23/04/2015
Kunnen veld- en indoorvoetbal (in hun verschillende vormen) complementair zijn?
In veldvoetbalmiddens wordt nog steeds argwanend gekeken naar spelers die het veld met de zaal willen combineren. Mini- en/of zaalvoetbal zou de prestaties op het veld negatief beïnvloeden. Onderzoek aan de UGent toonde echter aan dat minivoetbal beslist een aantal voordelen te bieden heeft en kan bijdragen tot een prestatieverbetering op het veld. Wie de prestaties van de Belgische nationale veldvoetbalploeg de afgelopen jaren volgde, werd voortdurend geconfronteerd met het gebrek aan creativiteit, techniek en inventiviteit. Bovendien hebben de spelers,waarvoor het publiek naar de voetbalvelden trekt, zowel op Belgisch als internationaal niveau een geschiedenis als straat- of indoorvoetballer.
Reeds jaren wordt de complementariteit tussen veld- en indoorvoetbal, en dit zeker bij jeugdspelertjes, geopperd. Meer en meer jeugdtrainers beginnen daadwerkelijk ook te geloven dat indoorvoetbal door zijn vele balcontacten, snelle balwisselingen en gevarieerd combinatiespel een belangrijke bijdrage kan leveren tot de ontwikkeling van jonge voetballertjes. Getuige daarvan ook de sterk groeiende jeugdcompetities minivoetbal. Maar al even groot in getale blijven de sceptici ten opzichte van het indoorvoetbal bij jongeren. Vooroordelen als overbelasting en kwetsuren zijn zaken waar reeds jaren tegen gevochten moet worden.
De UGent, onder leiding van Prof. R. Philippaerts, nam de proef op de som en onderzocht wat er nu werkelijk aan was van deze zogenaamde complementariteit tussen indoor- en veldvoetbal. De vraag werd gesteld of minivoetbal een belangrijke bijdrage kan leveren in de prestatiebevordering van jeugdspelertjes veldvoetbal.
Wedstrijden in veld- en minivoetbal werden geanalyseerd met behulp van video-opnames en werden objectief vergeleken aan de hand van een aantal vooraf vastgelegde items in de nieuwe methode om wedstrijden te analyseren. De analyse werd zowel gedaan op spelersniveau als voor acties binnen het team. Op spelersniveau werden het aantal keren balbezit, het aantal hoge en lage passes en het aantal dribbels en doelpogingen per speler nagegaan om objectief cijfermateriaal uit veld- en minivoetbal te kunnen vergelijken. In teamanalyse werd nagegaan hoe goed werd gecombineerd aan de hand van het opeenvolgend aantal passes die binnen de ploeg werden gegeven. Daarbij werd rekening gehouden met de daaropvolgende actie om een beeld van de speelwijze te krijgen. De nieuwe methode doorstond een “interbeoordelaarsbetrouwbaarheid” die aantoonde dat men inderdaad beschikte over een objectief meetinstrument.
Spelers in minivoetbal kwamen tweemaal meer in balbezit in vergelijking met veldvoetballers (97,4 balcontacten/u tegenover 44,9/u). Minivoetballers gaven 3 tot 4 keer meer passes over de grond dan veldvoetballers (66,8/u tegenover 19,5/u) en hoge passes kwamen in veldvoetbal meer voor. Spelers uit het minivoetbal voerden meer dribbels uit (14,9/u tegenover 6,2/u) en deze bleken doelgerichter dan in het veldvoetbal. Ook werden in het minivoetbal aanzienlijk meer doelpogingen ondernomen dan in het veldvoetbal. (6,2/speler/u tegenover 3/speler/u) Teams uit het minivoetbal combineerden meer en langer. Ook werden er meer passes gegeven die toekwamen dan in het veldvoetbal. Als determinerende factoren die in het voordeel pleiten van het minivoetbal werden volgende items aangehaald: kleiner veld, minder spelers, niet-botsende bal en de vlakke ondergrond. Daarenboven worden in het jeugdveldvoetbal heel veel wedstrijden afgelast, terwijl dit in het minivoetbal niet gebeurt. Bovendien toont het onderzoek geen significant verschil aan tussen veld- en minivoetbal naar kwetsuren toe, waardoor één van de belangrijkste vooroordelen hier toch wel ontkracht wordt.
Het is zeer waarschijnlijk dat minivoetbal een gunstige invloed kan hebben op het leerproces bij jeugdige spelers zodat minivoetbal in het kader van de jeugdopleiding een belangrijke bijdrage tot prestatieverbetering kan leveren. Hiermee lijkt ons streven naar complementariteit tussen veld- en indoorvoetbal nu ook concreet te worden ondersteund door wetenschappelijk bewijsmateriaal.
Bron: www.psoostkamp.be