19/02/2026
‘Het gaat op zich best goed,’ zegt ze. ‘Nu de scheiding officieel is, vind ik steeds meer mijn weg in het alleen wonen en in het alleen zijn met mijn zoontje. Alleen… zodra ik zijn vader weer zie, dan gaat het mis... Dan voel ik me ineens weer heel klein. Dan voelt het alsof ik het bij voorbaat al fout doe, wat ik ook doe. Alsof ik het nooit goed kan doen. Ja. Het voelt dan voor mij alsof hij steeds een oordeel over mij heeft of ieder moment kan hebben.
Ik bevries gewoon in ons contact. En dan raak ik mezelf toch weer helemaal kwijt.
Ik zou zo graag, ook voor ons zoontje, meer rúst hebben in de relatie met mijn ex-partner…’
Zo’n half jaar geleden gaf de vader van hun zoontje aan de relatie te willen beëindigen. Gedurende het hele proces is ze al een aantal keren bij mij geweest. Ze wilde graag samen met mij onderzoeken wat er werkelijk in haar werd aangeraakt in deze voor haar zo heftig emotionele periode. Waar zich de werkelijke wortel bevond van haar reageren nu. Hoe ze hier zo goed mogelijk doorheen zou kunnen komen en zo goed mogelijk voor zichzelf kon blijven zorgen. En ook hoe ze er zo goed mogelijk kon zijn voor haar zoontje.
We onderzochten met een paar individuele familieopstellingen en ze ontdekte ook hoe ze er kon zijn voor haar innerlijke meisje, met alles wat er in haar leefde. En het bracht haar dus al veel meer rust.
Nu, ongeveer een maand na de laatste familieopstelling, is ze weer bij me.
‘Fijn om af en toe écht even de tijd te nemen om stil te staan,’ zegt ze. ‘Te delen, te voelen: ‘waar sta ik nu en hoe nu verder?’ Met mijn werk en mijn zoontje en zo... en ja, ik voel me ook nog best moe van alles... komt dat er gewoon niet echt van.
‘Oh, wat fijn,’ zegt ze, wanneer we samen kijken naar en voelen in waar ze eerst was en hoe het nu is. ‘Soms lijkt het alsof er helemaal geen vooruitgang in zit… Maar ik ben toch echt wel verder dan ik dacht.’
‘Maar als ik mijn ex-partner zie…,’ vertelt ze, dan reageer ik zó heftig emotioneel! En ik heb geen idee hoe dat kan. Ik lijk wel een klein meisje, dan!’
Ik luister en voel mee met haar verhaal, en ik stel vragen.
‘Wanneer hij weer voor je staat,’ vraag ik, ‘hoe voelt dat precies voor jou? Welke emotie ervaar je dan?’
Ze sluit haar ogen, voelt en zegt dan: ‘Ik voel me dan gewoon minderwaardig... Ja. Minder en klein of zo. Ja… Alsof ik nooit kan voldoen aan hoe hij zou willen dat ik was... Zo voelde het altijd al wel een beetje in onze relatie, maar nu lijkt het wel erger geworden. Alsof ik het nooit goed genoeg kan doen…’
‘Wanneer je nu voelt in je lijf…,’ vraag ik, ‘is er dan een plek waar de meeste aandacht naar toe gaat?’
‘Ja…,’ zegt ze, en ze wrijft over haar borstgebied. ‘Hier voel ik spanning…’
‘Hm...’ vraag ik dan, ‘dat gevoel… puur dát gevoel, de spanning, je borstgebied… dat minderwaardige gevoel… los van de situatie nu... puur dat wat je nu voelt… is dat iets dat je kent, vanuit je opgroeien misschien?’
Ze voelt weer even.
‘Ja…’ zegt ze dan. ‘Het doet me denken aan mijn moeder. Goed bedoeld hoor… maar dit gevoel doet met denken aan dat ze me kon overláden met complimenten. Dan zei ze bijvoorbeeld: ‘Wat ben je toch sterk!' ...terwijl ik dat zelf dan helemaal niet zo ervaarde.’
Ze opent haar ogen weer en dan zegt ze: ‘Mijn moeder vertelde het liefst heel trots aan iedereen hoe sterk ik wel niet was. Maar voor mij voelde dat alsof de lat dan héél hoog lag. Alsof ik dan dus ook altijd echt moest zijn zoals zij van mij verwachtte…’
We besluiten haar verlangen om meer rust te ervaren in de relatie met haar ex-partner verder te onderzoeken in een individuele familieopstelling, met vloerankers.
