06/09/2026
MEMORY LANE – DE EREGALERIJ VAN ICONISCHE TT-HELDEN
Een blijvende ode aan de mensen, machines en momenten die de geschiedenis van de TT van Assen hebben gevormd.
Aflevering 16
Piet Knijnenburg & Arie van der Pluym
Van de Rotterdamse Meteoor tot de Leeuw van Wassenaar
Twee Nederlandse coureurs, twee generaties en twee bijzondere levensverhalen.
Arie van der Pluym werd een van de grote Nederlandse pioniers van het interbellum. Zijn carrière eindigde tragisch, precies op het moment dat hij internationaal tot de absolute top was doorgedrongen.
Piet Knijnenburg groeide na de Tweede Wereldoorlog uit tot een van de belangrijkste Nederlandse wegracers van zijn generatie. Zijn overwinning in de eerste naoorlogse Dutch TT van 1946 maakte hem tot een nationale held.
Samen vormen zij een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de Nederlandse motorsport en de TT van Assen.
PIET KNIJNENBURG
De legendarische ‘Leeuw van Wassenaar’
Piet Knijnenburg (1918–2017) behoort tot de grote Nederlandse motorcoureurs van de naoorlogse periode. Hij groeide uit tot een veelzijdige wegracer met een indrukwekkende erelijst en werd een van de bekendste Nederlandse coureurs van zijn tijd.
Zijn grote doorbraak kwam direct na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de eerste naoorlogse Dutch TT van 1946 won Knijnenburg op een BMW de prestigieuze 500cc-race. Daarmee schreef hij zijn naam definitief in de geschiedenis van de TT van Assen. Het Nationaal Archief documenteert zijn overwinning in deze eerste naoorlogse TT.
De successen bleven volgen. Knijnenburg werd zevenmaal Nederlands kampioen, waarvan vijf keer in de 500cc-klasse en tweemaal in de 350cc-klasse. Daarnaast won hij talrijke nationale en internationale wedstrijden, waaronder de Grand Prix van Brussel en de Grand Prix der Grenzen. Ook maakte hij deel uit van Nederlandse teams tijdens de Internationale Zesdaagse in Italië (1948) en Engeland (1949 en 1950).
Zijn prestaties leverden hem de bijnaam ‘De Leeuw van Wassenaar’ op. Die naam paste bij zijn reputatie als een compromisloze en strijdlustige coureur, maar ook bij de persoonlijkheid van de man achter de racer. Knijnenburg stond bekend als een harde racer, terwijl hij buiten de baan juist als een charmante en sportieve persoonlijkheid werd omschreven.
Een belangrijk deel van zijn carrière reed hij op BMW-racers. De BMW waarmee hij in 1946 de TT won, was een BMW R51RS. Die machine is later als de historische TT-winnende BMW van Knijnenburg geïdentificeerd.
Zijn loopbaan kende ook een zwaar dieptepunt. Tijdens een off-road betrouwbaarheidsrit liep Knijnenburg een schedelbasisfractuur op. Na deze zware crash besloot hij uiteindelijk een punt te zetten achter zijn actieve racecarrière.
Zijn betekenis voor de Nederlandse motorsport bleef echter groot. In 1950 ontving hij de Hans de Beaufortbeker, de hoogste onderscheiding binnen de Nederlandse motorsport.
Piet Knijnenburg overleed op 18 mei 2017, op 98-jarige leeftijd, in Leiden. Zijn overwinning in 1946, zijn zeven Nederlandse titels en zijn internationale successen maken hem tot een van de belangrijkste Nederlandse coureurs uit de eerste decennia na de oorlog.
Zijn naam blijft voor altijd verbonden met de wederopbouw van de Nederlandse motorsport én met de eerste naoorlogse overwinning op het Circuit van Drenthe.
ARIE VAN DER PLUYM
De Rotterdamse Meteoor
Arie R.K. van der Pluym (1906–1934) was een van de belangrijkste Nederlandse motorcoureurs van het interbellum. Hij werd op 6 januari 1906 geboren in Vlaardingen en groeide op in Delfshaven in Rotterdam. Al vroeg ontwikkelde hij een grote belangstelling voor techniek en motorfietsen.
Als jonge monteur leerde hij niet alleen hoe motorfietsen werkten, maar ook hoe hij ze zelf kon verbeteren. Op vijftienjarige leeftijd kocht hij een Harley-Davidson in losse onderdelen en bouwde die zelf weer op. Zijn technische aanleg en gevoel voor snelheid bleken al vroeg uitzonderlijk.
