25/11/2025
Socialmedia en jongeren
Regelmatig coach ik ook jongeren en bijna altijd vergelijken zij zichzelf (negatief) met hun leeftijdsgenoten. Dat maakt hen somber en eenzaam. Het vergelijken met anderen en ergens bij willen horen- daar is niets geks aan en dat is heel natuurlijk. Onnatuurlijk is de opgepoetste, onrealistische en opgepimpte werkelijkheid op social media... waarméé je je dan vergelijkt. Ik vraag dan: als je je wilt vergelijken, vergelijk jezelf dan met wie jij nu bent en met wie je een paar jaar geleden was. Vergelijk je met jezelf... Wat heb je in de tussentijd allemaal bereikt, gedaan, ervaren, geleerd? Dat geeft tenminste een realistisch beeld.
Een interessant artikel vandaag in de Volkskrant over socialmedia gebruik van jongeren:
"Onderzoek Harvard: mentale gezondheid jongvolwassenen verbetert snel na digitale detox
Bij jongvolwassenen die hun socialemediagebruik een week flink beperken, zijn positieve gezondheidseffecten waarneembaar. Dat blijkt uit onderzoek van Harvard Medical School.
Na een week hebben de jongvolwassenen uit het Amerikaanse onderzoek 25 procent minder depressieve klachten, 16 procent minder angstklachten en 15 procent minder slaapproblemen dan in de twee weken ervoor waarin ze langer online waren. Ze brachten hun onlinetijd met meer dan twee derde terug: van gemiddeld 13,3 uur per week naar 4,1 uur.
De resultaten, zojuist gepubliceerd in het vakblad Jama Network, komen op een opvallend moment. Afgelopen weekend werd bekend dat Meta, het techbedrijf achter Facebook en Instagram, een soortgelijk onderzoek uit 2020 niet openbaar maakte.
Wetenschappers van Meta werkten voor die studie samen met een onderzoeksbureau. Toen duidelijk werd dat gevoelens van depressie en eenzaamheid afnamen na een week digitale detox, besloot de techgigant die gegevens niet te publiceren en geen vervolgonderzoek te doen. De resultaten zouden volgens Meta onbetrouwbaar zijn door de invloed van 'het negatieve narratief' dat in traditionele media bestaat over de platforms. Saillant aan deze nieuwste studie is dat de onderzoekers het telefoon- gebruik van deelnemers nauwgezet bijhielden; eerdere onderzoeken maakten veelal gebruik van zelf- rapportage. Drie weken lang registreerden de Harvard-onderzoekers via een app hoeveel tijd deelnemers op Facebook, Instagram, Snapchat, TikTok en X doorbrachten, hoe vaak en hoelang ze hun telefoon ontgrendelden en hoeveel berichten en oproepen ze binnenkregen.
Daarnaast vulden de 295 deel- nemers tussen de 18- en 24 jaar (bijna driekwart vrouw) vragenlijsten in over hun gemoedstoestand en zelfbeeld. In de eerste twee weken gingen deelnemers online hun eigen gang, in de laatste week schroefden ze hun sociale- mediagebruik met gemiddeld ruim 9,2 uur terug. Helemaal zonder sociale media was niemand. De vraag in hoeverre socialemediagebruik debet is aan de tanende mentale gezondheid van jongeren, zorgt de laatste jaren voor veel debat onder experts.
Voor Jonathan Haidt, de Amerikaanse psycholoog en auteur van Generatie angststoornis, is het duidelijk: sociale media zijn de grote boosdoener. Andere experts stellen dat sociale media slechts een van de vele mogelijke oorzaken zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor Patti Valkenburg, hoog- leraar media, jeugd en samenleving.
De uitkomst van het huidige onderzoek betekent één punt erbij voor kamp Haidt, die de 'score' bijhoudt in een openbaar document. Maar gezien de steeds wisselende uitkomsten van verschillende studies, lijkt de terughoudendheid van experts als Valkenburg op zijn plaats.
Onlangs maakte een groep onderzoekers de balans op uit tien recente studies naar het effect van digitaal detoxen op mentale gezondheid. Hun conclusie: het heeft geen significante effecten op de psychische gesteldheid van deelnemers, niet negatief en niet positief.
In het Harvard-onderzoek had de digitale detox vooral effect op deel- nemers die voor hun socialemedia- dieet de meeste psychische klachten hadden. Mogelijk is het effect van sociale media op het gemoed dus niet zozeer de hoeveelheid tijd die mensen er doorbrengen, schrijven de onderzoekers, maar de staat waarin zij verkeren terwijl ze dat doen.
Ook is de vraag hoe duurzaam de effecten zijn en of deze ook worden gevonden bij een diversere groep. De deelnemers waren veelal hoogopgeleid en vrouw."
Bron: Volkskrant, Miluska van Rompu