Ze pakt een vloeranker voor zichzelf en legt die op een plek in de ruimte neer. Ze weet al wat de bedoeling is: ze voelt, met haar ogen dicht. In haar lijf en wat er ook maar in haar op komt aan gedachten en gevoelens, beelden, of wat dan ook.
‘Ik sta heel stevig, wat fijn!’ zegt ze. Er klinkt vooral verbazing in haar stem, alsof dat fijne gevoel haar plotseling verrast. Ja, nu ze even de tijd neemt om écht naar binnen te gaan en te voelen in haar lijf, ervaart ze daadwerkelijk haar kracht. Dat het eigenlijk beter met haar gaat dan ze dacht…
‘Mijn onderbenen voelen heel krachtig,’ zegt ze met een klein beetje trots. ‘Alsof ik heel stevig op de aarde sta. Ik voel energie stromen in mijn buik. Het voelt heerlijk rustig... zacht... Lénte!’ Ze lacht breeduit nu.
Dan vraag ik haar een vloeranker te pakken voor haar zoontje, een voor de vader van haar zoontje en een voor haar moeder.
Wanneer ik zeg: ‘...en één voor je moeder,’ kijkt ze wat verward op. ‘Ik heb toch al een tegel voor mezelf?’ vraagt ze. Ik glimlach. ‘Ik zei 'je moeder'...,’ zeg ik zacht. ‘Oh.... jaaa...,’ lacht ze dan terug. ‘Jeetje... zo blijkt maar weer hoe sterk ik met haar verweven ben…’
Mijn ervaring dat alles wat er tijdens een familieopstelling gebeurt, nooit zomaar is. Alles geeft informatie, alles heeft een betekenis.
Ze plaatst de vloerankers in de ruimte, voor iedere persoon één. Open en eerlijk. Precies zoals het op dit moment voor haar voelt. Qua afstand van haar en welke kant de personen op kijken.
Haar moeder geeft ze een plek vlak achter haar zelf, bijna tegen haar eigen plek aan. Moeder kijkt vol verwachting naar dochter.
Ze geeft haar zoontje ook een plek. Iets rechts vóór haar, kijkend naar de richting links van haar.
En de vader van haar zoontje krijgt een plek vóór haar, in een hoek van de ruimte, ver van haar af. Hij staat met zijn rug naar haar toe.
Wanneer alle personen een plaats hebben gekregen, blijft ze even staan om er van een afstandje naar te kijken. Ze is even stil en dan loopt ze naar haar eigen vloeranker toe. En dan draait ze deze, op zo'n manier, dat ze nu kijkt in de richting van haar zoontje en de vader van haar zoontje.
Vervolgens kijkt ze mij aan. ‘Ja..,’ zegt ze met een glimlach, ‘ik wil graag naar ze kijken...’
‘Zou het kunnen zijn dat er iets verandert in jou, wanneer zij erbij komen? Herken je dat?’ vraag ik.
‘Ja... ja, dat klopt...,’ zegt ze, terwijl ze naar de vloerankers blijft kijken.
‘Is het oké voor je om jouw vloeranker weer te draaien,’ vraag ik, ‘zoals hij eerst lag? En dan te zien wat er gebeurt? Misschien kan dat ons ook informatie geven.’
Ze knikt, en draait haar vloeranker met de kijkrichting weer terug zoals deze in eerst lag.
Dan gaat ze op haar plek staan en voelt.
Meteen voelt ze dat ze naar achteren getrokken wordt, naar haar moeder die daar staat. ‘Wow, ik val bijna om!’ zegt ze, zwaaiend met haar armen om haar evenwicht te bewaren. ‘Alsof ik hier niet kan blijven staan... Niet fijn!!’
Jeetje. De stevigheid en de rust die ze ervaarde, toen ze, in het begin, alleen stond, is nu helemaal verdwenen.
Ik vraag haar om even op de plek van haar moeder te gaan staan. Opnieuw sluit ze haar ogen en voelt ze.
‘Hier voelt het leeg...,’ zegt ze. ‘Alsof ik zweef… alsof ik er niet ben.’ Dan is ze even stil en dan zegt ze: ‘En het is alsof ik mijn kin omhoog wil doen... het voelt als... alsof ik mijn best moet doen.’
