01/04/2024
𝐒𝐩𝐢𝐫𝐢𝐭 𝐛𝐞𝐟𝐨𝐫𝐞 𝐛𝐨𝐝𝐲
“𝘋𝘦 𝘻𝘪𝘦𝘭 𝘷𝘢𝘯 𝘦𝘦𝘯 𝘫𝘰𝘯𝘨 𝘱𝘢𝘢𝘳𝘥 𝘪𝘴 𝘵𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘨𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦𝘯 𝘮𝘦𝘵 𝘦𝘦𝘯 𝘣𝘭𝘰𝘦𝘴𝘦𝘮. 𝘞𝘢𝘯𝘯𝘦𝘦𝘳 𝘩𝘦𝘵 𝘶𝘪𝘵𝘨𝘦𝘣𝘭𝘰𝘦𝘪𝘥 𝘪𝘴, 𝘻𝘢𝘭 𝘩𝘦𝘵 𝘯𝘰𝘰𝘪𝘵 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘪𝘯 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘰𝘰𝘳𝘴𝘱𝘳𝘰𝘯𝘬𝘦𝘭𝘪𝘫𝘬𝘦 𝘴𝘵𝘢𝘢𝘵 𝘵𝘦𝘳𝘶𝘨𝘬𝘰𝘮𝘦𝘯.”
Antoine de Pluveniel 1552-1620
Eén van mijn favoriete uitspraken van Pluveniel is: “𝘑𝘦 𝘬𝘢𝘯 𝘯𝘰𝘰𝘪𝘵 𝘷𝘦𝘳𝘵𝘳𝘰𝘶𝘸𝘦𝘯 𝘰𝘱 𝘦𝘦𝘯 𝘱𝘢𝘢𝘳𝘥 𝘥𝘢𝘵 𝘨𝘦𝘵𝘳𝘢𝘪𝘯𝘥 𝘪𝘴 𝘰𝘱 𝘣𝘢𝘴𝘪𝘴 𝘷𝘢𝘯 𝘢𝘯𝘨𝘴𝘵. 𝘌𝘳 𝘻𝘢𝘭 𝘢𝘭𝘵𝘪𝘫𝘥 𝘪𝘦𝘵𝘴 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘸𝘢𝘵 𝘩𝘦𝘮 𝘮𝘦𝘦𝘳 𝘴𝘤𝘩𝘳𝘪𝘬 𝘪𝘯𝘣𝘰𝘦𝘻𝘦𝘮𝘵 𝘥𝘢𝘵 𝘫𝘪𝘫𝘻𝘦𝘭𝘧... 𝘔𝘈𝘈𝘙 𝘸𝘢𝘯𝘯𝘦𝘦𝘳 𝘩𝘪𝘫 𝘫𝘦 𝘷𝘦𝘳𝘵𝘳𝘰𝘶𝘸𝘵, 𝘻𝘢𝘭 𝘩𝘪𝘫 𝘫𝘦 𝘷𝘳𝘢𝘨𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘵 𝘵𝘦 𝘥𝘰𝘦𝘯 𝘸𝘢𝘯𝘯𝘦𝘦𝘳 𝘩𝘪𝘫 𝘣𝘢𝘯𝘨 𝘪𝘴.”
Xenophon, die Simon of Athens citeerde, zei het volgende :
“𝘐𝘧 𝘢 𝘥𝘢𝘯𝘤𝘦𝘳 𝘸𝘢𝘴 𝘧𝘰𝘳𝘤𝘦𝘥 𝘵𝘰 𝘥𝘢𝘯𝘤𝘦 𝘣𝘺 𝘸𝘩𝘪𝘱 𝘢𝘯𝘥 𝘴𝘱𝘶𝘳𝘴, 𝘩𝘦 𝘸𝘰𝘶𝘭𝘥 𝘣𝘦 𝘯𝘰 𝘮𝘰𝘳𝘦 𝘣𝘦𝘢𝘶𝘵𝘪𝘧𝘶𝘭 𝘵𝘩𝘢𝘯 𝘢 𝘩𝘰𝘳𝘴𝘦 𝘵𝘳𝘢𝘪𝘯𝘦𝘥 𝘶𝘯𝘥𝘦𝘳 𝘴𝘪𝘮𝘪𝘭𝘢𝘳 𝘤𝘰𝘯𝘥𝘪𝘵𝘪𝘰𝘯𝘴.”
Het huidige probleem is dat wij mensen, onze feeling en connectie met paarden verloren hebben. We zien hen als een middel om een doel te bereiken en houden te weinig rekening met hun ziel, met wat zij nodig hebben om gelukkig te zijn.
We zien veel mensen die bestempeld worden als 'grote ruiters' op een paard zitten waarvan de schoonheid in hun ogen verdwenen is.
Een vraag die men mij wel eens stelt is :
Is het dan wel mogelijk om een paard te trainen op een manier waarop hij er ook van geniet en beter van wordt?
Wanneer een jong paard bij ons op training komt is het mijn eerste doel om zijn geest te openen en sterker te maken. Pas als hij zijn geest openstelt voor mij, kan ik zijn lichaam trainen.
Het is voor mij belangrijk dat ik eerst zijn vertrouwen en vriendschap win. Hij moet ernaar uitkijken om met mij tijd door te brengen. Die tijd hoeft daarvoor geen trainingstijd te zijn. Dit kan ook onder de vorm van spel of quality time zijn.
Spelen werkt stress verlagend en verstrekt de band. Zeker voor jonge paarden en veulens is het belangrijk om hier aandacht aan te besteden. In het spelgedrag leren ze hun vaardigheden en sociale interacties met de mens dat belangrijk is voor hun volwassen leven.
Wanneer het paard niet naar me toekomt, of geen interesse in mij toont wanneer ik op de wei kom, kan hij wel van mij zijn, maar ik zal hem nooit als 'mijn paard' kunnen noemen.
"𝘐𝘬 𝘮𝘰𝘦𝘵 𝘦𝘦𝘳𝘴𝘵 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘷𝘳𝘪𝘦𝘯𝘥 𝘸𝘰𝘳𝘥𝘦𝘯 𝘷𝘰𝘰𝘳𝘢𝘭𝘦𝘦𝘳 𝘪𝘬 𝘮𝘦 𝘻𝘪𝘫𝘯 𝘭𝘦𝘳𝘢𝘢𝘳 𝘬𝘢𝘯 𝘯𝘰𝘦𝘮𝘦𝘯"
Hij moet openstaan voor wat ik hem te leren heb, en dan, enkel dan, kan ik mezelf benoemen als zijn mentor.