18/07/2026
Een praktijkcase over social learning, kudde-gedrag en neurobiologie
Door Vereecke Vanessa
Wat Lilith, Fleur en Billy ons leren over hechting, neurobiologie en de kracht van de kudde
Wanneer we denken aan de opvoeding van een veulen, denken we vaak aan wat wij als mens doen. We leren een veulen een halster dragen, de hoefjes geven of rustig meelopen aan een touw. Maar de wetenschap toont aan dat de belangrijkste lessen al lang vóór die eerste training plaatsvinden. De eerste en misschien wel meest invloedrijke leerkracht is niet de mens, maar de merrie. Daarna volgt de kudde.
De volgende praktijkcase illustreert hoe krachtig de sociale omgeving de ontwikkeling van een jong paard beïnvloedt.
Een beschermende moeder
Mijn merrie Fleur kreeg een merrieveulen, Lilith. Vanaf de geboorte was Fleur uitzonderlijk beschermend. Ze hield haar veulen bewust uit de buurt van mensen, liet zich moeilijk vangen en plaatste zich steevast tussen mij en Lilith wanneer ik dichterbij kwam.
Uit respect voor haar moederinstinct heb ik haar hierin niet geforceerd. Het gevolg was dat Lilith gedurende de eerste twee levensmaanden vrijwel geen lichamelijk contact had met mensen.
Toch viel mij iets op.
Lilith was helemaal geen angstig veulen.
Integendeel. Ze was nieuwsgierig, ondernemend, speels en vol zelfvertrouwen. Alleen tegenover mensen hield ze dezelfde afstand aan als haar moeder.
Dat roept een interessante vraag op.
Heeft Lilith angst geleerd?
Waarschijnlijk niet.
Wat zij leerde, is veel subtieler.
De merrie als eerste referentiepunt
Een pasgeboren veulen beschikt nog niet over voldoende eigen ervaring om te beoordelen wat veilig is en wat niet. Daarom gebruikt het voortdurend het gedrag van de merrie als referentiekader. Binnen de gedragswetenschap noemen we dit social referencing.
Wanneer Fleur afstand hield van mensen, observeerde Lilith dat nauwkeurig. Ze zag de verhoogde alertheid, de grotere afstand en de beschermende lichaamshouding van haar moeder.
Voor een jong paardenbrein is dat waardevolle informatie.
Het hoeft geen negatieve ervaring met mensen te hebben om toch te leren dat afstand bewaren voorlopig de veiligste keuze lijkt.
Vanuit evolutionair oogpunt is dat bijzonder logisch. Een prooidier dat leert door zijn moeder te observeren, heeft een grotere kans om te overleven dan een dier dat eerst zelf gevaar moet ervaren.
Het brein maakt voorspellingen
In de hersenen speelt de amygdala hierbij een centrale rol.
De amygdala wordt vaak omschreven als het angstcentrum, maar eigenlijk is zij beter te zien als een beoordelaar van veiligheid. Ze vergelijkt voortdurend nieuwe prikkels met eerdere ervaringen en maakt voorspellingen over wat er waarschijnlijk zal gebeuren.
Voor Lilith ontstond geleidelijk de verwachting:
Mens = moeder houdt afstand.
Dat betekent niet dat mensen gevaarlijk zijn. Het betekent dat haar brein voorlopig kiest voor voorzichtigheid, omdat het nog onvoldoende andere informatie heeft verzameld.
Wanneer aanraking een nieuwe ervaring is
Wanneer ik Lilith aanraak, zie ik vaak hetzelfde patroon.
Op het moment dat mijn hand haar huid raakt, trekt haar huid kort samen. Daarna zet ze enkele passen achteruit.
Op het eerste gezicht lijkt dit een schrikreactie.
Toch vertelt de neurobiologie een genuanceerder verhaal.
Het samentrekken van de huid is grotendeels een normale reflex. Paarden beschikken over een dunne huidspier waarmee zij insecten kunnen wegjagen. Bij jonge paarden is deze reflex vaak gevoeliger dan bij volwassen dieren.
Veel belangrijker is wat daarna gebeurt.
Lilith vlucht niet.
Ze blijft kijken.
Ze observeert.
Ze verwerkt de situatie.
Dat wijst niet op een paard dat door angst wordt overspoeld, maar op een jong brein dat nog bezig is nieuwe ervaringen te beoordelen.
Dan verschijnt Billy
Het verhaal krijgt een interessante wending door Billy.
Billy is een sociale, nieuwsgierige en onbevreesde jaarlinghengst die deel uitmaakt van dezelfde kudde. Hij geniet zichtbaar van contact met mensen en zoekt die interactie ook spontaan op.
Billy en Lilith zijn onafscheidelijk.
Wanneer ik met Billy bezig ben, zie ik Lilith vaak aandachtig toekijken.
Ze observeert hoe hij zich laat aanraken.
Ze ziet dat hij ontspannen blijft.
Ze merkt dat hij nieuwsgierig blijft.
En vooral…
Ze ziet dat hem niets overkomt.
De kracht van sociale informatie
Onderzoek toont aan dat paarden voortdurend informatie verzamelen door het gedrag van andere paarden te observeren.
