23/11/2015
Welke groente kies je?
Vrijwel elke groente die boven de grond groeit past in een low-carb dieet. De soorten die ondergronds groeien (bijv. aardappelen, wortelen, pastinaak) bevatten meestal meer zetmeel en daar kan je beter voorzichtig mee zijn. Het vezelgehalte van groenten is een van hun belangrijkste kenmerken en zowel oplosbare en onoplosbare vezels zijn essentieel voor een optimale inwendige gezondheid. Als je darmen gezond zijn dan zullen de rest van je lichaam en geest waarschijnlijk volgen.
Tip: kies als eerste voor groene bladgroenten (spinazie, groene kool) en dan voor stengels (prei, bleekselderij) en bloemen (broccoli, bloemkool). Vanwege de enorme hoeveelheid groenten die gegeten kan worden is de belangrijkste uitdaging om een zo groot mogelijke verscheidenheid te consumeren voor een optimale inname van antioxidanten.
Groene bladgroenten groenten (bijv. spinazie , boerenkool, paksoi, broccoli). Deze krachtpatsers zitten boordevol vezels en antioxidanten en zijn zeer veelzijdig; ze zijn smakelijk zowel rauw in salades als kort geslonken in wat extra virgine olijfolie.
Paddenstoelen zijn een goede bron van B-vitamines die essentieel zijn in de afbraak van koolhydraten voor energie. Experimenteer met verschillende soorten paddenstoelen voor variaties in smaak en textuur.
Asperges bevatten ontstekingsremmende en anti-oxidante voedingsstoffen die zijn gekoppeld aan het verminderen van het risico op kanker en het onderhoud van de geestelijke gezondheid. Lekker gestoofd in een beetje kokosolie en geserveerd met gepocheerde eieren en gerookte zalm op een luie zondagochtend.
Bloemkool bevat veel vitamine C en foliumzuur. Een kom romige bloemkoolsoep met vlokken gerookte makreel staat garant voor een geweldige, vullende lunch.
Tomaten zijn technisch een vrucht, maar in de meeste gevallen worden ze gebruikt als groenten. Veelzijdig toepasbaar van stevige cherry tomaten in salades en vleestomaten als soep, tot geroosterde mollige tomaten met balsamico azijn.
Groente die je beter niet kan eten
Groente met een hoog gehalte aan zetmeel (koolhydraten) kan je beter laten staan. Dit zijn o.a. wortelgroenten (bijv. aardappelen, pastinaken, bieten), peulvruchten (doperwtjes, capucijners, tuin- en andere bonen) pompoenen en mais. Knolgroenten zoals selderij, en koolraap bevatten wat minder koolhydraten, en zijn voor zo af en toe wel geschikt.
Aanbevolen fruit:
Eet regelmatig bessen, citroen & limoen, rabarber, meloen en Hass avocado.
Eet met mate kiwi, sinaasappel, ananas, tomatensap, banaan, peer, druiven, vruchtensap, gedroogd fruit.