01/09/2026
**Altijd al zo geweest**
We delen hier meestal wat er te doen is in De Meent. Maar De Meent is natuurlijk ook alles wat er tussendoor gebeurt — de vaste gewoontes, de toevallige gesprekken en de dingen die nergens officieel zijn afgesproken.
Daarom eens iets anders dan een activiteitenposter:
— UIT DE MEENT —
Een kijkje in de dagelijkse praktijk van De Meent, geschreven door Hennie Buffing, beheerder van De Meent.
In De Meent zijn veel dingen niet officieel vastgelegd, en gelukkig maar. Er zijn openingstijden, reserveringen, activiteiten en zaalindelingen; dat soort dingen moeten ergens staan. De echt belangrijke zaken niet.
Zoals wie waar zit. Dat weet iedereen gewoon.
Er hangen geen naamkaartjes aan de stoelen en er bestaat geen plattegrond met vaste plekken. Toch kan een bezoeker die voor het eerst binnenkomt binnen vijf minuten op een stoel gaan zitten die duidelijk niet voor hem bedoeld is.
Niemand zegt meteen iets. Eerst wordt er gekeken, dan nog eens, en daarna volgt meestal:
“Zit jij tegenwoordig hier?”
Dat klinkt vriendelijk, maar betekent ongeveer: dit is ons vaste plekje.
Het is alleen geen uitzettingsbevel. Wie blijft zitten, een beetje inschikt en zich met het gesprek bemoeit, kan even later veranderen van iemand op de verkeerde stoel in iemand die er voortaan gewoon bij zit.
Vaste plekken ontstaan vanzelf. Niemand vraagt ze aan en niemand wijst ze toe; op een dag blijkt iemand gewoon altijd aan dezelfde tafel te zitten en vanaf dat moment is het geregeld.
Dat geldt trouwens niet alleen voor mensen. Ook tafels en stoelen hebben in de ontmoetingsruimte een soort vaste habitat. Ze worden verschoven, weer teruggeschoven en soms zo overtuigend op een andere plek neergezet dat iedereen na een paar dagen denkt dat het altijd zo is geweest.
Dat is een belangrijk proces binnen De Meent: herhaling maakt beleid.
Dat merk je ook aan het woord “altijd”.
“Wij zitten hier altijd.”
“Dat staat altijd daar.”
“Wij doen dat altijd zo.”
Dat kan allemaal waar zijn, maar het hoeft niet. “Altijd” is in De Meent geen tijdsaanduiding, maar een gevoel.
Soms betekent het twintig jaar, soms drie maanden en soms blijkt bij enig doorvragen dat iets vorige week één keer zo is gegaan. Dat is meestal voldoende, want een nieuwe gewoonte heeft niet veel nodig: een stoel, een tafel, twee mensen die hetzelfde doen en iemand die zegt:
“Zo doen we dat hier.”
Daar kun je weinig tegenin brengen, zeker niet als diegene het met voldoende overtuiging zegt.
Ook veranderingen worden vrij snel opgenomen in het collectieve geheugen. Zo kan een opgeknapte tafel ineens opvallend veel complimenten krijgen.
“Mooie tafel.”
“Is die nieuw?”
“Staat veel beter zo.”
Het is dezelfde tafel, alleen ziet hij er weer uit alsof iemand er ooit bewust voor heeft gekozen. Een paar dagen later hoort hij er alweer bij zoals altijd.
Een ontmoetingscentrum draait nu eenmaal voor een groot deel op gewoontes. Mensen weten waar ze koffie kunnen halen, wie graag een praatje maakt, wie liever eerst de krant leest en wie roept dat hij “maar heel even” blijft en twee uur later nog steeds op dezelfde plek zit.
Mensen komen zelden binnen met het plan om toevallig iemand te ontmoeten, en toch gebeurt dat voortdurend. Iemand komt alleen even iets vragen, een ander wacht op het begin van een activiteit en iemand drinkt nog snel koffie voordat hij naar huis gaat.
Dan schuift er iemand aan, wordt er iets gevraagd en bemoeit een ander zich ermee. Een uur later zitten ze met z’n vieren koffie te drinken en is er een discussie gaande over de herinrichting van een straat waar niemand van hen woont.
Dat gesprek stond niet in de agenda, er was geen zaal voor gereserveerd en niemand heeft zich aangemeld. Geen activiteitennummer, geen aanvangstijd; het gebeurt gewoon.
Zonder twijfel is dat de meest succesvolle activiteit die we hebben.
Onze ontmoetingsruimte heeft daar sowieso talent voor. Je kunt er met één doel binnenkomen en met een compleet ander onderwerp weer vertrekken.
Je komt vragen wanneer een activiteit begint, hoort ondertussen dat iemand jarig is geweest, iemand vertelt dat er iets veranderd is en een ander zegt dat dat altijd al zo geweest is. Dan wordt er weer een kop koffie gehaald, schuift iemand een stoel bij en ineens ben je een half uur verder.
Dit alles verloopt zonder centrale aansturing, en dat is misschien maar goed ook. Want zodra je zou proberen vast te leggen hoe onze ontmoetingsruimte precies gebruikt moet worden, zou even later iemand zeggen:
“Maar we doen dat altijd anders.”
Daarmee is de discussie meestal wel klaar.
Of het klopt, is een andere kwestie.