18/06/2026
Lifehacks voor een fijne vakantie met autisme: hoe hou je het leuk voor iedereen?
5 dingen die ik doe om de zomervakantie te overleven en te genieten
De lucht in de tent is zwaar van de hitte. Buiten gonst de camping: stemmen, spelende kinderen, gelach. De muziek van de buren bonkt door het tentdoek. Ergens flikkert kerstverlichting; rood, geel, blauw, rood, geel, zichtbaar door het dunne nylon. Mijn zoon in elkaar gedoken in de slaapzak, kussen over zijn hoofd.
Mijn shirt plakt tegen mijn huid. Ik lig tegen hem aan; zitten kan bijna niet in de veel te kleine tent. Buiten het zwembad, de animatie, de geur van zonnebrand en barbecue. Alles erop en eraan. Midden in wat vakantie heet, denk ik: was ik maar thuis. Vakantie hoort toch leuk te zijn?
Dat dacht ik ook. Jarenlang. Want vakantie hoort leuk te zijn, dat krijgen we van kleins af aan mee. Maar voor gezinnen waar autisme een rol speelt, is de vakantie vaak ook een aanslag op je zenuwstelsel. Te veel prikkels, te weinig structuur, te hoge verwachtingen. Van jezelf en van elkaar.
Tot ik begreep dat 'leuk' voor ons anders uitziet. En dat dat oké is.
Wat ik heb geleerd
In dit artikel deel ik wat ik heb geleerd. Over voorbereiding, structuur, rust, en weten wanneer je een stapje terugdoet. Voor mezelf als ouder, en voor jou die opvoedt in een gezin waar prikkels nooit ver weg zijn.
Vakantie kan fijn zijn. Maar soms is het ook gewoon hard werken. En dat mag je weten.
Lees de hele blog op Perspectivia.nl/blog