05/09/2026
De draaideur
Over doorgaan, aanpassen en jezelf onderweg voorbijlopen
Fabiola Koopmans | 4 september 2026
Onderweg weet ik het nog zeker.
Bij het parkeren van mijn auto ook.
Vandaag ga ik voor mezelf opkomen.
Ik loop naar de draaideur. Ik ga erdoorheen. Ik loop verder, maar mijn voornemen om deze dag voor mezelf op te komen, draait niet met me mee.
Mijn hoofd draait wel door.
Daar komen de eerste twijfels al.
Is dit wel het goede moment?
Misschien maak ik het groter dan het is.
Laat ik eerst even aankijken hoe de dag loopt.
Eenmaal binnen ben ik alweer ingevoegd in het vertrouwde verkeer. Ik groet mijn collega's, zet mijn computer aan en begin aan wat er op mij ligt te wachten.
De eerste vraag komt voorbij.
Of ik iets extra's kan doen.
Eigenlijk heb ik geen ruimte. Ik voel het onmiddellijk. Maar voordat ik goed en wel kan nadenken, hoor ik mezelf zeggen:
'Ja hoor, komt goed.'
Ik schakel door.
Het werk stapelt zich op. Iemand onderbreekt me met een vraag die ook best tot morgen kan wachten. Een ander schuift een probleem mijn kant op. Tijdens een overleg wordt een besluit genomen waar ik grote twijfels bij heb.
Ik zeg niets.
Niet omdat ik niets te zeggen heb. Integendeel. In mijn hoofd voer ik het hele gesprek. Ik weet precies wat er niet klopt, wat ik nodig heb en welke grens inmiddels ruimschoots is overschreden.
Maar niemand merkt het.
Ik wil mezelf niet laten kennen.
Niet als lastig.
Niet als iemand die het niet aankan.
Niet als degene die de sfeer bederft.
Niet als iemand die overal iets van vindt.
Dus ga ik door.
In dezelfde versnelling waarin ik al maanden rijd. Misschien wel jaren. Ik vang op, pas me aan, los op en werk nog wat harder. Van buiten lijkt er weinig aan de hand. Ik functioneer immers nog. Misschien zelfs uitstekend.
Alleen raak ik mezelf onderweg steeds verder voorbij.
Dat gebeurt zelden met veel lawaai. Het zit juist in de kleine momenten. In de vraag die je niet stelt. De grens die je wel voelt, maar niet uitspreekt. Het automatische 'ja' terwijl alles in jou 'nee' zegt.
Je weet het vaak best.
In de auto. Onder de do**he. Tijdens een wandeling. Midden in de nacht.
Dan weet je precies wat je anders wilt. Totdat je weer door die deur stapt en het vertrouwde patroon je moeiteloos meeneemt.
Aan het einde van de dag loop ik terug naar buiten.
Door dezelfde draaideur.
Mijn lijf draait mee. Mijn hoofd nog altijd door.
Op de parkeerplaats neem ik me opnieuw iets voor:
Morgen ga ik echt voor mezelf opkomen.
Maar misschien begint de verandering niet morgen.
Misschien begint ze in dat ene kleine moment waarop je niet automatisch doorloopt. Waarop je vertraagt, voelt wat er gebeurt en jezelf wel laat kennen.
Al is het maar met één zin:
'Dit werkt voor mij niet meer.'
Je hoeft niet eerst vast te lopen om stil te staan.
Laat jezelf niet achter bij de draaideur.