Weer op haar eigen plek voelt het nu iets rustiger. Alsof ze ervaren heeft wat er bij haar moeder hoort en in energie iets daarvan daar heeft gelaten.
Dan vraag ik haar of ze zich om zou willen draaien naar haar moeder, zodat ze tegenover elkaar komen te staan.
En ze draait zich om.
‘Hoe is het om je voor te stellen dat je haar in de ogen kijkt?’ vraag ik. Met haar ogen dicht beeldt ze zich in dat ze haar moeder aankijkt en ze voelt.
‘Mijn moeder kijkt niet naar mij...,’ zegt ze. Ik hoor een trilling in haar zachte stem. ‘Ze kijkt weg, alsof ze mij niet aan durft te kijken, alsof ze ergens onzeker over is…’
‘Hmm…,’ zeg ik. ‘Voel je je nu energetisch groter of kleiner dan je moeder?’
‘Duidelijk groter!’ zegt ze beslist.
‘Hoe is het voor je,’ vraag ik dan, ‘om tegen je moeder te zeggen: Jij bent mijn moeder, ik ben jouw kind.’ Ze herhaalt mijn woorden en voelt. ‘Het voelt wat vreemd, wat onwennig...,’ zegt ze. ‘Maar ergens voel ik wel dat het klopt... en…’ - het is even stil, ze voelt weer even - ‘nu voelt het wel gelijkwaardig... ja... alsof ik nu even groot ben als mijn moeder!’
We spreken even over haar loyaliteit naar haar moeder, die als kind, vanuit blinde kinderliefde, is ontstaan, toen ze zó graag aan de verwachtingen van haar moeder wilde voldoen. Dat ze niets liever wilde dan dat haar moeder trots op haar kon zijn, én dat haar moeder dan blij kon zijn.
Met een steen in haar handen, als symbool voor die last die bij haar moeder hoort, die niet de verantwoordelijkheid is van haar als kind, staat ze even later tegenover haar moeder. Haar ogen dicht om goed te voelen met de woorden die ze hardop uit zal spreken.
‘Lieve mam,’ zegt ze. ‘Deze last heb ik als kind met liefde voor je gedragen, maar ik laat het nu bij jou. Want dit hoort bij jou.’
Ze legt de steen op de plek van haar moeder en voelt opnieuw.
Een hele diepe zucht volgt. ‘Pfff…’ zegt ze, na een korte stilte. ‘Jaaa…! Nu voel ik mijn benen weer op de grond staan! Ja, wat fijn…! Ik voel veel meer ruimte... ik kan dieper ademen!’
‘Kun je voelen dat dit nu echt jóuw plek is, los van de plek van je moeder?’ vraag ik.
‘Jaaa, dat is het! Dat vóel ik!’ zegt ze blij.
Dan draait ze zich weer om. Haar moeder staat nu weer achter haar. Nog steeds heel dichtbij haar. Maar nu voelt het anders.
‘Ik voel me veel rustiger nu...,’ zegt ze, ‘ik voel dat trekken niet meer.’ Ze wiebelt even me haar benen. En dan zegt ze: ‘Maar mijn benen voelen nu wel een beetje zwaar of zo... alsof ik net zwaar gesport heb en nu mijn spieren voel.’ Dan draait ze met haar linkerschouder, ze buigt haar hoofd er een beetje naar toe. ‘En ik voel ook zoiets in mijn schouder…’ zegt ze.
‘De energie die in jou aan het veranderen is, is sneller dan je lijf,’ leg ik uit. ‘Je ziel heeft het nu al meteen begrepen, dat is de innerlijke rust die je ervaart. Maar je lijf, die zó veel jaren is gewend om iets te dóen… zoals bijvoorbeeld ongemerkt je schouder iets omhoog houden alsof je - net als je moeder trouwens - je best wilde doen… heeft nog tijd nodig om een nieuwe balans te vinden.’
Ze knikt en zegt: ‘Die schouder doet vaker pijn, de laatste tijd.’
Ik vraag haar haar ogen te sluiten, haar hand op de pijnlijke schouder te leggen en naar die plek toe te ademen. Ze legt haar hand op de schouder, ademt en voelt.
‘Wat gebeurt er nu?’ vraag ik na een tijdje. ‘Blijft je dat spierpijn-achtige voelen of verandert er iets?’
