In het vredige en vruchtbare Pajottenland leefden de mensen braaf, gelukkig en vooral welvarend rond de kerktoren. Om te overleven moesten de Liedekerkenaren hun brood ver van huis gaan verdienen. Ze trokken naar de koolmijnen of op “campagne” in Frankrijk. Velen kwamen in Brussel als metser aan de kost. Hierdoor hadden ze de “wereld gezien”, Liedekerkenaren waren niet de brave volgzame schapen, m
aar eerder eigenzinnige levenslustige optimisten die van aanpakken wisten, en daarom door de naburige dorpen met argwaan werden bekeken.
“Stad” verwees naar hun weinig landelijke levenswijze, terwijl” Berrevoesj” er op wees dat ze arme drommels waren die hun kinderen geen schoenen konden kopen. Voor de Liedekerkenaren werd deze spotnaam evenwel een eretitel die herinnert aan de doorzettingskracht waarmee hun voorvaderen moeilijke tijden hebben overleefd. Vermits judo een sport is die op blote voeten wordt beoefend lag het voor de hand dat we onze club Berrevoesj hebben genoemd. En nog steeds bekijken de buren ons met argwaan!