Dat betekent echter niet dat zij automatisch gedrag kopiëren.
De huidige wetenschap maakt een belangrijk onderscheid tussen imitatie en sociale informatieoverdracht.
Billy leert Lilith dus niet rechtstreeks dat mensen veilig zijn.
Hij fungeert als een sociale informatiebron.
Zijn ontspannen gedrag in de nabijheid van mensen levert Lilith nieuwe informatie op, die haar eigen beoordeling van de situatie geleidelijk kan beïnvloeden.
Waar Fleur in de eerste levensweken vooral communiceerde:
“Blijf voorzichtig.”
laat Billy zien:
“Ik blijf ontspannen.”
Het zijn uiteindelijk Liliths eigen ervaringen, gecombineerd met haar observaties van beide paarden, die bepalen hoe haar vertrouwen zich verder ontwikkelt.
Neuroplasticiteit in actie
Misschien is dit wel het mooiste aspect van deze praktijkcase.
De hersenen van een jong paard zijn niet statisch.
Door een proces dat neuroplasticiteit wordt genoemd, ontstaan voortdurend nieuwe verbindingen tussen zenuwcellen.
Iedere rustige observatie.
Iedere positieve ontmoeting.
Iedere voorspelbare ervaring.
Iedere keer dat Billy ontspannen blijft.
Iedere keer dat Fleur zelf ook iets meer ontspant.
Al deze ervaringen worden opgeslagen.
Langzaam verandert de oorspronkelijke verwachting van Lilith.
Niet doordat iemand haar overtuigt.
Maar doordat haar eigen hersenen steeds meer bewijs verzamelen dat eerdere verwachtingen mogen worden bijgesteld.
Dat is precies hoe leren werkt.
Vertrouwen groeit van binnenuit
Deze praktijkcase bevestigt een belangrijke les.
Vertrouwen ontstaat niet doordat een mens een veulen zo veel mogelijk aanraakt.
Vertrouwen ontstaat wanneer het zenuwstelsel voldoende veilige ervaringen verzamelt om zijn verwachtingen aan te passen.
Daarom kies ik ervoor Lilith niet te overvragen.
Ik geef haar de tijd.
Ik laat haar observeren.
Ik laat haar zelf beslissen wanneer ze dichterbij wil komen.
Dat is geen passieve aanpak.
Integendeel.
Het is een aanpak die aansluit bij hoe een paardenbrein leert.
Wat deze case ons leert
Deze ervaring bevestigt iets wat de wetenschap steeds duidelijker laat zien.
De opvoeding van een veulen begint niet met training, maar met de sociale relaties waarin het opgroeit.
De merrie vormt het eerste referentiepunt.
De kudde biedt aanvullende informatie.
En pas daarna krijgt de mens een plaats in het leerproces.
Fleur gaf Lilith een waardevolle les:
Wees voorzichtig.
Billy voegt daar geen tegengestelde boodschap aan toe, maar biedt nieuwe sociale informatie die Lilith helpt haar eigen verwachtingen verder te ontwikkelen.
En precies in dat proces groeit een jong paard uit tot een individu dat niet alleen leert reageren, maar ook leert beoordelen.
Conclusie
Een veulen wordt niet geboren met een mening over mensen.
Die ontstaat geleidelijk, opgebouwd uit honderden kleine ervaringen, observaties en sociale interacties.
Iedere reactie van de merrie.
Iedere ontmoeting binnen de kudde.
Iedere rustige ervaring met een mens.
Het zijn allemaal bouwstenen van het jonge paardenbrein.
Misschien is dat wel de mooiste les die paarden ons leren.
Vertrouwen kun je niet afdwingen. Het ontstaat wanneer een dier zich veilig genoeg voelt om zijn eigen verwachtingen stap voor stap te herzien.
Referenties
Brubaker, L., & Udell, M. A. R. (2016). Cognition and learning in horses (Equus caballus): What we know and why we should ask more. Behavioural Processes, 126, 5-13.
Fenner, K., et al. (2019). Behavioral, demographic and management influences on equine learning. Journal of Veterinary Behavior.
Goodwin, D. (1999). The importance of ethology in understanding the behaviour of the horse. Equine Veterinary Journal Supplement.
Hausberger, M., Henry, S., Richard-Yris, M. A., & Fureix, C. Diverse publicaties over sociaal gedrag, welzijn en cognitieve ontwikkeling bij paarden.
Krueger, K., & Flauger, B. (2007). Social learning in horses from a novel perspective. Behavioural Processes, 76, 37-39.
McGreevy, P. D. (2012). Equine Behavior (2nd ed.). Saunders Elsevier.
Murphy, J., & Arkins, S. (2007). Equine learning behaviour. Behavioural Processes.
Rørvang, M. V., Christensen, J. W., Ladewig, J., & McLean, A. (2018). Social Learning in Horses: Fact or Fiction? Frontiers in Veterinary Science, 5, 212.
Sapolsky, R. M. (2004). Why Zebras Don’t Get Ulcers. Henry Holt & Company.
Siegel, D. J. (2012). The Developing Mind. Guilford Press.