje was wat ze kreeg. Ze pakte haar Jas en tas en stapte de deur uit. Ze hoorde boven gerommel van een raam en keek naar boven. “Nog hartelijk bedankt jongedame” hoorde ze de man zeggen. Ze glimlachte, stak haar hand op en ging naar huis. Ze was benieuwd waar ze volgende week terecht zou komen.