‘Nee... het ontspant helemaal!’ zegt ze. ‘Het voelt nu heel zacht... Echt veel fijner!’
‘Mooi...,’ zeg ik. ‘Ook op deze manier kun je voor jezelf zorgen. Alsof je pijnlijke schouder je innerlijke meisje is en je hand je innerlijke moeder die er voor haar is.’
Ze knikt en glimlacht.
Het valt me op dat haar gezicht er duidelijk meer ontspannen uitziet, veel zachter. En ik zie nu een blos op haar wangen in plaats van de vermoeidheid en het witte gezicht dat ik zag bij binnenkomst.
Ze staat nog steeds op haar eigen plek, haar ogen open nu, en ze kijkt rond naar de andere plekken. Ze kijkt naar de plek van de vader van haar zoontje.
Meteen voel en zie ik de spanning weer in haar. En het klopt. ‘Daar is nog iets…,’ zegt ze.
Ik vraag haar of ze zich weer een beetje om wil draaien, nu kijkend in de richting van de vader van haar zoontje.
‘Hoe is het voor je om hem in de ogen te kijken?’ vraag ik.
Nu sluit ze haar ogen niet om daar in te gaan voelen. ‘Ik durf niet...,’ zegt ze. ‘...Ik ben bang dat hij me afwijst…’
Daarna doet ze toch haar ogen dicht en ze voelt. ‘Ik voel me nu ineens weer heel klein…’ zegt ze, nauwelijks verstaanbaar.
‘Hoe zou het zijn,’ vraag ik dan, ‘om hem in de ogen van de ziel te kijken? Om hem aan te kijken in wie hij in essentie is, zonder zíjn ballast, vanuit zíjn familiesysteem? Lukt dat…?’
Ze zucht en dan knikt ze. ‘Zo is het wel oké,’ zegt ze.
‘Hoe is het nu voor je,’ vraag ik dan, ‘om tegen hem te zeggen: Ik dank je voor al het moois dat er tussen ons is geweest. En ik laat je nu gaan.'
Ze slikt en ze is stil.
‘Het is oké…,’ zeg ik zacht. ‘Kijk maar of je nieuwsgierig kunt opmerken wat je voelt met deze woorden…’
Hardop spreekt ze nu zelf de woorden uit en dan ineens komen de tranen. Ze stromen over haar wangen, steeds harder huilt ze, met snikken tussendoor, als een klein meisje. Zachtjes leg ik mijn hand op haar onderrug. ‘Het is oké… voel maar…’ fluister ik.
Dit verdriet wil duidelijk gevoeld worden. Ik ben bij haar en geef haar de tijd om helemaal te doorvoelen.
Het is een golf die opkomt, piekt en dan weer afneemt. Het duurt nauwelijks een minuut.
Dan is het stil. Heel stil. Rust. En dan laat ik haar weer los, ga ik weer schuin achter haar staan, terwijl zij met haar ogen dicht nog navoelt.
Na een tijdje stilte vraag ik haar: ‘Hoe is het voor je om nu tegen hem te zeggen: Ik eer jou als de vader van ons kind. Jij bent de enige juiste vader voor onze zoon.’
Ze herhaalt mijn woorden met een zachte stem, maar nu klinkt ze een stuk rustiger.
Ze zucht diep en zegt dan: ‘Wow... Ik voel me nu een heel stuk rustiger, opener... Ja, wauw… Wát een opluchting!’
Ze blijft weer even zo staan, met haar ogen dicht.
Ineens zie ik dat ze weer wat witter wordt in haar gezicht.
‘Wat gebeurt er nu?’ vraag ik zacht.
‘Het… het is alsof ik in een draaikolk zit,’ zegt ze. ‘Alsof... de ene helft van mijn lichaam de ene kant op wil en de andere helft de andere kant op!’
‘Kun je wel blijven staan? Of heb je het gevoel dat je even moet gaan zitten?’ vraag ik.
‘Nee,’ zegt ze. ‘Het is oké. …Maar het voelt wel heel vreemd… het wil… het blijft maar draaien…’
‘Hm...,’ zeg ik. ‘Kijk maar of het je lukt om daar bij te blijven. Volg dat gevoel, die energie maar… Kijk maar of je nieuwsgierig kunt opmerken wat er gebeurt…’
En dan volgt ze het letterlijk. Met haar lichaam. Heel langzaam, met haar ogen dicht, draait ze rondjes op haar plek. Af en toe staat ze even stil. En dan draait ze weer een stukje verder. Ik kijk en voel met haar mee en we laten het gebeuren. Net zo lang tot ze voelt dat het weer tot stilstand mag komen.
