14/06/2026
Gisteren gaf ik weer de workshop Zakken in je lijf, en ik ben er nog vol van.
Niet omdat alles soepel ging of omdat iedereen meteen "het" voelde. Maar juist omdat er zoveel echts was.
Neem zoiets simpels als op een stoel gaan zitten. Iedereen deed het — automatisch, netjes, zoals het hoort. En pas later, toen we er bewust bij stilstonden, bleek dat sommige deelnemers eigenlijk liever ergens anders zaten. Of de stoel net iets anders hadden willen neerzetten. Maar ze hadden zichzelf dat niet gevraagd. Ze hadden gewoon plaatsgenomen.
Dat is zo'n klein ding. En tegelijk zo veelzeggend.
Want dat doen we de hele dag. We passen ons aan, we schikken ons, we nemen de ruimte die overblijft — in plaats van de ruimte die we nodig hebben. En het bijzondere was: op het moment dat sommige deelnemers dat beseften, kwamen er tranen. Niet van verdriet, maar van herkenning. Van: oh. Zo doe ik dat dus. Ook hier.
Dat is ontroerend. En waardevol. En precies waarom ik dit werk doe.
We merkten gisteren ook dat vertragen makkelijker gezegd is dan gedaan. Tijdens een oefening liepen sommige deelnemers stevig door — alsof er haast was, alsof stilstaan niet mocht — terwijl de opdracht was: voel wat er is. Herkenbaar? Voor bijna iedereen wel. Want dat is ook precies wat we thuis doen. Op het werk. Overal.
En grenzen. Iedereen had er iets mee. Niet hetzelfde, maar niemand was er klaar mee. Het inzicht dat het in kleine stapjes moet — dat je jezelf niet in één ochtend herprogrammeert — was voor veel mensen tegelijk een opluchting en een uitdaging.
Wat me het meest raakte: hoe makkelijk de deelnemers contact maakten met elkaar, en hoe moeilijk het soms was om dat contact met zichzelf te voelen. Meer geven dan ontvangen. Meer beschikbaar voor een ander dan voor jezelf.
Dat is geen zwakte. Dat is een patroon. Eentje dat je kunt leren zien — als je er even bij stilstaat.
Ik heb al zin in de volgende workshop.