Zijn eerste wedstrijd reed hij in 1927 in Haamstede. Ondanks volledig versleten banden wist hij daar verrassend een derde plaats te behalen. Daarna ging het snel. Hij kocht een Norton en kwam daarmee uit in zowel grasbaan- als wegwedstrijden. In enkele jaren verzamelde hij ongeveer vijftig overwinningen en ereprijzen.
Zijn eerste deelname aan de Dutch TT in 1929 eindigde al in de eerste bocht met een val. Ook de TT van 1930 bracht hem geen succes. Hij reed toen op een door hemzelf geprepareerde Sunbeam, maar moest door een technisch defect de strijd staken.
Van der Pluym bleef echter doorgroeien. In 1932 werd hij Nederlands kampioen in de 500cc-klasse. Daarna kwam hij via Piet van Wijngaarden in contact met Husqvarna. Van der Pluym kreeg een fabrieksmachine en werd daarmee onderdeel van het Zweedse merk dat in deze periode een belangrijke rol speelde in de internationale wegracerij. In 1933 werd hij op Husqvarna Nederlands kampioen in zowel de 350cc- als 500cc-klasse.
Zijn internationale doorbraak kwam uiteindelijk tijdens de Dutch TT van 1934.
Op het 16,5 kilometer lange Circuit van Drenthe reed Van der Pluym in de 500cc-race naar een indrukwekkende derde plaats, achter de Belgische FN-fabrieksrijders Pol Demeuter en ‘Noir’ (Erik Haps). Daarmee stond hij op het podium van de Europese Grand Prix en bevestigde hij dat hij inmiddels tot de internationale top behoorde.
Het was het hoogtepunt van zijn carrière.
Slechts drie weken later sloeg het noodlot toe.
Op 15 juli 1934, tijdens de Grand Prix van België op het circuit van Spa-Francorchamps, kwam Van der Pluym in de derde ronde van de 500cc-race zwaar ten val in het snelle gedeelte bij Côte de Burnenville. Hij botste met zijn Husqvarna tegen een boom en overleed ter plaatse. Hij was slechts 28 jaar oud.
Zijn dood had grote gevolgen voor de Nederlandse motorsport. Omdat de coureurs tijdens de Belgische Grand Prix niet op dezelfde wijze verzekerd waren als in Assen, bleven zijn weduwe en jonge zoon zonder voldoende ondersteuning achter. De KNMV richtte daarop het Arie van der Pluym Fonds op om zijn gezin te ondersteunen. Tegelijkertijd werd internationaal aangedrongen op betere verzekeringen voor coureurs en verbeterde veiligheidsmaatregelen bij internationale wedstrijden.
Zijn successen met Husqvarna hadden bovendien ook in Zweden grote indruk gemaakt. Daar werd jarenlang om de Arie van der Pluym Cup gestreden. Zijn naam bleef daardoor ook buiten Nederland verbonden aan de pioniersperiode van de Europese wegracerij.
Op 19 juli 1934 werd Arie van der Pluym onder grote belangstelling begraven op de begraafplaats Crooswijk in Rotterdam.
Zijn bijnaam ‘De Rotterdamse Meteoor’ paste bij zijn explosieve rijstijl en zijn enorme snelheid. Zijn carrière duurde slechts enkele jaren, maar in die korte periode groeide hij uit tot een van de belangrijkste Nederlandse pioniers van de internationale motorsport.
MEMORY LANE
Twee Nederlandse coureurs, twee verschillende tijdperken.
Arie van der Pluym vertegenwoordigde de moed en het improvisatietalent van de pioniersjaren. Van een jonge monteur uit Rotterdam groeide hij uit tot fabrieksrijder voor Husqvarna en uiteindelijk tot een internationale podiumcoureur.
Piet Knijnenburg werd na de oorlog het gezicht van een nieuwe Nederlandse motorsport. Zijn overwinning in de eerste naoorlogse TT van 1946 en zijn zeven Nederlandse titels maakten hem tot een nationale grootheid.
De één kreeg nauwelijks de kans zijn carrière af te maken.
De ander groeide uit tot een levende legende.
Maar beiden schreven hun eigen hoofdstuk in de geschiedenis van de Dutch TT van Assen.
Twee Nederlandse pioniers.
Twee verschillende generaties.
Eén blijvende erfenis.