Wanneer het draaien is gestopt, kunnen we allebei onze ogen bijna niet geloven.
We zien dat ze, ronddraaiend en met haar ogen dicht, precíes is geëindigd met haar kijkrichting zoals ze haar vloeranker in helemaal in het begin van deze opstelling neerlegde. Toen alleen haar vloeranker er nog maar was en ze zich zo krachtig, zo geaard en zo ‘lente-ontspannen’ voelde…
Ze kijkt verrast en blij om zich heen. ‘Wauw!’ zegt ze. ‘Jeetje… hoe is het mogelijk?! Ik had geen idéé welke kant ik op keek! …En nu sta ik precies zo als ik helemaal in het begin stond!’ Ze kijkt me stralend aan.
We hebben allebei kippenvel.
‘Ja, wauw…, zegt ze. ‘...En ik voel me weer net zo geaard, zo ruim, zo rustig als net in het begin... Maar nu met hen erbij!!’ Ze kijkt naar de plek van haar moeder, naar die van haar zoontje en ten slotte ook naar die van de vader van haar zoontje.
En ze lacht en ze straalt, haar ogen twinkelen en de blos, het zachte is weer terug op haar gezicht.
‘Yesss!’ zegt ze. ‘Ik kan gáán. Ruimte... lucht... ik ben VRIJ..!!!’
Wat een héérlijke energie is er nu voelbaar. We juichen allebei, met onze armen in de lucht.
‘Jaaa… dit is mijn plek!’ zingt ze. ‘Mijn eígen plek! En ik mag doen wat ík wil en zijn wie ík ben! Ja! Ik ben he-le-maal goed zoals ik ben! Whoehoeoeoe…!’
En we lachen samen om haar prachtige uitgelaten rondedansje.
Dan staat ze weer even stil en kijkt ze naar de plek van haar zoontje. Heel even twijfelt ze toch nog weer..
‘Hij is nu ook vrij, zo voelt het...,’ zegt ze. ‘...Maar… ik weet niet… Moet ik hem niet in de gaten houden...?’
Ik glimlach en zeg: ‘Hij komt wel naar je toe. Als jij écht op jouw plek bent... als jij hier stáát, zoals je nu staat... dan wéét hij ook dat zijn mama daar ís... Dan weet hij waar hij naar toe kan gaan als er iets is.’
‘Ja…,’ zegt ze dan met een glimlach. Ik zie tranen van ontroering in haar ogen. ‘Dat klopt… Dat voel ik…’
Dan kijkt ze me opnieuw met glinsterende ogen aan.
‘Mag ik je een knuffel geven?’ vraagt ze.
‘Natuurlijk… graag!’ glimlach ik.
‘Wauw... even wennen hoor…,’ zegt ze zacht, terwijl we elkaar omhelzen. ‘Ik moet éven wennen aan dit vrije gevoel, haha.’ Dan laat ze me weer los en zegt ze: ‘Maar ik ben zó blij! Echt heel blij… dankjewél!!
‘Heel graag gedaan’, zeg ik, minstens net zo blij. ‘Jij ook bedankt voor deze prachtige reis samen!’
Later laat ze me weten dat ze duidelijk meer rust ervaart in het contact met haar ex-partner. Dat ze voor het eerst sinds héél lang een goed, rustig gesprek met hem had.
‘Zó fijn!’ zegt ze. ‘Ook voor ons zoontje! Ook bij hem merk ik meer ontspanning; hij gaat bijvoorbeeld gewoon spelen als zijn vader en ik samen kletsen. Dat deed hij eerder niet.
Soms komt het kleine, onzekere meisje in mij nog wel even tevoorschijn, hoor... Maar dan doe ik de oefeningen die ik ook vaak doe met jou en dan kom ik steeds weer tot rust.’
Prachtig, prachtig vind ik dit. Werkelijk waar.
Hier gaat mijn hart van dansen. Van blijdschap en van dankbaarheid.
Ja, wauw. Om dit wondermoois samen te mogen beleven.
🌿❤🌿
~ Babette
www.dekunstvanhetgroeien.nl
❤️