01/11/2024
9 jaar geleden ging ik voor het eerst met mijn emmertje en spons naar zijn graf. Ik vroeg mij nog af of ik wel het juiste poetsmateriaal bij had. Zou ik ook een tandenborstel nodig hebben om de randjes te laten blinken?
Ik wou niet alleen gaan. Dan maar met twee. We schuifelde het kerkhof op, de rechte klinkerbaan volgend tot bijna aan het perkje met de boom. De boom die er was gezet om het kerkhof op te vrolijken. De boom met de lichtjes voor in de duisternis.
Net voor het perkje aan de rechterkant, daar lag hij. En ook nu nog. Het knielen was het ergste. Niet het schuren van de scharnieren maar zou ik wel terug recht komen. De duisternis met het lichtje wenkte. Het verlangen naar wat niet meer is. De woorden fluisterend "kom maar naar hier."
Ik pakte de spons en het kille water bracht me naar het nu. Ik wreef en droogde. Ik wreef nog eens en droogde opnieuw. De geur van het schuim kwam me tegemoet. Een zweemzoete rozengeur. Niet te fel maar juist genoeg. Juist genoeg om ook het leven te proeven.
Het bloemetje maakte het af.
Het grafzerkje gepoetst.
Ik nam mijn emmertje en spons.
De spons gevuld met tranen.
Met een rozengeur.
Het leven tegemoet.