19/09/2025
Langdurig zieken onder controle, werkgevers buiten schot
Minister Vandenbroucke wil langdurig zieken extra controleren. Maar wat als de echte controle nodig is bij de werkgevers en verzekeraars die hen laten vallen?
De schrijver van de MensenZijde getuigd in een open brief over langdurig ziek zijn en de Doofpot.
---
Open brief aan minister Vandenbroucke
door Glenn Van Sinay
Geachte minister,
U kondigde onlangs aan langdurig zieken extra te willen controleren. Meer attesten, meer onderzoeken, meer druk. Alsof het probleem bij de zieke zelf ligt. Maar niemand controleert de werkgevers. Terwijl daar de echte pijn begint.
Ik schrijf dit niet van horen zeggen. Dit is mijn persoonlijk verhaal.
Ik werkte op de dialyse. Op een dag viel iemand op mijn been. Mijn been raakte verlamd. Vanaf dat moment veranderde alles: mijn lichaam, mijn gezin, mijn toekomst. Terwijl ik een zwaar revalidatieplan volgde, met twee kinderen van één en vier jaar thuis, kreeg ik een boodschap die harder aankwam dan het letsel zelf: ik mocht geen contact meer zoeken met mijn collega’s. “Om de goede sfeer te bewaren.” Alsof mijn rolstoel de sfeer kon besmetten. Alsof ik gevaarlijk was.
Ik was niet meer welkom. Geen terugkeer naar mijn zittende functie als PD-verpleegkundige. Zelfs het project van thuisdialyse, waar ik mij voor had ingezet, werd mij afgenomen. Alsof mijn ervaring en inzet uitgewist werden door één ongeval.
Re-integratie? Anderhalf jaar hoorde ik niets. Ondanks herhaalde brieven van de VDAB aan mijn werkgever met de vraag om mij te re-integreren, bleef het stil. Geen antwoord, geen gesprek, geen enkele poging. Anderhalf jaar stilte.
En dan dit: eerst kreeg ik drie maanden arbeidsongevallenverzekering. Toen bleek dat mijn toestand ernstig was, draaide de verzekering plots de knop om. Een brief: ik was weer in “oorspronkelijke staat”. Zonder dat een arts mij had gezien. Zonder controle van de overheid. Zo werd ik afgesneden van elke vergoeding. Alleen Train M bood nog een kans op herstel – 5000 euro per maand, en dat gedurende bijna een jaar intensieve revalidatie. Zonder zekerheid of het ooit zou slagen. Dat geld had ik niet. Mijn enige kans op genezing werd mij ontnomen.
Ik meldde dit aan mijn werkgever. Niemand trok zich er iets van aan. Ik zocht zelf op hun website naar zittende jobs. Ik vond ze. Maar telkens ik solliciteerde, kreeg ik smoezen: “te saai voor u”, “gaat u dat wel aankunnen?” Voor vrijwilligerswerk kon ik wel terecht. Voor een betaalde job was ik plots te ziek.
Twee jaar later schreef ik 56 sollicitatiebrieven naar verscheidene bedrijven. En zelfs naar veel verschillende functies , van ambitieus tot werk die ik normaal nooit zou doen. Bij velen kreeg ik geen antwoord of ging men de functie plots intern invullen. Bij de NMBS werd ik afgewezen omdat mijn Frans niet goed genoeg zou zijn – zonder dat men mij ooit gezien of gehoord heeft. Conducteurs hoeven geen Frans te spreken, maar ik aan het loket in Gent wel. ( de nmbs heeft me nu gecontracteerd op 22/09/2025 om alles uit te klaren en te vragen wat beter kan. Top en hopelijk doen ze iets met de tips)
Eén keer liet ik mijn rolstoel weg uit mijn brief voor sollictatie in een revalidatie ziekenhuis: ik mocht meteen op gesprek komen. Daarna bleef het stil.
Zo voelt discriminatie. Hard, koud, vernederend.
En toen ik na 2jaar bij toeval een oud-collega van dialyse in het ziekenhuis tegenkwam. Ik was er voor een doktersbezoek. Mijn oud collega nam vol enthousiasme mijn rolstoel en nam me mee naar de keuken om even goeiedag te zeggen tegen de andere collega's. Men had me al 2 jaar niet gezien omdat ik geen contact mocht opnemen met hen.
Warm en hartelijk was het. Tot het hoofd van de afdeling verscheen: “U hebt hier niets te zoeken. U kan beschikken.” Ik wist niet wat ik hoorde. Mijn jarenlange inzet, mijn goede evaluaties, mijn zwijgen om mijn kansen niet te verknoeien: alles weggevaagd door één zin. Ik kon naar buiten rollen .
Mijn klacht bij de directie én bij de burgemeester, die voorzitter was, verdween in dezelfde stilte. Nooit een antwoord gehad.
Ik heb altijd gezwegen, omdat ik mijn kansen op de arbeidsmarkt niet nog kleiner wou maken. Maar de waarheid is dit: de weg ernaartoe heeft mij méér pijn gedaan dan mijn verlamming zelf. Het feit dat ik dit nu neerschrijf zonder angst is omdat ik omringt wordt door goede mensen en de kracht heb zelf mijn weg te zoeken.
Bij de fusie van mijn werkgever luidde het motto: “No one will left behind.” Ik kan alleen maar besluiten dat ik in hun ogen niemand was.
En ik besef: ik ben niet alleen. Ik heb nog een zichtbaar gebrek. Maar wat met al die mensen met psychische problemen, waar nog méér stigma op rust? Burn-out, depressie, trauma – ik heb er velen gesproken. Bij ieder klinkt hetzelfde verhaal: zodra je open bent over je kwetsbaarheid, word je niet gezien als collega, maar als risico. Ambitie wordt verdacht gemaakt. Plots moet je vooral dankbaar zijn dat je nog werk hebt. Alsof je elke droom hebt opgegeven.
En dan de pijnlijkste tegenstelling: de burgemeester die voorzitter is van het bestuur van het ziekenhuis en ik persoonlijk contacteerde gaf nooit antwoord op mijn klacht. Hij neemt wél ontslag uit het Festival van Vlaanderen omdat een dirigent met Israëlische achtergrond werd uitgesloten. Daar vond hij de uitsluiting wél onrechtvaardig en discriminatie. In mijn vorige column schreef ik hoe erg ik het vind dat mensen herleid worden tot een vlag. Maar blijkbaar geldt dat niet voor mindervaliden. Ik heb geen vlag. Over ons zwijgt men liever. Waarschijnlijk niet genoeg pers aandacht
Geachte minister, u wil langdurig zieken extra controleren. Ik ben niet bang voor controle. Maar dan moet die controle eerlijk zijn. Niet alleen op ons, de zieken. Ook op hen die ons buitensluiten.
Controleer de werkgevers die re-integratie traineren. Controleer de medische ontslagen die zonder onafhankelijke toets worden afgedaan. Controleer de verzekeraars die dossiers sluiten zonder iemand te zien. Want zolang dat niet gebeurt, blijft uw beleid éénzijdig en onrechtvaardig.
Men doet steekproeven om te zien of mensen met een migratieachtergrond worden uitgesloten van de arbeidsmarkt. Waarom niet bij langdurig zieken en mensen met een beperking? Want discriminatie blijft discriminatie.
Dit is mijn verhaal. Maar het is ook het verhaal van velen.
Met hoogachting,
Glenn Van Sinay